Getypte brief (waarschijnlijk doorslag of kantoorkopie op dun papier).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk doorslag of kantoorkopie op dun papier). 10 mei 1943. De Directeur (van een distributie-instantie, waarschijnlijk gerelateerd aan de visvoorziening in Amsterdam). Den Heer J.F. Fafieanie Sr, Egelantiersstraat 83 I, Amsterdam-Centrum (wijk 7). [Handgeschreven, blauwe inkt:] Verzonden 10/5
[Getypt, rechtsboven:] SV
[Handgeschreven, groen potlood:] 46 A
10 Mei 1943.
Den Heer J.F. Fafieanie Sr
Egelantiersstraat 83 I
Amsterdam-Centrum. wijk 7
Naar aanleiding van Uw desbetreffend
verzoek deel ik U mede, dat Uw toewijzing zoet-
watervisch gehoord het advies van de door de
Nederlandsche Visscherij Centrale ingestelde Ver-
deelingscommissie is gebracht op 1 x zeevisch,
die in verschen toestand door U dient te worden
verkocht.
Herhaling van verzoeken heeft thans
geen nut meer, aangezien de Verdeellijsten nu
defintief zijn vastgesteld.
De Directeur, Dit document is een formele, ambtelijke mededeling uit de periode van de Duitse bezetting in Nederland. De kern van de brief is de afwijzing van een specifiek verzoek van de heer Fafieanie sr. aangaande de toewijzing van zoetwatervis. In plaats daarvan krijgt hij een toewijzing voor "1 x zeevisch".
Enkele opvallende punten:
* Functie ontvanger: De instructie dat de vis "in verschen toestand door U dient te worden verkocht" wijst erop dat de ontvanger een detailhandelaar (visspecialist of marktkoopman) was in de Amsterdamse Jordaan.
* Centralisatie: Er wordt verwezen naar de "Nederlandsche Visscherij Centrale", wat duidt op de verregaande centralisatie en regulering van de voedselvoorziening tijdens de oorlogsjaren.
* Toon: De afsluiting is kortaf en bureaucratisch; verdere correspondentie wordt expliciet ontmoedigd omdat de lijsten "defintief" (sic) zijn vastgesteld. Dit is kenmerkend voor de schaarste-economie van 1943, waarin de overheid totale controle had over de distributie. In mei 1943 was de voedselsituatie in bezet Nederland zeer precair. Vrijwel alle levensmiddelen waren op de bon of werden via strikte contingenten aan winkeliers toegewezen. De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) was het orgaan dat namens de bezetter en de Nederlandse administratie toezag op de vangst en distributie van vis.
De visserij op de Noordzee was door de oorlogshandelingen en mijnenvelden extreem gevaarlijk en beperkt, waardoor zeevis schaars was. Zoetwatervis (uit het IJsselmeer en de binnenwateren) was een belangrijk alternatief, maar ook dit werd streng gereguleerd. De verandering van een toewijzing van zoetwatervis naar zeevis kon voor een winkelier grote gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering, afhankelijk van de beschikbaarheid en de prijs die de consument bereid was te betalen. De Egelantiersstraat, waar de ontvanger woonde/werkte, bevindt zich in de Jordaan, een wijk die tijdens de oorlog zwaar getroffen werd door voedseltekorten. J.F. Fafieanie
Samenvatting
Dit document is een formele, ambtelijke mededeling uit de periode van de Duitse bezetting in Nederland. De kern van de brief is de afwijzing van een specifiek verzoek van de heer Fafieanie sr. aangaande de toewijzing van zoetwatervis. In plaats daarvan krijgt hij een toewijzing voor "1 x zeevisch".
Enkele opvallende punten:
* Functie ontvanger: De instructie dat de vis "in verschen toestand door U dient te worden verkocht" wijst erop dat de ontvanger een detailhandelaar (visspecialist of marktkoopman) was in de Amsterdamse Jordaan.
* Centralisatie: Er wordt verwezen naar de "Nederlandsche Visscherij Centrale", wat duidt op de verregaande centralisatie en regulering van de voedselvoorziening tijdens de oorlogsjaren.
* Toon: De afsluiting is kortaf en bureaucratisch; verdere correspondentie wordt expliciet ontmoedigd omdat de lijsten "defintief" (sic) zijn vastgesteld. Dit is kenmerkend voor de schaarste-economie van 1943, waarin de overheid totale controle had over de distributie.
Historische Context
In mei 1943 was de voedselsituatie in bezet Nederland zeer precair. Vrijwel alle levensmiddelen waren op de bon of werden via strikte contingenten aan winkeliers toegewezen. De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) was het orgaan dat namens de bezetter en de Nederlandse administratie toezag op de vangst en distributie van vis.
De visserij op de Noordzee was door de oorlogshandelingen en mijnenvelden extreem gevaarlijk en beperkt, waardoor zeevis schaars was. Zoetwatervis (uit het IJsselmeer en de binnenwateren) was een belangrijk alternatief, maar ook dit werd streng gereguleerd. De verandering van een toewijzing van zoetwatervis naar zeevis kon voor een winkelier grote gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering, afhankelijk van de beschikbaarheid en de prijs die de consument bereid was te betalen. De Egelantiersstraat, waar de ontvanger woonde/werkte, bevindt zich in de Jordaan, een wijk die tijdens de oorlog zwaar getroffen werd door voedseltekorten.