Officiële brief/kennisgeving.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving. 22 februari 1943 (gebaseerd op typemachine-tekst en stempel). De Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij (namens deze: Kurvers). [Bovenaan rechts, handgeschreven:] 608
RIJKSBUREAU VOOR DE VOEDSELVOORZIENING IN OORLOGSTIJD.
DEPARTEMENT VAN LANDBOUW EN VISSCHERIJ
BEZUIDENHOUT 30 — TELEFOON 720060* — INTERL. LETTER G
Bericht op schrijven van 1 Juni 1942 No. 2384 25/2 Afd Algemeene Zaken.
[Groot paars stempel over de referentieregel:] NO. 46a/65/1 M. 1943
Betreffende
Besluit Algemeen Vestigings-
verbod Kleinbedrijf 1941.
[Rechtsboven in kader:] Men gelieve bij het antwoord nauwkeurig het onderwerp, de dagteekening, het nr. en de afd. van dit schrijven te vermelden.
's-Gravenhage, 22 Februari 1943 [de '3' is handgeschreven/gestempeld over de gedrukte '194']
[Rechtsboven handgeschreven parafen en cijfers in rood en blauw potlood]
Naar aanleiding van nevenvermeld schrijven deel ik U mede, dat Uw aanvrage tot het verleenen van een vergunning op grond van het Besluit Algemeen Vestigingsverbod Kleinbedrijf 1941 in verband met de voor de gemeente Amsterdam geldende bepalingen inzake de toewijzing van visch, niet in behandeling kan worden genomen.
DE SECRETARIS-GENERAAL VAN HET DEPARTEMENT
VAN LANDBOUW EN VISSCHERIJ,
w.g. Kurvers, l.S.G.
Voor eensluidend afschrift,
DE SECRETARIS-GENERAAL VAN HET DEPARTEMENT
VAN LANDBOUW EN VISSCHERIJ.
[Handgeschreven handtekening:] Kurvers—
Aan
Mevrouw J.Roodveldt-van Delden,
Blasiusstraat 123 II,
te AMSTERDAM.
In afschrift gezonden aan:
de Ned.Visscherijcentrale,
te AMSTERDAM, Jan van Galenstraat 14.
[Links onderaan:]
(A) 21317 - '42 - K 983
p6/1
[Rechts onderaan, handgeschreven in blauw:] 46 D Deze brief is een formeel besluit van de Nederlandse overheid tijdens de Duitse bezetting. Mevrouw Roodveldt-van Delden heeft een vergunning aangevraagd om een kleinbedrijf (vermoedelijk in de visdetailhandel) te starten of voort te zetten. Deze aanvraag wordt afgewezen.
De afwijzing steunt op twee pijlers:
1. Het Besluit Algemeen Vestigingsverbod Kleinbedrijf 1941: Dit was een verordening van de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart) die de oprichting van nieuwe kleine bedrijven aan strikte banden legde. Dit instrument werd vaak gebruikt om de economie te centraliseren en te controleren, en specifiek om Joodse ondernemers uit het economische leven te weren (de zogeheten 'arisering' of uitsluiting).
2. Toewijzing van visch: Vanwege de oorlogsschaarste was er een streng distributiesysteem voor voedsel. In Amsterdam waren er specifieke bepalingen die de toewijzing van vis aan handelaren beperkten. Nieuwe toetreders tot de markt werden geweigerd omdat er simpelweg niet genoeg vis was om extra verkooppunten te bevoorraden.
De geadresseerde woonde in de Blasiusstraat, een straat in de Oosterparkbuurt waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden. De achternaam Roodveldt is tevens een veelvoorkomende Joodse naam, wat de context van de afwijzing mogelijk kleurt binnen het kader van de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVO) was verantwoordelijk voor de voedselvoorziening en distributie in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het bureau moest balanceren tussen de eisen van de Duitse bezetter (die veel voedsel naar Duitsland afvoerde) en het voorkomen van hongersnood onder de Nederlandse bevolking.
Het Besluit Algemeen Vestigingsverbod Kleinbedrijf was een van de vele bureaucratische middelen die de bezetter inzette om de grip op de Nederlandse maatschappij te vergroten. Door de vestiging van bedrijven afhankelijk te maken van een vergunning van een departement dat onder toezicht van de Duitsers stond, kon men ongewenste elementen (zoals Joden of politieke tegenstanders) effectief economisch uitschakelen.
De Nederlandsche Visscherijcentrale, waaraan een afschrift is gestuurd, was het centrale orgaan dat toezicht hield op de visserijsector en de verdeling van de vangst reguleerde binnen de distributie-economie van de oorlogstijd.