Getypt verslag (pagina 3).
Origineel
Getypt verslag (pagina 3). Vermoedelijk begin 1943 (gezien de verwijzingen naar de zittingsperiode eindigend op 31 december 1942). M/H - 3 -
- Verslag omtrent de werkzaamheden en de financieele positie van de Ondervakgroep.
Op verzoek van den voorzitter geeft de Heer Akkerman dan een kort verslag omtrent de werkzaamheden van de Ondervakgroep in de afgeloopen periode.
Instelling.
De Ondervakgroep Koel- en Vrieshuizen werd ingesteld bij beschikking der Organisatie-Commissie d.d. 19 Februari 1942, Ned. Stcrt. d.d. 22 Februari 1942, Nr. 39.
Zij ressorteert, gelijk bekend, onder de Vakgroep Veemen en Opslagbedrijven, Bedrijfsgroep Haven- en aanverwante Bedrijven, Hoofdgroep Verkeer.
Dagelijksch Bestuur - Raad van Bijstand - Secretariaat.
Voor de eerste zittingsperiode, welke eindigt op 31 December 1942, werden benoemd:
Dr. H.J. Jerne (Dir. N.V. R’damsche Koel- en Vrieshuizen, Rotterdam) tot voorzitter;
K.H. Tusenius (Dir. N.V. Vereenigde Koelhuizen en IJsfabrieken, IJmuiden) tot 1e plv. voorzitter;
A. van Kalken (Dir. N.V. Blaauwhoedenveem-Vriesseveem, Amsterdam) tot 2e plv. voorzitter;
en tot leden van den Raad van Bijstand:
R. Feenstra (p/a N.V. Betuwsche Handelsver. en Fruithandel, Kesteren);
Dr. R. van Santen (Dir. Openbaar Slachthuis, Nijmegen);
C. Veerdig (Dir. N.V. Koelhuis "De Landbouw", Zutphen);
H.A. Vermetten (Dir. N.V. Het Ned. Koelveem, Amsterdam);
Tot Secretaris werd benoemd Ir. D.J. Akkerman; als adj.-Secretaris werd aangesteld Mr. G.L. van der Jagt, terwijl voor de afd. Prijzen, de Afd. Boekhouding, de Juridische afdeeling en het notuleeren een beroep werd gedaan op het personeel van de Bedrijfsgroep Chemische Industrie.
Leden.
Bij de toelating van leden, welke geschiedde aan de hand van de van de Bedrijfsgroep Haven- en Aanverwante Bedrijven ontvangen aanmeldingsformulieren en van de vervolgens door het Secretariaat aan de in aanmerking komende ondernemingen toegezonden vragenlijsten, werd uitgegaan van de in de Beschikking der Organisatie Commissie tot instelling der Ondervakgroep Koel- en Vrieshuizen gestelde vereischten (n.l. dat men goederen voor derden moet koelen of vriezen en bewaren en moet beschikken over een koel- en vriescapaciteit van 100 m³ of meer).
Nog steeds kwamen niet van alle koel- en vrieshuizen de aanmeldingsformulieren binnen.
Het aantal leden bedraagt thans 128.
Verhouding tot Overheidsinstanties.
Reeds aanstonds werd het probleem van de verhouding der Ondervakgroep tot de Overheidsinstanties (Rijksbureau V.V.O. en de daaronder ressorteerende Bedrijfsorganisaties, sedert kort Bedrijfsschappen geheeten en Centrales) uitvoerig in de vergaderingen van het Dagelijksch Bestuur en den Raad van Bijstand behandeld.
Hier zij allereerst gewezen op een paar kwesties, die naar de meening van de Ondervakgroep op zeer onbevredigende wijze door de Overheid zijn geregeld:
a. de omstandigheid, dat de uitvoering van het Koel- of Vrieshuizenbesluit berustte bij de Ned. Veehouderij Centrale, tevens een der voornaamste cliënten van zeer vele leden der Ondervakgroep.
b. de omstandigheid, dat de Ned. Veehouderij Centrale zoowel in 1941 als in 1942 koel- en vriesruimten heeft gevorderd bij een aantal koel- en vrieshuizen voor den opslag van runderen, varkens en boter, zonder voor de achteraf niet gebruikte ruimten eenige vergoeding uit te keeren.
c. de ervaring, dat de Overheidsinstanties een aantal maatregelen en regelingen hebben getroffen, welke rechtstreeks of indirect van belang zijn voor de koel- en vrieshuizen, zonder tevoren hierover contact te zoeken met de Ondervakgroep.
d. de onbevredigende regeling der opslagcondities bij den opslag voor de Overheidsinstanties, met name de Ned. Veehouderij Centrale (thans Vee- en Vleesch Aankoopbureau); gebleken is o.m., dat de goederen, welke de Ned. Veehouderij Centrale in de koel- en vrieshuizen opslaat, niet zijn verzekerd, terwijl bovendien de aansprakelijkheid en de bewijslast voor deze ondernemingen op volkomen onaanvaardbare wijze zijn geregeld.
Over deze onderwerpen werden besprekingen gevoerd met den Voorzitter en den Secretaris der Bedrijfsgroep Haven- en Aanverwante Bedrijven, resp. de Heeren W.H. de Monchy en Mr. Dr. E.J.E.M.H. Jaspar, den Directeur van het Bedrijfschap voor Vee en Vleesch, den Heer Tj.B. Kielstra, terwijl tenslotte ook een onderhoud plaats vond tusschen de Heeren de Monchy, Mr. Dr. Jaspar, Dr. Jerne en Ir. Akkerman eenerzijds en den Heer Ir. S.L. Louwes, Directeur-Generaal der Voedselvoorziening anderzijds.
Het resultaat van al deze besprekingen kan als volgt worden samengevat:
Ad a. Het voorstel van de Ondervakgroep om de uitvoering van het Koel- of Vrieshuizenbesluit op te dragen aan de Ondervakgroep Koel- en Vrieshuizen werd verworpen.
Ook een tweede voorstel om de uitvoering van dit Besluit in handen te leggen van het Rijksbureau V.V.O. als "neutrale" Overheidsinstantie (waarbij dit Rijksbureau * Organisatiestructuur: Het document toont de strakke corporatistische ordening van het bedrijfsleven tijdens de bezetting. De Ondervakgroep is onderdeel van een hiërarchie (Ondervakgroep -> Vakgroep -> Bedrijfsgroep -> Hoofdgroep).
* Bestuurlijke bezetting: De genoemde personen zijn vooraanstaande figuren uit de sector (bijv. Dr. Jerne uit Rotterdam en vertegenwoordigers van Blaauwhoedenveem).
* Wrijvingspunten: De kern van het verslag ligt bij de frustratie over de overheidsbemoeienis. De sector klaagt over:
* Belangenverstrengeling (de grootste klant, de NVC, is ook de toezichthouder).
* Onredelijke vorderingen (geen vergoeding voor leegstand na vordering).
* Gebrek aan inspraak bij nieuwe regels.
* Juridische en financiële risico's (verzekeringskwesties en bewijslast bij schade).
* Resultaat: De pogingen van de Ondervakgroep om meer zelfbestuur te krijgen of de uitvoering naar een "neutralere" instantie te verplaatsen, werden door de bezettingsautoriteiten/voedselvoorziening (Louwes) afgewezen. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De "Organisatie-Commissie" (ook wel de Commissie-Woltersom genoemd) had de taak het Nederlandse bedrijfsleven te reorganiseren naar Duits model (de zogenaamde "Ordening").
De genoemde Ir. S.L. Louwes was een sleutelfiguur: als Directeur-Generaal van de Voedselvoorziening moest hij manoeuvreren tussen de eisen van de bezetter en de noodzaak om de Nederlandse bevolking te voeden. De Nederlandsche Veehouderij Centrale (NVC) was een crisisorgaan dat tijdens de oorlog een enorme macht kreeg over de distributie en opslag van vlees en zuivel. De spanning in dit document reflecteert de strijd tussen private ondernemers die hun zakelijke belangen probeerden te beschermen en de totalitaire controle van de distributie-economie in oorlogstijd.