Archiefdocument
Origineel
4 februari 1943. De Wethouder van Sociale Zaken van de Gemeente Breda. (Diplomatische transcriptie: overgenomen inclusief oorspronkelijke spelling en typfouten)
```
A f s c h r i f t .
===================
No.46a/52/1 M.1943 10/2
No.155 L.M.1943 8/2.
GEMEENTE BREDA
______________
______________
Aan den Heer Wethouder van
Sociale Zaken,
Gemeentehuis,
A M S T E R D A M .
===================
Breda, 4 Februari 1943.
Als ik goed ben ingelibht, bestaat in Uwe Gemeente eene
daartoe ingestelde commissie, samengesteld uit vertegenwoordi-
gers van de gemeente, handelaren, winkeliers en venters, welke
zich belast met den aanvoer en verkoop van visch, welke via
de Visscherijcentrale wordt geleverd en door de plaatselijke
handelaren onder het pybliek ter consumptie wordt verdeeld.
Naar aanleiding van een onderhoud, hetwelk ik mocht hebben
met een der inspecteurs van de Visscherijcentrale, waarbij deze
in overweging gaf ook te Breda een dergelijke commissie in het
leven te roepen, heb ik een bijeenkomst gehouden met enkele
hier gevestigde handelaren en venters, Deze waren echter allen
van oordeel, dat hierdoor de aanvoer van visch niet wordt ge-
stimuleerd, doch in tegenstelling in belangrijke mate zou dalen.
Alvorens in deze richting dus verdere stappen te onderne-
men, zou ik het op prijs stellen door U nader omtrent de wer-
king van de bij U eventueel bestaande commissie te worden
ingelicht, in het bijzonder of het kwamtum visch, dat thans
wordt aangevoerd grooter is dan voorheen, of dezelfde soorten
visch of andere soorten ter distribueering worden beschikbaar
gesteld en hoe dit systeem, in afwijking met vroeger, voldoet.
Zijn hieraan voor de gemeente nog financieel gevolgen verbonden.
Ok voor verdere inlichtingen, welke van belang mochten ge-
acht worden, houd ik mij gaarne aanbevolen.
Een spoedig antwoord zie ik gaarne van U tegemoet.
Mij tot wederdienst bereid,
De Wethouder van Sociale Zaken te
Breda,
w.g.onleesbaar,
De Wethouder voor de
Levensmiddelen stelt
deze in handen van
den Heer Directeur van
het Marktwezen om advies.
A'dam, 10 Febr.1943.
``` De brief betreft een verzoek om ambtelijke informatie tussen de gemeenten Breda en Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De wethouder van Breda overweegt de oprichting van een commissie voor de distributie van vis, naar Amsterdams model.
Er is een duidelijk spanningsveld zichtbaar tussen het centrale overheidsbeleid (geïllustreerd door het advies van de inspecteur van de Visscherijcentrale) en de lokale praktijk. De vishandelaren in Breda zijn sceptisch; zij vrezen dat centralisatie en extra bureaucreatie de aanvoer juist zal doen dalen. De Bredase wethouder stelt kritische vragen over:
1. Het kwantum: is de hoeveelheid vis toegenomen door de commissie?
2. De kwaliteit: is er een verschil in de aangeboden vissoorten?
3. De financiën: brengt dit systeem kosten met zich mee voor de gemeente?
De notitie linksonder toont de bureaucratische afhandeling in Amsterdam: de brief wordt direct doorgezet naar de Directeur van het Marktwezen voor technisch advies. Dit document is gedateerd in februari 1943, midden in de Duitse bezetting. De voedselvoorziening was in deze periode een kritiek punt; door grote schaarste was bijna alles onderworpen aan een streng distributiesysteem (bonnen). De "Visscherijcentrale" was het orgaan dat onder toezicht van de bezetter de visvangst reguleerde.
Opvallend is de taal: hoewel het de bezettingstijd betreft, is de correspondentie gevoerd in de destijds gebruikelijke formele, ambtelijke stijl. De typfouten in dit afschrift (zoals "ingelibht", "pybliek" en "kwamtum") suggereren dat dit een snel getypt dossierstuk is. De vermelding "w.g. onleesbaar" (was getekend) geeft aan dat de klerk de handtekening op het origineel niet kon ontcijferen of simpelweg niet heeft overgenomen. Gemeente Amsterdam Marktwezen