Handgeschreven ambtelijke notitie of antwoordbericht op een klein strookje papier.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of antwoordbericht op een klein strookje papier. Het document verwijst naar een brief van "15 Feb. j.l." (jongstleden). Op basis van het papier, de paarse inkt en het handschrift dateert het waarschijnlijk uit het midden van de 20e eeuw (ca. 1940-1955). [Linksboven:]
onderwerp:
P. Vrees.
[Rechtsboven:]
a/n. v. C.
[Midden:]
n.a.v. Uw brief d.d. 15 Feb. j.l.
no. 332 L/Du. bericht ik U, dat P. Vrees
Korte Prinsengracht 25/27 - Amsterdam,
altijd kleinhandelaar in gepelde pinda's
is geweest.
[Onderaan:]
SPOED
d.d.
46 a / 57 / 3 [gevolgd door een paraaf] * Inhoud: Het briefje is een formele bevestiging van de beroepsstatus van een individu. Er wordt gereageerd op een eerdere aanvraag (kenmerk no. 332 L/Du). De schrijver bevestigt dat de heer P. Vrees, gevestigd aan de Korte Prinsengracht in Amsterdam, altijd werkzaam is geweest als kleinhandelaar in gepelde pinda's.
* Urgentie: De nadrukkelijke vermelding van "SPOED" suggereert dat de informatie snel benodigd was, mogelijk voor een vergunning, een juridisch onderzoek of een sociaal-economische controle.
* Administratieve stijl: Het gebruik van standaardafkortingen zoals n.a.v. (naar aanleiding van), d.d. (de dato/gedateerd) en j.l. (jongstleden) is kenmerkend voor de Nederlandse administratieve cultuur van die tijd.
* Identificatie: De codes onderaan (46 a / 57 / 3) dienen waarschijnlijk als dossier- of archiefreferentie voor de interne administratie. * Locatie: De Korte Prinsengracht is een historisch deel van de Amsterdamse grachtengordel, gelegen nabij het IJ en de Haarlemmerdijk. In de eerste helft van de 20e eeuw was dit een buurt met veel bedrijvigheid en kleine neringdoenden.
* Beroep: Een kleinhandelaar in gepelde pinda's verkocht deze vaak vanuit een kleine winkel of als straathandel. Pinda's (vaak aangeduid als 'aardnoten') waren een populair en betaalbaar product.
* Historisch kader: Tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog was er in Nederland een strikte controle op de distributie van goederen en de registratie van handelaren. Dergelijke schriftelijke bevestigingen van iemands 'historische' beroepsstatus waren essentieel om aan te tonen dat men een legitieme ondernemer was en geen zwarthandelaar die misbruik maakte van de schaarste. De paarse inkt ("copying ink") was in deze periode wijdverspreid in de ambtelijke wereld. P. Vrees
Samenvatting
- Inhoud: Het briefje is een formele bevestiging van de beroepsstatus van een individu. Er wordt gereageerd op een eerdere aanvraag (kenmerk no. 332 L/Du). De schrijver bevestigt dat de heer P. Vrees, gevestigd aan de Korte Prinsengracht in Amsterdam, altijd werkzaam is geweest als kleinhandelaar in gepelde pinda's.
- Urgentie: De nadrukkelijke vermelding van "SPOED" suggereert dat de informatie snel benodigd was, mogelijk voor een vergunning, een juridisch onderzoek of een sociaal-economische controle.
- Administratieve stijl: Het gebruik van standaardafkortingen zoals n.a.v. (naar aanleiding van), d.d. (de dato/gedateerd) en j.l. (jongstleden) is kenmerkend voor de Nederlandse administratieve cultuur van die tijd.
- Identificatie: De codes onderaan (46 a / 57 / 3) dienen waarschijnlijk als dossier- of archiefreferentie voor de interne administratie.
Historische Context
- Locatie: De Korte Prinsengracht is een historisch deel van de Amsterdamse grachtengordel, gelegen nabij het IJ en de Haarlemmerdijk. In de eerste helft van de 20e eeuw was dit een buurt met veel bedrijvigheid en kleine neringdoenden.
- Beroep: Een kleinhandelaar in gepelde pinda's verkocht deze vaak vanuit een kleine winkel of als straathandel. Pinda's (vaak aangeduid als 'aardnoten') waren een populair en betaalbaar product.
- Historisch kader: Tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog was er in Nederland een strikte controle op de distributie van goederen en de registratie van handelaren. Dergelijke schriftelijke bevestigingen van iemands 'historische' beroepsstatus waren essentieel om aan te tonen dat men een legitieme ondernemer was en geen zwarthandelaar die misbruik maakte van de schaarste. De paarse inkt ("copying ink") was in deze periode wijdverspreid in de ambtelijke wereld.