Officiële brief (getypt).
Origineel
Officiële brief (getypt). 10 februari 1943. De Directeur van het Marktwezen Amsterdam (Jan van Galenstraat 14, West). Marktwezen Amsterdam
Jan van Galenstraat 14 (West)
VD/SV
Telefoon 85151
Aan: den Heer Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale
2e Adelheidstraat 300
's-GRAVENHAGE (ZH)
Verzoeke bij beantwoording datum en nummer van dezen brief te vermelden
No.: 46a/42/2 M. Bijlagen: Datum: 10 Februari 1943.
Onderwerp:
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 1 dezer bericht ik U, dat W.v.d. Kraats en H. Koelewijn in de visch-verdeeling alhier zijn opgenomen resp. voor gepelde garnalen en gerookte visch en gerookte aal. Zij moeten hun toewijzing op de markt Albert Cuypstraat verkoopen. Hun toewijzing is zeker niet zoodanig, dat zij daarvan op bona fide wijze een vischwinkel kunnen drijven.
De straathandelaren trachten steeds aan de strenge contrôle op de markten te ontkomen door op allerlei manieren te probeeren hun toewijzing te verkoopen in vischwinkels, aangezien de contrôle daar uiteraard veel moeilijker is.
Aan dit streven kan dezerzijds geen enkele medewerking worden verleend. Aan de vestiging van vischwinkels bestaat te Amsterdam, onder de gegeven omstandigheden, geen enkele behoefte.
De Directeur,
[Handgeschreven paraaf/handtekening]
Linksonder:
Model A.Z. 8a
Stadsdrukkerij Amsterdam
20188-10-42-1500-606 In deze brief reageert de directeur van het Amsterdamse Marktwezen op een verzoek van de Nederlandsche Visscherijcentrale betreffende twee handelaren: W.v.d. Kraats en H. Koelewijn. De kernpunten zijn:
- Toewijzing: De genoemde personen hebben een vergunning (toewijzing) gekregen voor de verkoop van specifieke visproducten (garnalen, gerookte vis en aal) op de Albert Cuypmarkt.
- Geen winkelvergunning: De directeur wijst het idee af dat deze handelaren een vaste viswinkel zouden kunnen openen. Hij stelt dat de hoeveelheid toegewezen waar te klein is om een winkel op eerlijke wijze ('bona fide') te exploiteren.
- Handhaving en Controle: Er wordt expliciet gewaarschuwd voor de tactieken van straathandelaren die proberen de strenge marktcontroles te ontduiken door vanuit winkels te verkopen, waar toezicht lastiger is.
-
Beleid: De gemeente Amsterdam voert een ontmoedigingsbeleid ten aanzien van nieuwe viswinkels; er wordt gesteld dat er "geen enkele behoefte" aan is. De brief dateert van februari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit verklaart de specifieke toon en inhoud:
-
Schaarste en Rationering: Tijdens de oorlog was voedsel schaars en de handel strikt gereguleerd via het distributiestelsel. De "Visscherijcentrale" speelde hierin een centrale rol onder toezicht van de bezetter.
- Zwarte Handel: De angst voor het ontwijken van "strenge contrôle" heeft direct te maken met de bestrijding van de zwarte handel. Markten waren makkelijker te controleren door inspecteurs dan verspreide winkelpanden.
- "Onder de gegeven omstandigheden": Deze veelzeggende frase in de laatste alinea verwijst naar de oorlogssituatie, de economische stilstand en de beperkingen die door de bezetter waren opgelegd aan de middenstand.
- De Albert Cuypmarkt: Ook tijdens de oorlogsjaren bleef dit een cruciaal handelscentrum in Amsterdam, hoewel de sfeer grimmig was door de deportaties (de markt lag in de Joodse buurt "De Pijp") en de voortdurende aanwezigheid van controleurs. H. Koelewijn Gemeente Amsterdam Marktwezen