Brief op officieel briefpapier van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Brief op officieel briefpapier van de Gemeente Amsterdam. 10 september 1942 (gebaseerd op de spiegeltekst). [Briefhoofd]
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
No. .............................. M. .............................. AMSTERDAM (W.), ................................................
BIJLAGEN ............................................................................ 2e HUGO DE GROOTSTRAAT 41.
REKENING No. 76, GEM. GIRO
TEL. DIRECTEUR 83867
” DIRECTIE 80642
Verzoeke bij beantwoording datum en nummer te willen aanhalen.
[Gereconstrueerde tekst uit de gespiegelde doorslag]
AMSTERDAM, 10 Sept. 1942.
Aan den Heer
Directeur van het Marktwezen
te
AMSTERDAM.
Mijnheer de Directeur,
Hierbij heb ik de eer U te rapporteeren dat, naar aanleiding van de vordering van de voorraden bij den heer J. den Hartog, Prins Hendrikkade 161 te Amsterdam, op 10 September j.l. een onderzoek is ingesteld.
De aanwezige goederen zijn door mij geteld en gemerkt. De heer den Hartog deelde mij mede, dat een deel van deze goederen reeds bestemd is voor de distributie en verzocht derhalve om vrijstelling van vordering voor deze partij.
In afwachting van Uw verdere instructies verblijf ik,
Hoogachtend,
De Inspecteur van het Marktwezen,
(Onleesbare handtekening) Het document is een administratief "foutje" uit het verleden dat nu als historisch object interessant is. De tekst is op de voorzijde van het briefpapier terechtgekomen doordat het carbonpapier met de inktzijde naar boven (richting de achterkant van het briefpapier) in de schrijfmachine is geplaatst in plaats van naar beneden op het doorslagvel.
De inhoud is strikt zakelijk en ambtelijk. Het betreft een inspectiebezoek aan een pand aan de Prins Hendrikkade 161. Er is sprake van het "tellen en merken" van goederen, een standaardprocedure bij een officiële vordering. De eigenaar probeert de vordering te voorkomen of te beperken door te claimen dat de goederen al voor de reguliere distributie gereserveerd zijn. Dit document stamt uit september 1942, de periode waarin de Duitse bezetting van Nederland zich verhardde. De "Directie van het Marktwezen" in Amsterdam was verantwoordelijk voor het beheer van markten en de handel in levensmiddelen. Tijdens de oorlog werd deze dienst nauw betrokken bij de distributie en het toezicht op voorraden.
Vorderingen van goederen waren een gevreesd instrument van de bezetter en de meewerkende Nederlandse overheid om grip te krijgen op schaarse middelen. De Prins Hendrikkade was een logistiek knooppunt met veel pakhuizen; een vordering op dit adres was dus strategisch logisch. De brief toont de bureaucratische werkelijkheid van die tijd: zelfs tijdens een bezetting werden vorderingen via formele rapporten en inspecties afgehandeld, waarbij burgers nog probeerden via ambtelijke weg hun bezit te beschermen.