Ambtelijke notitie / Handgeschreven correspondentie.
Origineel
Ambtelijke notitie / Handgeschreven correspondentie. 6 april 1943 (met verwijzing naar een transactie op 23 december 1942). Dit bedrag is per postgiro overgemaakt aan het Bureau v/den Provincialen
Voedselcommissaris v. N. Holland te Alkmaar op 23 Dec. 42. Machtigingen
No: 23078; 23081; 23082; 23083. (Adviesbrief No: 2395).
Tevens deel ik U mede dat den Heer A. v. Tiel mij Zaterdag jl. telefoneerde
dat hij ook een machtiging tot terugbetaling v/den Officier v. Justitie had ont-
vangen en ik heb hem medegedeeld dat hij deze moest indienen bij bovengenoemden
Voedselcommissaris.
6 April '43
(Handtekening)
Uit het bovenstaande blijkt
dat de v. Tiel zaak geen betrekking
meer heeft met de gedane aanbieding.
Betrokkenen zullen zich
dus tot de V.C. te Alkmaar moeten wenden. Het document is een administratieve vastlegging van een financiële afwikkeling tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de tekst betreft de overdracht van gelden naar de Provinciale Voedselcommissaris (PVC) in Noord-Holland. Deze betaling is gekoppeld aan specifieke machtigingsnummers en een adviesbrief.
Verder wordt melding gemaakt van een telefonisch contact met een zekere heer A. v. Tiel. Deze persoon heeft een machtiging tot terugbetaling ontvangen van de Officier van Justitie. De schrijver van de notitie instrueert dat deze vordering direct bij de Voedselcommissaris in Alkmaar moet worden ingediend. In de conclusie (onderaan) wordt gesteld dat de zaak van Van Tiel losstaat van een eerder gedane "aanbieding" (waarschijnlijk een aanbod van goederen of een eerdere schikking), en dat de betrokkenen zich voor verdere afhandeling rechtstreeks tot de "V.C." (Voedselcommissaris) moeten wenden. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De Provinciale Voedselcommissaris (PVC) speelde een cruciale rol in de distributie en regulering van schaarse levensmiddelen en grondstoffen. Het systeem werkte met strikte machtigingen en vergunningen om de zwarte handel tegen te gaan en de voedselvoorziening te beheersen.
De betrokkenheid van de Officier van Justitie in combinatie met een "terugbetaling" suggereert dat er mogelijk sprake is geweest van een eerdere inbeslagname, een boete of een juridisch geschil omtrent voedselvoorraden of handel, waarbij de rechterlijke macht heeft besloten dat er geld gerestitueerd moet worden. De bureaucratische toon en de nauwkeurige nummering van machtigingen zijn typerend voor de strak gereguleerde oorlogseconomie van die tijd. N. Holland