Archief 745
Inventaris 745-408
Pagina 72
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypt rapport (afschrift).

Origineel

Getypt rapport (afschrift). rapport I [handgeschreven]

AFSCHRIFT.

R A P P O R T V I S C H M A R K T.

Naar aanleiding van het schrijven van het Marktwezen d.d. 25-1-'43 bericht ik U het volgende, waarvoor ik zeer veel aandacht verzoek.

Omtrent de op 25 Dec. '42 (1e Kerstdag) aangevoerde 13 kistjes gerookte visch (18) het volgende:
Maandag 1 Februari 1943 heb ik de venters F.Visser en Fleysman aangesproken en hen gezegd, dat zij op 1en Kerstdag 25 Dec. '42 geen gerookte visch hebben gehad en hen gevraagd of zij wellicht dan niet betaald hebben, als zij WEL visch hebben gehad (gerookte) Visser was zeer verontwaardigd en zeide: "Ik breng morgen de bewijzen mee" Heden Dinsdag 2 Febr. '43 heeft Visser mij een afschrift van de desbetreffende kwitantie gegeven. Daaruit blijkt, dat F.Visser en Fleysman hebben ontvangen op 25 Dec. '42 7 Kisten gerookte sprot en 11 kisten gerookte sprot en 115 kg.garnalen tezamen voor een totaal bedrag van DRIE HONDERD EEN EN TWINTIG GULDEN ACHT EN DERTIG CENT, welk bedrag op 29 Dec. 1942 is betaald.
Direct hierop werd ik bij den Heer de Haer ontboden, deze zeide tegen mij: "Zeg Botter, over die "post" gesproken van den 1en Kerstdag, die gerookte visch, heb je toch gelijk gehad, die zijn er geweest, maar hoe komt dat, omdat hier van 't kantoor abuis is ontstaan. Daar hebben zij het niet kunnen vinden in het boek". Hierna riep hij den Heer Jongbloed en vroeg hem: "Hoe is het mogelijk, dat de post die op 25 Dec. is uitgegeven, op 24 Dec. '42 geboekt staat". Jongbloed antwoordde: "Neen, dat is niet zoo", daarbij een ambtenaar de Vries roepende, die met het boek aan kwam dragen, waaruit bleek dat de post op den 29sten Dec. genoteerd staat. De heer de Haer maakte de opmerking, dat er dus een abuis was gemaakt op kantoor, men had hem niet goed ingelicht, waarop beiden (Jongbloed en de Vries) antwoordden, dat er over deze post zóó dikwijls gesproken was, dat hij (de Haer) daarvan volledig op de hoogte moest zijn. Dit ontkende de heer de Haer en zeide, dat het dan de Heer Sieburgh geweest moest zijn, die er zoo dikwijls naar gevraagd heeft. Toen Jongbloed en de Vries weg waren, zeide de heer de Haer tegen mij, "nu Botter je hoort het, het abuis ligt hier op kantoor, daar blijf ik geheel onschuldig aan". Daarna heb ik den Heer Jongbloed opgebeld en hem gevraagd de zuivere waarheid te zeggen. Jongbloed zeide, dat hij het erg laag vond, dat de heer de Haer, dat geval in hun beider schoenen wil schuiven, maar, als het zoover komt, dan zal ik mij wel verantwoorden, desnoods tot bij den Wethouder aan toe."

Nu dus wederom gebleken is, dat IK NIET GELOGEN heb, maar het rapport van den ambtenaar de Haer een leugen blijkt te zijn, meen ik, dat nu het oogenblik gekomen is, waarop IK GEREHABILITEERD moet worden en den liegenden ambtenaar gestraft. Ook ik heb een eergevoel, dat ik niet langer besmeurd wensch te zien door dergelijke ambtenaren, die door hun rapporten mij voor leugenaar zetten. Ik verwacht nu in mijn eer hersteld te worden, aangezien ik niet langer voor leugenaar wensch te worden aangezien zal indien geen eerherstel volgt de noodige stappen ondernemen omdat eerherstel te verkrijgen.

Vervolgens meldt informator: "Verder was er nog visch, die aangevoerd was voor de gemeente-afslag." Wat hiermede bedoeld wordt is mij niet duidelijk. Informator meent toch niet, dat alle visch, die aangevoerd wordt voor den Gemeente-afslag bestemd is? Inderdaad, dat meenen wij! Alle visch die voor Amsterdam wordt aangevoerd, moet naar den afslag. Nogmaals wijs ik op artikel 5 van het Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherij besluit 1941 (Regeling van de vischvoorziening van de Gemeente Amsterdam) uitgegeven door de Visscherij Centrale, bepaalt:
Het is den kleinhandelaren verboden visch als bedoeld in Artikel 2 anders dan over den afslag te betrekken Artikel 2, luidt: Het afleveren of doen afleveren van voor de vischvoorziening van de Gemeente Amsterdam bestemde zoetwatervisch, aal en paling daaronder begrepen, garnalen en van zeevisch, voorzoover daarvoor maximum prijzen zijn vastgesteld, anders dan aan den afslag is verboden.
N.B. een en ander op straffe van een boete van F 100.000.---
Ik meen, dit is duidelijk genoeg en behoeft geen toelichting.
Op het feit, dat man en vrouw niet beiden op de markt worden toegelaten, om dubbele inkomsten te voorkomen, kom ik nog nader terug. Wij juichen het toe, als er geen dubbele inkomsten worden toegelaten. GEEN CUMULATIE, MAAR DAN OOK DOOR NIEMAND!!! Het document is een verslag van een intern conflict binnen de Amsterdamse vismarkt-autoriteiten in 1943. De kern van de zaak is een administratieve fout (of opzet) waarbij 13 kistjes gerookte vis en garnalen, geleverd op eerste kerstdag 1942, niet correct in de boeken stonden.

De schrijver van het rapport (waarschijnlijk Botter) werd eerder beschuldigd van liegen toen hij beweerde dat deze vis geleverd was. Wanneer de venters (Visser en Fleysman) met een kwitantie bewijzen dat de levering en betaling (fl. 321,38) daadwerkelijk hebben plaatsgevonden, ontstaat er een interne ruzie tussen de ambtenaren De Haer en Jongbloed over wie verantwoordelijk is voor de foutieve administratie. Botter eist in felle bewoordingen "rehabilitatie" voor de aantasting van zijn eer.

Daarnaast behandelt het rapport een juridisch aspect: de verplichting om alle vis via de officiële gemeente-afslag te verhandelen. Dit was een strikte maatregel om de distributie en prijsvorming te controleren. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (februari 1943). Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening streng gereguleerd via het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening.

  1. Visscherijbesluit 1941: Dit besluit, waarnaar in de tekst wordt verwezen, was bedoeld om de zwarte handel in vis tegen te gaan. Door alle vis via de centrale afslag te laten lopen, kon de overheid controle houden op de prijzen en de rantsoenering. De genoemde boete van 100.000 gulden was voor die tijd astronomisch hoog, wat de ernst van economische vergrijpen in oorlogstijd onderstreept.
  2. Schaarste en Controle: In 1942-1943 nam de schaarste in Nederland toe. Vis was een belangrijke eiwitbron, maar de aanvoer was grillig door de oorlogsituatie op zee. Strikte naleving van de regels was voor de autoriteiten van groot belang.
  3. Bureaucracie en Spanning: Het document toont de hoge onderlinge spanningen tussen ambtenaren. In een klimaat van wantrouwen, controle en dreiging (zoals de gang naar de Wethouder) werd een administratieve fout direct gezien als een aantasting van de eer of een potentieel gevaarlijke beschuldiging. F. Visser Gemeente Amsterdam Marktwezen Rijksbureau

Samenvatting

Het document is een verslag van een intern conflict binnen de Amsterdamse vismarkt-autoriteiten in 1943. De kern van de zaak is een administratieve fout (of opzet) waarbij 13 kistjes gerookte vis en garnalen, geleverd op eerste kerstdag 1942, niet correct in de boeken stonden.

De schrijver van het rapport (waarschijnlijk Botter) werd eerder beschuldigd van liegen toen hij beweerde dat deze vis geleverd was. Wanneer de venters (Visser en Fleysman) met een kwitantie bewijzen dat de levering en betaling (fl. 321,38) daadwerkelijk hebben plaatsgevonden, ontstaat er een interne ruzie tussen de ambtenaren De Haer en Jongbloed over wie verantwoordelijk is voor de foutieve administratie. Botter eist in felle bewoordingen "rehabilitatie" voor de aantasting van zijn eer.

Daarnaast behandelt het rapport een juridisch aspect: de verplichting om alle vis via de officiële gemeente-afslag te verhandelen. Dit was een strikte maatregel om de distributie en prijsvorming te controleren.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (februari 1943). Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening streng gereguleerd via het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening.

  1. Visscherijbesluit 1941: Dit besluit, waarnaar in de tekst wordt verwezen, was bedoeld om de zwarte handel in vis tegen te gaan. Door alle vis via de centrale afslag te laten lopen, kon de overheid controle houden op de prijzen en de rantsoenering. De genoemde boete van 100.000 gulden was voor die tijd astronomisch hoog, wat de ernst van economische vergrijpen in oorlogstijd onderstreept.
  2. Schaarste en Controle: In 1942-1943 nam de schaarste in Nederland toe. Vis was een belangrijke eiwitbron, maar de aanvoer was grillig door de oorlogsituatie op zee. Strikte naleving van de regels was voor de autoriteiten van groot belang.
  3. Bureaucracie en Spanning: Het document toont de hoge onderlinge spanningen tussen ambtenaren. In een klimaat van wantrouwen, controle en dreiging (zoals de gang naar de Wethouder) werd een administratieve fout direct gezien als een aantasting van de eer of een potentieel gevaarlijke beschuldiging.

Genoemde Personen 1

Locaties

Amsterdam (gezien de verwijzing naar de Gemeente-afslag).

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Dieren: Hond Huishoudelijk: Pan Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Garnalen Vis & Zee: Gerookt Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch Vis & Zee: Zeevis Vis & Zee: Zoetwatervis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen Rijksbureau

Kooplieden in dit dossier 100

A.C. van den Kommer - Uitgeest
A.D.Deijl
Adjunct-hoofdbrandmeester .. VIII
Bouw- en Woningt. [v] Dinsdag, 9 uur
C. Brandweer Zwanenburgwal Zaterdag, 9 uur
R. Telefoondienst Dinsdag, 9 uur
C. Koning
C. Mooyen 30 pond
C. Mooyer-Puul, 5100 ½kg. ongepeld
C. Rooseman 1190 ½kg. "
D.Z.
D.Z.
D.Z.
Fa. A.C. v.d. Kommer, Uitgeest. 78-½ kg,
Fa. B. Kraan, Oude-Wetering 300-½ kg,
Abraham Monnikendam 190-½ kg,
Fa. S.W. Balm, Spaarndam. 270-½ kg,
Firma A.Korving 14000 stuks
Firma A.v.d.Deijl 13910 stuks
Firma H.A.Kegge 14000 stuks
Firma "Hollandia" 21000 stuks
J. Gzn 17280 stuks
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6