Getypte mededeling/verordening (doorslag of officiële kopie).
Origineel
Getypte mededeling/verordening (doorslag of officiële kopie). -2-
regeling 1943/1944" meer geschieden.
In de maand December zal worden begonnen met den uitslag van
koelhuisboter.
Mededeeling I.V.Z. dd. 3 December, nr. 12.
Nadat keuringsdata zijn bekend gemaakt, wordt er op gewezen,
dat bij deze keuring nog geen volgorde van koelhuizen voor uitslag
zal worden vastgesteld. Wel wordt er op gewezen, dat zooveel
mogelijk eerst moet worden uitgeslagen uit de koelhuizen in
Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland, opdat de voorraden
in het Westen en Zuiden des lands zoo lang mogelijk in tact blijven.
Mededeeling I.V.Z. dd. 17 December, nr. 14.
Hierin worden wederom eenige keuringsdata bekend gemaakt. Voor
het overige verwijzen wij naar den inhoud van deze mededeeling.
Mededeeling I.V.Z. dd. 18 December, nr. 15.
In de koelhuizen, welke niet zijn vermeld in de Mededeeling
nr. 14, zal boter gekeurd worden tusschen 2 en 8 Januari 1944. De
juiste keuringsdata zullen nog bekend worden gemaakt.
Ten aanzien van den uitslag wordt nogmaals er op gewezen, dat
voorrang moet worden verleend aan de in het Noorden en Oosten van
het land opgeslagen boter. De boter zal in de eerste plaats worden
uitgeslagen uit de koelhuizen te Leeuwarden, Harlingen en Sneek;
de 2e groep wordt gevormd door de koelhuizen te Meppel, Deventer,
Epe en Zutphen, terwijl het laatst voor uitslag in aanmerking komen
de koelhuizen te Amsterdam, Rotterdam, Best en Roermond.
Voor het overige verwijzen wij naar den inhoud van de hierboven
gemelde circulaires, terwijl wij hier volledigheidshalve ook nog
vermelden de circulaires van het Bedrijfschap voor Zuivel dd.
3 December 1943 nr. Bo.H.120 en nr. Bo.129/P.H.105 en voorts dd.
10 December j.l. nr. Bo.H. 121.
VERORDENING OPSLAG APPELEN EN DRUIVEN 1943.
In het Voedselvoorzieningsblad van 7 December 1943 nr.93 is
gepubliceerd een verordening onder de in hoofde dezes vermelden titel,
waarvan wij volledigheidshalve den inhoud hieronder laten volgen.
§ 1. Opslag appelen.
Artikel 1.
1. Het in opslag hebben van bewaarappelen van den oogst 1943 is
verboden.
2. Het in het vorig lid gesteld verbod geldt niet:
a. ten aanzien van hen, die bewaarappelen telen anders dan in be-
dryf, uitsluitend voor zoover betreft bewaarappelen, afkomstig uit
eigen tuin;
b. ten aanzien van telers, wier bedrijf een met fruit, ander dan
fruit onder glas of frambozen, beteelde oppervlakte heeft van 10 are
of minder, dan wel bij verspreide teelt een aantal vruchtboomen
telt, dat 20 of minder bedraagt, uitsluitend voor zoover betreft
bewaarappelen, van eigen teelt afkomstig;
c. ten aanzien van door het Bedrijfschap erkende en als zoodanig
in het register, bedoeld in de "Verordening registratie kleinhande-
laren in groenten en fruit", ingeschreven kleinhandelaren, van wie
de rechtmatig met fruit, ander dan fruit onder glas of frambozen,
beteelde oppervlakte grond 50 are of minder bedraagt, uitsluitend
voor zoover betreft bewaarappelen, van eigen teelt afkomstig;
d. ten aanzien van telers, andere dan die, bedoeld onder b of c,
uitsluitend voor zoover betreft door hen rechtmatig geteelde bewaar-
appelen, opgeslagen hetzij in eigen bedrijf, hetzij in aan anderen
toebehoorende bewaarplaatsen of koelhuisruimten;
e. ten aanzien van koopers van ongeoogst fruit, voor zoover betreft
door hen rechtmatig op stam gekochte bewaarappelen, opgeslagen
hetzij in eigen, hetzij in aan anderen toebehoorende bewaarplaatsen
of koelruimten; * Logistiek van Boter: De tekst onthult een bewuste strategie van de autoriteiten om de botervoorraden in de "Randsstad" (Westen) en het Zuiden zo lang mogelijk te sparen. Door eerst de voorraden in de productiegebieden (Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland) te distribueren ("uitslag"), trachtte men transportrisico's te beperken en een reserve dicht bij de grote bevolkingscentra te houden.
* Regulering en Controle: De opslag van appelen van de oogst van 1943 wordt in principe verboden. Dit was een draconische maatregel om de volledige controle over de voedselketen te behouden, zwarte handel te voorkomen en te zorgen dat de oogst direct via de officiële distributiekanalen beschikbaar kwam.
* Uitzonderingen: De tekst specificeert nauwkeurig wie wel mag opslaan: particulieren met een kleine tuin, kleinschalige telers (minder dan 10 are of 20 bomen) en geregistreerde handelaren met beperkt eigen areaal. Dit toont aan dat de regelgeving gericht was op het beheersen van de grote commerciële voorraden, terwijl kleinschalige zelfvoorziening binnen strikte marges werd getolereerd. Dit document stamt uit december 1943, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland zijn vierde winter inging. De voedselschaarste nam hand over hand toe en de distributie werd steeds complexer. De Nederlandse overheid (onder Duits toezicht) gebruikte organen zoals het I.V.Z. en de Bedrijfschappen om de schaarse middelen te rantsoeneren.
De "Verordening Opslag Appelen en Druiven" is een voorbeeld van de toenemende regeldruk waarbij vrijwel elk aspect van de landbouwproductie onder staatscontrole kwam te staan. Het feit dat boter uit het Noorden en Oosten als eerste werd gedistribueerd, weerspiegelt de groeiende logistieke problemen (brandstoftekorten en spoorwegbeperkingen) die het verplaatsen van voedsel door het land bemoeilijkten. De teksten bieden een unieke inkijk in de bureaucratische afhandeling van de honger en schaarste tijdens de oorlogsjaren.