Getypte redevoering of verslag van een vergadering (bladzijde 2).
Origineel
Getypte redevoering of verslag van een vergadering (bladzijde 2). M-H — 2 —
Bovendien had de Vereeniging Nederlandsche Koudestichting geen verordenende bevoegdheid en hoezeer wij het vele en goede werk van deze Vereeniging wenschen te waardeeren, wij weten toch bij ervaring, hoe moeilijk het was te komen tot bindende besluiten en positieve resultaten.
De autoriteiten hebben nu daarvoor in de plaats gesteld een organisatie, waarvan het lidmaatschap verplichtend is en die dus alle vakgenooten omvat.
Een dergelijke organisatie heeft men noodig geacht, om op die wijze te kunnen beschikken over een orgaan, waarmede allen bereikbaar zouden zijn en waardoor regelend kon worden opgetreden.
Daarbij heeft oorspronkelijk de bedoeling voorgezeten, dat, evenals in vroeger tijden, de regelingen, noodig voor het bedrijfsleven, door dat bedrijfsleven zelf zouden worden gemaakt en opgebouwd, waarbij de regeering slechts haar sanctie zou hebben te geven aan de genomen besluiten.
Het ontstaan van de Rijksbureaux en de daaronder ressorteerende Centrales, thans omgedoopt in en georganiseerd tot Bedrijfschappen, met hun zich steeds uitbreidende werkkring, is dan ook in hoofdzaak te zien als een gevolg van het ontbreken van een goed gefundeerde organisatie.
Er moest handelend worden opgetreden en men had geen andere middelen ter beschikking. Een organisatie moest eerst worden opgebouwd en daarop kon niet worden gewacht.
Wanneer, zooals nu, een bepaalde bedrijfstak is georganiseerd, is de mogelijkheid geschapen, om door het verzamelen van gegevens, de behoeften en de belangen van de geheele bedrijfstak te overzien en deze, indien daartoe aanleiding bestaat, aan de autoriteiten voor te leggen.
Dit kan slechts bereikt worden door de instelling van het verplichte lidmaatschap, waarbij ook het opleggen van verschillende andere verplichtingen niet gemist kan worden.
In een kring van zakenmenschen behoeft het wel geen betoog, dat velen de voorkeur zouden geven aan vrijheid van handelen en liefst niet gebonden zouden zijn aan tal van voorschriften.
Wie zich evenwel rekenschap geeft van de bijzondere omstandigheden, die door den oorlog op bijna ieder gebied zijn ontstaan, zal bereid zijn, met aanvaarding van de lasten, te trachten door samenwerking te doen wat mogelijk is, om daarmede niet alleen het bedrijfsbelang, doch ook, in breeder verband gezien, het algemeen belang te dienen.
Daarbij gaat het niet alleen om de periode, waarin wij thans leven. In het bijzonder zal ook na den oorlog aan een hechte organisatie de meest dringende behoefte zijn, om de ontwikkeling in goede banen te leiden.
Juist dan zal het beslist noodzakelijk zijn, dat het bedrijfsleven beschikt over een deugdelijk orgaan om zich behoorlijk te doen gelden.
Meer nog dan de voorziening in de oogenblikkelijke behoeften, zie ik dan ook de taak van de Ondervakgroep bepaald in den opbouw van de toekomst.
Wanneer ik dus nu met enkele trekken getracht heb ontstaan en doel van de Ondervakgroep te schetsen, komt de vraag aan de orde, wat intusschen is bereikt.
Ook hierbij meen ik te mogen volstaan met U te verwijzen naar het verslag van den Secretaris, dat U aanstonds zal worden voorgelezen. Hoewel U hieruit zal blijken, dat de Ondervakgroep reeds werk van verschillenden aard heeft verricht, zal U eveneens duidelijk worden, dat als gevolg van de bijzondere omstandigheden voor de Ondervakgroep tot dusverre slechts een beperkt terrein van werkzaamheid overbleef. Haar taak is tot nog toe in hoofdzaak een adviseerende gebleven.
Dat wil intusschen niet zeggen, dat deze arbeid onbelangrijk is. De autoriteiten mogen door haar organen beschikken over veel gegevens, de interne bedrijfsproblemen zullen zij slechts kunnen beoordeelen, door zich steeds weer te beraden met de Vak- en Ondervakgroepen. Hiernaar wordt dan ook gestreefd. Opgemerkt zij echter, dat de beslissingen steeds bij de overheid verbleven en het bestuur dus steeds slechts een adviseerende stem had.
Uit het medegedeelde, mijne heeren, zal de conclusie kunnen worden getrokken, dat de Ondervakgroep wel onder zeer ongunstige omstandigheden de arbeid heeft moeten aanvangen.
Ook nu moet echter verder gekoerst worden. Naar onze meening kan juist deze tijd het voordeel hebben van de gelegenheid om zich te oriënteeren en zich voor te bereiden op hetgeen na het sluiten van de vrede gedaan zal moeten worden.
Om in die richting met vrucht werkzaam te kunnen zijn, zal het in de eerste plaats noodig zijn, dat de Ondervakgroep de haar toegedachte bevoegdheden ook in feite kan hanteeren, m.a.w. dat wij, voorzoover dat in de oorspronkelijke opzet lag, baas worden in eigen huis.
Niemand is meer dan wij allen overtuigd, dat ons werk onvolledig is geweest en dat wij zeer veel gaarne anders zouden wenschen. U kunt er echter van overtuigd zijn, dat wij er naar streven voor de belangen van de Ondervakgroep op te komen waar zulks noodig en mogelijk is en vertrouwen, dat dit door U allen zal worden verstaan.
Overeenkomstig de voorschriften zal U straks gelegenheid worden gegeven U bij geheime stemming erover uit te spreken of de voorzitter en zijn beide plaatsvervangers Uw vertrouwen genieten.
Mijne Heeren, ik dank U voor Uw aandacht. De tekst is een pleidooi van een voorzitter (waarschijnlijk van een belangenvereniging in de koeltechniek) gericht aan ondernemers ("Mijne Heeren"). De kern van het betoog is de rechtvaardiging van de overgang van een vrijwillige vereniging (de Nederlandsche Koudestichting) naar een publiekrechtelijke organisatie met verplicht lidmaatschap.
De spreker voert aan dat de oude vereniging te weinig macht had om bindende besluiten te nemen. Hoewel hij erkent dat zakenlieden hechten aan hun vrijheid, stelt hij dat de "bijzondere omstandigheden" (de oorlog) en de noodzaak tot wederopbouw na de oorlog een strakke, verplichte organisatie vereisen. Er is sprake van een spanningsveld: enerzijds de dwingende rol van de overheid en de Rijksbureaus, anderzijds de wens van de sector om zelfbestuur te houden ("baas worden in eigen huis"). Tot op dat moment fungeerde de groep voornamelijk als adviesorgaan, terwijl de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid bij de overheid lag. Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945), of de directe nasleep daarvan. De termen "Rijksbureaux" en "Bedrijfschappen" verwijzen naar de zogenaamde Woltersom-organisatie. In 1941 voerde de bezetter het Organisatiebesluit in, bedoeld om het Nederlandse bedrijfsleven naar Duits model (de Organisation der gewerblichen Wirtschaft) te herstructureren.
Veel Nederlandse ondernemers en bestuurders werkten hieraan mee, deels uit pragmatisme om invloed te behouden op hun eigen sector en te voorkomen dat de bezetter directer zou ingrijpen. De zinsnede "baas worden in eigen huis" is typerend voor de Nederlandse bestuurders uit die tijd die probeerden binnen het dictatoriale kader van de bezetter toch een vorm van autonomie voor hun bedrijfstak te behouden. De verwijzing naar de tijd "na het sluiten van de vrede" wijst op een toekomstvisie waarin men hoopt dat deze nieuwe organisatiestructuur ook in vredestijd nuttig zal blijken voor de economische ordening.