Archiefdocument
Origineel
1 maart 1943 Onbekend (geparafeerd met "D.A.") [Rechtsboven:]
A’dam 1/3 1943
[Linksboven in kader:]
Spoed
Heden
[In rood potlood:]
46a/72/1
[Adressering:]
Aan het Rijksbureau
V. V. O.
Sectie Bijzondere
Diergroepen
Apeldoorn.
[Inhoud:]
Op de Vischmarkt te dezer
stede wordt zeer veel last onder-
vonden van ratten, waardoor
dagelijks voedsel verloren gaat. Ter
bestrijding van dezen plaag heb ik een
rattenvanger, een fox terrier, moeten
aanschaffen, hetgeen de eenig doeltref-
fende bestrijdingsmethode is.
Ik verzoek U beleefd te willen
bevorderen, dat ~~ik~~ een toewijzing
voor voedsel voor dezen hond te
mijner beschikking wordt gesteld.
[Ondertekening:]
D.A.
[V-teken in rood potlood] Het document is een formeel verzoekschrift gericht aan een overheidsinstantie tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De schrijver kaart een hygiënisch en economisch probleem aan op de Amsterdamse vismarkt: een rattenplaag die de toch al schaarse voedselvoorraad aantast.
Om dit op te lossen heeft de schrijver een foxterriër aangeschaft. Omdat alle voedselbronnen tijdens de oorlogsjaren strikt gerantsoeneerd waren, was er een officiële "toewijzing" (distributiebonnen) nodig om zelfs een werkhond van voedsel te voorzien. De toon van de brief is uiterst beleefd en zakelijk ("verzoek U beleefd te willen bevorderen"), wat gebruikelijk was voor correspondentie met de bureaucratie van het V.V.O.
De rode en groene aantekeningen, waaronder de vermelding "Spoed Heden" en het dossiernummer, wijzen op de administratieve verwerking door de ontvangende instantie in Apeldoorn. Het V-teken onder de paraaf suggereert dat het verzoek is gezien of verwerkt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de voedselvoorziening in Nederland ondergebracht bij het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (V.V.O.). Alles was op de bon, ook diervoeder. De "Sectie Bijzondere Diergroepen" hield zich bezig met dieren die een economisch of functioneel nut hadden, zoals politiehonden, blindengeleidehonden en, zoals in dit geval, werkhonden voor ongediertebestrijding.
Ratten vormden een groot gevaar voor de volksgezondheid en de beperkte voedselvoorraden. Het inzetten van honden (met name terriërs) was een gangbare methode voordat chemische bestrijdingsmiddelen op grote schaal beschikbaar of effectief waren. De brief illustreert hoe de totale oorlogsvoering leidde tot een verregaande bureaucratisering van zelfs de kleinste aspecten van het dagelijks leven, zoals het voeren van een hond op de vismarkt. O. Rijksbureau
Samenvatting
Het document is een formeel verzoekschrift gericht aan een overheidsinstantie tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De schrijver kaart een hygiënisch en economisch probleem aan op de Amsterdamse vismarkt: een rattenplaag die de toch al schaarse voedselvoorraad aantast.
Om dit op te lossen heeft de schrijver een foxterriër aangeschaft. Omdat alle voedselbronnen tijdens de oorlogsjaren strikt gerantsoeneerd waren, was er een officiële "toewijzing" (distributiebonnen) nodig om zelfs een werkhond van voedsel te voorzien. De toon van de brief is uiterst beleefd en zakelijk ("verzoek U beleefd te willen bevorderen"), wat gebruikelijk was voor correspondentie met de bureaucratie van het V.V.O.
De rode en groene aantekeningen, waaronder de vermelding "Spoed Heden" en het dossiernummer, wijzen op de administratieve verwerking door de ontvangende instantie in Apeldoorn. Het V-teken onder de paraaf suggereert dat het verzoek is gezien of verwerkt.
Historische Context
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de voedselvoorziening in Nederland ondergebracht bij het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (V.V.O.). Alles was op de bon, ook diervoeder. De "Sectie Bijzondere Diergroepen" hield zich bezig met dieren die een economisch of functioneel nut hadden, zoals politiehonden, blindengeleidehonden en, zoals in dit geval, werkhonden voor ongediertebestrijding.
Ratten vormden een groot gevaar voor de volksgezondheid en de beperkte voedselvoorraden. Het inzetten van honden (met name terriërs) was een gangbare methode voordat chemische bestrijdingsmiddelen op grote schaal beschikbaar of effectief waren. De brief illustreert hoe de totale oorlogsvoering leidde tot een verregaande bureaucratisering van zelfs de kleinste aspecten van het dagelijks leven, zoals het voeren van een hond op de vismarkt.