Getypt beleidsvoorstel/memorandum met handgeschreven toevoegingen.
Origineel
Getypt beleidsvoorstel/memorandum met handgeschreven toevoegingen. Ongedateerd (waarschijnlijk medio 1941, gezien de aard van de maatregelen). MARKTWEZEN AMSTERDAM
PLAN VOOR DE VOORZIENING DER JOODSCHE BEVOLKING VAN AMSTERDAM MET AARDAPPELEN, GROENTEN en FRUIT
- Tot de Centrale markt worden geen Joodsche groot- en kleinhandelaren meer toegelaten.
- Voor de Joodsche bevolking van Amsterdam, zijnde ± 11 %, moeten groenten, fruit en aardappelen van den totalen dagelijkschen aanvoer worden gereserveerd.
- Voor wat betreft de aardappelen ligt de zaak eenvoudig, aangezien wij ons hiervoor tot de Vebena kunnen wenden, in welks vereeniging de geheele aardappelaanvoer is gecentraliseerd.
- Moeilijker ligt de reserveering van 11 % bij de producten groenten en fruit, aangezien deze aanvoer niet is gecentraliseerd in een verband, doch in handen is van een kleine 200 grossiers, die ieder voor zich producten aanvoeren.
- Deze 11 % moeten derhalve bij den groothandel worden gevorderd, waartoe wij ten spoedigste machtiging dienen te krijgen, of nog beter:
Alle grossiers in groenten en fruit moeten in één organisatie worden ondergebracht, waarbij rekening moet worden gehouden met een aantal zetels in het Bestuur voor N.S.B. ers. - Deze organisatie moet zich verplichten de 11 % van den dag-aanvoer af te zonderen voor de Amsterdamsche Joodsche bevolking.
- De aflevering kan geschieden aan de niet in gebruik zijnde ingang der Centrale Markt aan de Keucheniusstraat, doch practischer is, dat wij een klein terreinsgedeelte op pier F. ter beschikking voor dien afvoer stellen. Met een afscheiding van de markt, indien de Duitsche autoriteiten dit wenschen.
- Met het Bestuur van vorengenoemde Grossiersorganisatie wordt overeengekomen, dat Directie Marktwezen zeer volledig van den gang van zaken en de door dit Bestuur te nemen contrôle-maatregelen op de hoogte wordt gehouden, aangezien het juist op de controlemiddelen aankomt of de reserveering van 11 % ook werkelijk wordt toegepast. (niet meer - niet minder ) Directie Marktwezen moet de macht hebben om bepaalde richtlijnen en aanwijzingen dwingend voor te schrijven.
N.B. De "punten van de Joodsche groothandelaren, die dus van Centrale Markt verdwijnen, moeten in overleg met Ned. Groenten- en Fruitcentrale te Den Haag ten goede komen van Amsterdam.
Het is dringend gewenscht, dat een Verordening wordt uitgevaardigd, waarbij het het Joodsche publiek wordt verboden om in niet-Joodsche zaken te koopen en omgekeerd, aangezien anders nog geenszins vaststaat, dat de Joodsche bevolking niet meer dan 11 % van groenten en fruit krijgt.
Handgeschreven:
9. verbod voor J. kleinhandel om zich v. producten te voorzien buiten organisatie, bedoeld in punt 5.
10. J. kleinhandel moet zich organiseeren in een verband met verantwoordelijk Bestuur. Dit document is een administratieve uitwerking van de isolatie en economische uitsluiting van de Joodse bevolking in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het plan heeft een tweeledig doel:
- Segregatie van de handel: Joodse handelaren worden volledig verbannen van de Centrale Markt (de huidige Food Center Amsterdam). Dit is een directe aanval op hun broodwinning.
- Rantsoenering en controle op basis van etniciteit: Op basis van een statistische berekening (de Joodse bevolking werd geschat op 11% van het totaal in Amsterdam) wordt een strikt quotum voorgesteld. De nadruk in punt 8 ("niet meer - niet minder") en in de N.B.-sectie ("niet meer dan 11%") getuigt van een kille, bureaucratische ijver om te voorkomen dat Joodse burgers ook maar iets extra's zouden krijgen.
Opvallende elementen:
* Nazificatie: In punt 5 wordt expliciet geëist dat er NSB'ers in het bestuur van de nieuwe handelsorganisatie komen.
* Fysieke scheiding: Punt 7 stelt een aparte afvoerplek voor (bijv. pier F of de Keucheniusstraat) om te voorkomen dat Joden fysiek op de reguliere markt komen.
* Handgeschreven aanvullingen: De punten 9 en 10 scherpen de regels aan door ook de Joodse detailhandel te dwingen zich in een apart, controleerbaar verband te organiseren, zodat er geen informele handel ("buiten organisatie") meer mogelijk is. Dit document past in de bredere context van de geleidelijke uitsluiting van Joden uit het openbare en economische leven in Nederland vanaf 1940. Na de registratie van Joden volgden al snel verordeningen die hen verboden bepaalde beroepen uit te oefenen of bepaalde plaatsen te bezoeken.
De "11 %" die in het document genoemd wordt, refereert aan de resultaten van de aanmeldingsplicht voor Joden (Verordening 6/1941). Amsterdam was de stad met de grootste Joodse gemeenschap, en de bezetter, geholpen door collaborerende instanties zoals het Amsterdamse Marktwezen, zette in op volledige fysieke en economische isolatie. Dergelijke plannen waren de opmaat naar de latere instelling van de "Joodsche Markten" en uiteindelijk de deportaties. Het document illustreert hoe de Nederlandse bureaucreatie effectief werd ingezet om de discriminerende maatregelen van de bezetter tot in de kleinste details (zoals de levering van groenten) uit te voeren.