Archief 745
Inventaris 745-414
Pagina 32
Dossier 7
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte ambtelijke circulaire of verslag (pagina 6).

Origineel

Getypte ambtelijke circulaire of verslag (pagina 6). -6-

3de: In artikel 8 wordt een opsomming gegeven van die artikelen en machines, waarop de voorschriften van de beschikking niet van toepassing zijn.

Ten behoeve van de uitvoering van deze beschikking heeft het Rijksbureau den schrothandelaren gevraagd hun eigen relaties op deze beschikking opmerkzaam te maken. Het Rijksbureau heeft den schrothandelaren tevens verzocht, van hun bevindingen rapport op te maken, opdat het Rijksbureau aan de hand van deze rapporten zoonoodig de beslissing kan nemen, welke hoeveelheden ongebruikt ijzer en staal als schroot moeten worden verkocht (Artikel 3).

Het Rijksbureau heeft den schrothandelaren ook verzocht de ondernemingen, die geen vaste relaties met een schrothandelaar hebben, te bezoeken. Naar wij vernemen, heeft de Rüstungsinspektion voor deze ondernemingen, die geen vasten schrothandelaar hebben, in verschillende districten een bepaalden schrothandelaar aangewezen.

Voorts zij de aandacht er op gevestigd, dat de Secretaris-Generaal van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart op een daartoe strekkend gemotiveerd verzoek schadeloosstelling kan verleenen, indien het verschrotten van ongebruikt ijzer en staal voor een onderneming een belangrijk verlies beteekent.

Hieraan wordt nog toegevoegd, dat het wat de eerste van bovenstaande waarborgen betreft wenschelijk is gebleken er de aandacht van de ondernemingen op te vestigen, dat de schrothandelaren, die een bezoek aan de ondernemingen brengen, niet zijn te beschouwen als officieele contrôle-ambtenaren, zoodat zij uiteraard ook geen bevoegdheid hebben om zonder toestemming van de onderneming op het terrein van de ondernemingen te onderzoeken, welke voorwerpen bij haar voor verschrotting in aanmerking komen en welke daarna als schroot verkocht moeten worden.

In verband met het bovenstaande is het van belang er op te wijzen, dat op bovenstaande bepalingen ook een aantal uitzonderingen bestaan. Deze zijn neergelegd in Artikel 8 van de IJzer- en Staalbeschikking no. 12, hetwelk alsvolgt luidt:

"De voorschriften van deze beschikking zijn niet van toepassing op:
a. reservemateriaal in den zin van het Besluit reservemateriaal V.V.O.;
b. gebruikte machines, landbouwwerktuigen en transformatoren in den zin van de Beschikking Machines 1942;
c. producten, ten aanzien waarvan ingevolge lid 1 van artikel 5 van de Beschikking verwerkende Industrieën 1940 No. 2 het verrichten van één der daar genoemde behandelingen aan een vergunning is onderworpen;
d. machines voor tractie of vervoer langs den weg;
e. machines en werktuigen in den zin van artikel 1 van de Diamantbeschikking 1940 No. 1;
f. onderdeelen en halffabrikaten, noodig voor de vervaardiging van de onder c, d en e genoemde voorwerpen;
g. materiaal, waarover krachtens de bepalingen van de Verordening No. 107/1942 elk beschikken is verboden".

Ten aanzien van de sub a, b, c en g genoemde uitzonderingen moge het volgende worden opgemerkt.
sub a. Reservemateriaal in den zin van het Besluit Reservemateriaal V.V.O. Genoemd besluit verstaat onder reservemateriaal: "inrichtingen of werktuigen of deelen daarvan, als bedoeld in art. 5 van het Voedselvoorzieningsbesluit, zich bevindende in een industrieel bedrijf in den zin van het Bedrijfsvergunningenbesluit 1941 voorzoover deze niet, nog niet of niet meer in het bedrijf van hem, die deze voorhanden of in voorraad heeft, worden gebruikt".

Artikel 5 van het Voedselvoorzieningsbesluit, waarnaar in het bovenstaande wordt verwezen, luidt als volgt:

"De Secretaris-Generaal (Dep. van Landbouw en Visscherij) is bevoegd regelen te stellen omtrent het vervaardigen, voorhanden of in voorraad hebben, gebruiken, verhandelen en afleveren van een inrichting of werktuig of deelen daarvan tot het bereiden, vervaardigen, telen, voortbrengen, oogsten, bewerken, verwerken, bewaren of opslaan van producten".

Onder een industrieel bedrijf in den zin van het Bedrijfsvergunningenbesluit 1941 wordt verstaan ieder bedrijf, waar goederen fabriekmatig of overwegend machanisch worden voortgebracht of verwerkt.

Een en ander komt dus hierop neer, dat industrieele bedrijven werkzaam op het gebied van de voedselvoorziening, hun reservemateriaal, waarvan zij * Toon en taal: Het document is geschreven in een formele, juridische en ambtelijke stijl. Er wordt veelvuldig verwezen naar specifieke wetgeving en besluiten. De spelling is de toenmalige standaard (bijv. 'officieele', 'districten', 'zoonoodig').
* Kernboodschap: De overheid (onder toezicht van de bezetter) probeert alle ongebruikte ijzer en staal binnen bedrijven te inventariseren voor "verschrotting" (het omsmelten tot schroot voor de oorlogsindustrie).
* De rol van de schrothandelaar: Opvallend is dat private schrothandelaren worden ingezet als informanten voor het Rijksbureau. Er wordt echter benadrukt dat zij geen officiële opsporingsbevoegdheid hebben ("geen officieele contrôle-ambtenaren"), waarschijnlijk om weerstand bij ondernemers te verminderen.
* Uitzonderingen: Er wordt een gedetailleerde lijst gegeven van materialen die niet ingeleverd hoeven worden, met name zaken die essentieel zijn voor de voedselvoorziening, transport en de diamantindustrie.
* Typfout in origineel: In de een-na-laatste alinea staat "machanisch" in plaats van "mechanisch". Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De Duitse oorlogsindustrie had een enorme behoefte aan grondstoffen, met name ijzer en staal. Via de zogenaamde "Rijksbureaus" werd de distributie en vordering van materialen strikt gereguleerd.

De vermelding van de Rüstungsinspektion (de bewapeningsinspectie van de Wehrmacht) bevestigt dat deze maatregelen direct ten dienste stonden van de Duitse oorlogsvoering. Bedrijven werden gedwongen hun voorraden op te geven. De uitzonderingen voor de "voedselvoorziening" waren noodzakelijk om de Nederlandse bevolking (en daarmee de rust in het bezette gebied) en de export naar Duitsland niet volledig in gevaar te brengen. Het document illustreert de bureaucratische wijze waarop de bezetter de Nederlandse economie uitputte.

Samenvatting

  • Toon en taal: Het document is geschreven in een formele, juridische en ambtelijke stijl. Er wordt veelvuldig verwezen naar specifieke wetgeving en besluiten. De spelling is de toenmalige standaard (bijv. 'officieele', 'districten', 'zoonoodig').
  • Kernboodschap: De overheid (onder toezicht van de bezetter) probeert alle ongebruikte ijzer en staal binnen bedrijven te inventariseren voor "verschrotting" (het omsmelten tot schroot voor de oorlogsindustrie).
  • De rol van de schrothandelaar: Opvallend is dat private schrothandelaren worden ingezet als informanten voor het Rijksbureau. Er wordt echter benadrukt dat zij geen officiële opsporingsbevoegdheid hebben ("geen officieele contrôle-ambtenaren"), waarschijnlijk om weerstand bij ondernemers te verminderen.
  • Uitzonderingen: Er wordt een gedetailleerde lijst gegeven van materialen die niet ingeleverd hoeven worden, met name zaken die essentieel zijn voor de voedselvoorziening, transport en de diamantindustrie.
  • Typfout in origineel: In de een-na-laatste alinea staat "machanisch" in plaats van "mechanisch".

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De Duitse oorlogsindustrie had een enorme behoefte aan grondstoffen, met name ijzer en staal. Via de zogenaamde "Rijksbureaus" werd de distributie en vordering van materialen strikt gereguleerd.

De vermelding van de Rüstungsinspektion (de bewapeningsinspectie van de Wehrmacht) bevestigt dat deze maatregelen direct ten dienste stonden van de Duitse oorlogsvoering. Bedrijven werden gedwongen hun voorraden op te geven. De uitzonderingen voor de "voedselvoorziening" waren noodzakelijk om de Nederlandse bevolking (en daarmee de rust in het bezette gebied) en de export naar Duitsland niet volledig in gevaar te brengen. Het document illustreert de bureaucratische wijze waarop de bezetter de Nederlandse economie uitputte.

Kooplieden in dit dossier 100

Andries Agsteribbe meerdere lingerie
Andries Agsteribbe meerdere lingerie
A. Agsteribbe Waterlooplein " "
A. Boots meerdere visch
A. Boots Waterlooplein visch.
A. Boots. Waterlooplein visch
A. Boots. Waterlooplein visch
A. Bos Waterlooplein groente en fruit
A. Bos Waterlooplein groente en fruit
A.C.J. Stultjes Waterlooplein mosselen
A.C.J. Stultjes mosselen
M. Acohen Waterlooplein Manufacturen
A.F.P. Ploeger-Gevers meerdere kramerijen, huish. art.
J. Premsela meerdere koek gebak
A.G. Ploeger-Gevers meerdere kramersw., huish. art.
A.H.A. Brinkbok meerdere huishoudelijke art.
A. Hakker Waterlooplein groenten
A. Hakker Waterlooplein groenten
A. Hakker Waterlooplein groenten
A. Hamel Waterlooplein glas, porcel.& aardewerk.
A.H.A. Nolte Waterlooplein groente & fruit.
A. Hendriks Waterlooplein Verdeelvisch
A. Hendriks meerdere verdeelvisch
A. Hes Waterlooplein visch.
Hartog Swart Waterlooplein ged. visch. + geschrapt [K.L.?]
A.K.W. v.d. Linde Waterlooplein Fruit
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6