Getypte mededeling of circulair (mogelijk een pagina uit een vakblad of officieel medelingenblad).
Origineel
Getypte mededeling of circulair (mogelijk een pagina uit een vakblad of officieel medelingenblad). Vermoedelijk eind augustus of begin september 1942 (gezien de deadlines van 15 en 30 september 1942). J/B. - 3 -
raadopgave stipt wordt voldaan.
Wanneer een bedrijf wordt gesloten of stilgelegd, dient dit onverwijld aan het R.H.I. te worden opgegeven.
Tweedehands-Generatoren.
De Directeur van het Bureau Generatoren en Tankgas (B.G.T.) vestigt er de aandacht op, dat uit het feit, dat volgens de Generatoren- en Tankgasbeschikking 1940 No. 1, Artikel 6, lid 1 en 2, het verboden is, zonder schriftelijke vergunning van den Directeur van bovengenoemd Bureau, generatoren, compressorinstallaties of drukvaten te fabriceeren en/of af te leveren, terwijl het volgens Artikel 7, lid 1, van genoemde beschikking eveneens verboden is generatoren, compressoren, en/of drukvaten te gebruiken zonder schriftelijke vergunning als bovenbedoeld, volgt, dat ook zoogenaamde tweedehands-generatoren niet zonder toestemming van den Directeur van het B.G.T. mogen worden afgeleverd of gebruikt op andere voertuigen dan die, ten aanzien waarvan door bovengenoemden Directeur aan den eigenaar een gebruiksvergunning voor den desbetreffenden generator is verleend.
Volgens Artikel 1 van voornoemde beschikking worden onder generatoren en compressorinstallaties ook verstaan onderdeelen van generatoren en compressorinstallaties.
Niet meer in gebruik zijnde machines.
Gebruikers, bij wie op 15 September 1942 niet meer in gebruik zijn-de machines aanwezig zijn, waarvan niet met zekerheid vaststaat dat zij vóór 15 December 1942 weer in regelmatig gebruik zullen worden genomen, zijn verplicht deze vóór 30 September 1942 aan het Bureau voor de Metaalverwerkende Industrie, Riouwstraat 174, 's-Gravenhage op te geven.
PRIJZEN.
Prijspolitiek en grondprijzen.
Bij besluit van den Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën is, te rekenen van 7 Mei af, ingetrokken het besluit op de waardevermeerderingsbelasting 1940. Deze belasting werd sedert 27 December 1940 geheven van de winst, gemaakt bij verkoop van onroerend goed. De afschaffing van de waardevermeerderingsbelasting was een gevolg van het uitvaardigen van het vervreemdingsbesluit niet-landbouwgronden 1942 op 7 Mei. Het doel van de onderhavige belasting was, de prijsstijging, welke a.g.v. de oorlogsomstandigheden optrad, te beteugelen. In het Vaderland van 27 Februari 1941 werd de doelmatigheid van den belastingmaatregel in twijfel getrokken: "Hoewel de bedoeling van de belasting is de prijsstijging tegen te gaan, verwachten wij wel een vermindering van het aantal verkoopen, maar niet een druk op de prijzen. Wetende, dat een gedeelte van de winst aan den fiscus moet worden afgestaan, zullen velen weerhouden worden hun bezit ten verkoop aan te bieden en zij, die om de een of andere reden toch willen verkoopen, zullen een hoogeren prijs vragen, zoodat de koop slechts bij een hoogeren prijs tot stand kan komen".
De waardevermeerderingsbelasting is niet in staat gebleken aan de prijsstijging paal en perk te stellen. In het vervreemdingsbesluit niet-landbouwgronden 1942 meent de overheid een beter middel gevonden te hebben. Bij overdracht in den zin van het besluit, mag de door het bureau van den gemachtigde voor de prijzen goedgekeurde (bij onderhandschen verkoop) of vastgestelde (bij openbaren verkoop) maximum-prijs niet worden overschreden.
In een artikel van het orgaan van den Nederlandschen Bond van Huis- en Grondeigenaren en Bouwondernemers van 15 Augustus is er sprake van een dualisme, dat door het vervreemdingsbesluit niet-landbouwgronden 1942 is weggenomen. "Door de waardevermeerderingsbelasting werd practisch de verkoopprijs niet beperkt; de overheid eischte alleen voor zich op een bepaald bedrag, voorzoover de verkoopprijs de verkoopwaarde op 9 Mei 1940, of ten tijde van de verkrijging der zaak, met een zekere som te bovenging. Van den anderen kant legde de overheid wel de huishuren vast op de 9 Mei 1940 geldende huurprijzen (huurprijsbesluit 1940), later ietwat verruimd voor bepaalde onbillijke, individueele gevallen door het huurprijsuitvoeringsbesluit 1941, waarbij echter wordt vastgehouden aan de normale huurwaarde op 9 Mei 1940" * Overheidscontrole: Het document illustreert de verregaande controle van de bezettingsautoriteiten op de economie. Er is een strikte vergunningsplicht voor technische apparatuur (generatoren) en een meldingsplicht voor ongebruikte machines (metaalindustrie).
* Schaarste en Techniek: De focus op generatoren en compressoren wijst op de brandstofschaarste tijdens de oorlog. Veel voertuigen werden in die tijd omgebouwd naar houtgasgeneratoren.
* Vastgoedmarkt: Het gedeelte over de 'waardevermeerderingsbelasting' en het 'vervreemdingsbesluit' toont de pogingen van de overheid om inflatie en speculatie op de woningmarkt te bestrijden. Men stapte over van het extra belasten van winst naar het direct opleggen van maximumprijzen gebaseerd op de waarde van vóór de inval (9 mei 1940).
* Terminologie: Termen als "Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën" duiden op de bestuurlijke structuur tijdens de bezetting, waarbij de Nederlandse departementen onder Duits toezicht bleven functioneren. Dit document stamt uit de periode van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (1940-1945). In 1942 nam de druk van de Duitse bezetter op de Nederlandse economie en industrie toe (de zogenaamde Totaler Krieg-economie).
- Generatoren: Door het gebrek aan benzine werden generatoren (vaak houtgasgeneratoren) essentieel voor het wegvervoer. Het "Bureau Generatoren en Tankgas" hield hier strikt toezicht op om te voorkomen dat materiaal buiten de gecontroleerde kanalen om werd gebruikt.
- Metaal-inzameling: De plicht om ongebruikte machines te melden, hield vaak verband met de behoefte aan grondstoffen voor de Duitse oorlogsindustrie. Machines die niet "nuttig" werden geacht, liepen het risico gevorderd te worden.
- Huur en Prijzen: De datum 9 mei 1940 fungeerde tijdens de hele bezetting als de 'peildatum' voor prijzen en huren, om de economische gevolgen van de oorlog en de daaropvolgende inflatie kunstmatig te onderdrukken.