Getypt officieel bericht/verordening (doorslag of stencil).
Origineel
Getypt officieel bericht/verordening (doorslag of stencil). Omstreeks eind augustus/begin september 1942 (gebaseerd op genoemde deadlines). J/B. - 2 -
personeel op deze markt.
Bij rechtstreekschen verkoop van veehouder naar veehouder, dient
de kooper bij zijn P.B.H. eerst een machtiging (aankoopvergunning) aan
te vragen.
De geleidebiljetten moeten bij den P.B.H. worden aangevraagd tenminste
drie dagen voordat het vervoer plaats vindt.
Verplichting tot opgave van voorraden motorbrandstof, donkere olie, smeer-
oliën en vetten.
Ingevolge beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departe-
ment van Handel, Nijverheid en Scheepvaart d.d. 26 Augustus, Stcrt. No.
165, is een ieder, die op 31 Augustus j.l. te 24.00 uur ten minste 25 li-
ter motorbrandstof (benzine of autogasolie), 150 liter donkere olie (gas-
olie, dieselolie anders dan voor motorrijtuigen, dunne stookolie, huis-
brandolie en dikke stookolie) of 10 kg. smeeroliën en vetten voorhanden
of in voorraad had, verplicht hiervan vóór 15 September 1942 opgave te
doen aan het Rijksbureau voor Aardolieproducten, Zeestraat 100, 's-Graven-
hage.
Deze opgave dient te worden gedaan per brief of briefkaart en moet,
behalve den naam en het adres van den voorraadhouder, voor elk der hierbo-
ven genoemde producten bevatten de hoeveelheid en de plaats of plaatsen
van opslag. Op de briefkaart of op de enveloppe moet duidelijk het woord
"voorraadopgave" worden vermeld.
Van de hierboven bedoelde verplichtingen zijn uitgezonderd:
1. degenen, die, hetzij als leverancier (o.a. pomphouders en vatenhandela-
ren), hetzij als verbruiker, aan het Rijksbureau een opgave van de op
31 Juli 1942 aanwezige voorraden hebben gedaan;
2. verbruikers, die ná 30 April 1942 van het Rijksbureau voor Aardoliepro-
ducten, het Rijksbureau voor Genees- en Verbandmiddelen, de Rijksverkeers-
inspectie, de Bevrachtingscommissarissen, het Bureau Grondstoffen van het
Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd of de Nederlandsche
Visscherijcentrale toewijzingen voor de hierbovenbedoelde producten heb-
ben ontvangen.
De desbetreffende Duitsche instantie wenscht er uitdrukkelijk de
aandacht op te zien gevestigd, dat in gevallen, waarin aan een reeds eer-
der opgelegde verplichting tot het verstrekken van voorraadopgave niet
of onvolledig is voldaan, bij wijze van generaalpardon tot 15 September
1942 geen strafvervolging zal worden ingesteld.
Drijfriemen.
Met het oog op de huidige schaarschte aan grond- en hulpstoffen,
welke voor de vervaardiging of herstelling van drijfriemen noodig zijn,
is het - ter waarborging van een geregelde voorziening der vitale bedrij-
ven met deze onontbeerlijke technische middelen - noodzakelijk gebleken,
o.m. nieuwe voorschriften te geven betreffende het in voorraad hebben,
gebruiken en koopen van drijfriemen. Daartoe is de Lederbeschikking 1939
No. 1 zoodanig gewijzigd, dat onder haar bepalingen zijn gebracht alle
drijfriemen, alsmede alle andere tot het aandrijven van machines bestemde
riemen of banden, loopende, transport- en elevatorbanden, valhamerriemen
en ronden of gevlochtensnaren, al dan niet afgepast, geheel of gedeelte-
lijk vervaardigd uit leder, rubber, balata, eenige andere grondstof of
eenig textielproduct. Onder deze goederen zijn niet begrepen de goederen,
waarvan het gewicht per stuk niet hooger is dan 1 kg en de kleinhandels-
prijs een bedrag van f 10,-- per stuk niet te boven gaat. Het is verboden
drijfriemen in voorraad of voorhanden te hebben, te koopen, in ontvangst
te nemen, te gebruiken, te verkoopen, af te leveren, te verhuren, uit te
leenen, te verwerken of te repareeren, alsmede deze handelingen te doen
verrichten zonder hiertoe van den Directeur van het Rijksbureau voor Hui-
den en Leder (R.H.L.), Keizersgracht 277, Amsterdam, een schriftelijke ver-
gunning te hebben verkregen.
Ieder, die drijfriemen in voorraad of voorhanden heeft, is ver-
plicht vóór of op 19 September 1942 daarvan in drievoud opgave te doen op
een door den Directeur van het R.H.L. vastgesteld formulier.
Voor het tijdvak tusschen 5 September 1942 en den datum, waarop
men de beslissing van het R.H.L. inzake het gebruiken, in voorraad of voor-
handen hebben der drijfriemen, ontvangt, is dispensatie (ontheffing) van
de verbodsbepalingen ten aanzien van het in voorraad hebben en het gebruik
verleend, onder voorwaarde, dat aan bovengenoemde verplichting tot voor- * Administratieve controle: Het document toont de vergaande bureaucratische controle van de bezetter op de Nederlandse economie. Vrijwel elke transactie of het bezit van schaarse goederen (vee, brandstof, leer/rubber) is onderworpen aan vergunningen en meldingsplichten.
* Schaarschte: De focus op motorbrandstof en drijfriemen (essentieel voor de industrie) wijst op de nijpende tekorten in 1942. Zelfs kleine hoeveelheden (25 liter benzine of 10 kg smeervet) moeten worden aangegeven.
* Strafmaat en "Generaalpardon": Er wordt gedreigd met strafvervolging, maar tegelijkertijd een "generaalpardon" geboden tot 15 september 1942. Dit suggereert dat veel burgers en bedrijven hun voorraden tot dan toe verborgen hielden voor de bezetter (de "zwarte markt" of eigen reserve).
* Rijksbureaus: De tekst noemt verschillende Rijksbureaus (Aardolieproducten, Huiden en Leder, Voedselvoorziening). Deze instanties waren verantwoordelijk voor de distributie en controle van goederen tijdens de bezetting. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1942 werd de schaarste aan grondstoffen kritiek doordat de Duitse oorlogsindustrie steeds meer opeiste.
De "Lederbeschikking 1939" (al voor de oorlog opgesteld in het kader van de algemene mobilisatie) wordt hier aangescherpt. Drijfriemen waren in die tijd essentieel voor het overbrengen van kracht in fabrieken; zonder deze riemen stonden machines stil. Door het bezit en de reparatie ervan te verbieden zonder vergunning van het R.H.L. (Rijksbureau voor Huiden en Leder), kreeg de bezetter directe controle over welke bedrijven mochten blijven produceren en welke niet. Het adres Zeestraat 100 in Den Haag (Rijksbureau voor Aardolieproducten) en Keizersgracht 277 in Amsterdam waren bekende locaties van deze controle-instanties. Rijksbureau