Getypte ambtelijke brief/correspondentie.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/correspondentie. 22 januari 1945. De Directeur (specifieke dienst niet vermeld, vermoedelijk een gemeentelijke instelling). 8a/115/3M.
[Handgeschreven: Ven 25/1] [Paraaf: v. Barn] VB/HB.
22 Januari 1945.
Den Heer Burgemeester van
Amsterdam,
Afdeeling Arbeidszaken,
Raadhuis,
A l h i e r .
===========
Naar aanleiding van Uw circulaire d.d. 15
Januari jl. no.1870 ae Arb.1944, heb ik de eer
U in bijlage dezes een exemplaar te doen toe-
komen van een aan mijn personeel uitgereikte
kennisgeving no.185.
De Directeur, Het betreft een formele geleidebrief waarbij een kopie van een interne personeelsmededeling (kennisgeving no. 185) wordt overhandigd aan het Amsterdamse stadsbestuur. De brief is een directe reactie op een circulaire van de Afdeling Arbeidszaken van slechts een week eerder. De gehanteerde taal is strikt ambtelijk en beleefd ("heb ik de eer", "dezes").
Opmerkelijk is de administratieve precisie: ondanks de datum (midden in de Hongerwinter) wordt er nauwkeurig verwezen naar dossiernummers en data. De handgeschreven notitie "Ven 25/1" (mogelijk 'Verzonden' of 'Verschenen') duidt op de interne verwerking door de administratie drie dagen na datering. Dit document is geschreven op 22 januari 1945, een dieptepunt in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De stad bevond zich midden in de Hongerwinter; er was een extreem tekort aan voedsel, brandstof en elektriciteit.
De correspondentie met de "Afdeeling Arbeidszaken" suggereert dat de bijgevoegde kennisgeving waarschijnlijk te maken had met de precaire situatie van het personeel, zoals werktijden onder invloed van de spertijd, rantsoenering, of mogelijk maatregelen tegen de Duitse Arbeitseinsatz. Het feit dat de bureaucratie bleef doorlopen met circulaires en officiële antwoorden, illustreert hoe het ambtelijk apparaat onder de bezetting trachtte de orde en controle te handhaven, zelfs onder de meest extreme omstandigheden.
Samenvatting
Het betreft een formele geleidebrief waarbij een kopie van een interne personeelsmededeling (kennisgeving no. 185) wordt overhandigd aan het Amsterdamse stadsbestuur. De brief is een directe reactie op een circulaire van de Afdeling Arbeidszaken van slechts een week eerder. De gehanteerde taal is strikt ambtelijk en beleefd ("heb ik de eer", "dezes").
Opmerkelijk is de administratieve precisie: ondanks de datum (midden in de Hongerwinter) wordt er nauwkeurig verwezen naar dossiernummers en data. De handgeschreven notitie "Ven 25/1" (mogelijk 'Verzonden' of 'Verschenen') duidt op de interne verwerking door de administratie drie dagen na datering.
Historische Context
Dit document is geschreven op 22 januari 1945, een dieptepunt in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De stad bevond zich midden in de Hongerwinter; er was een extreem tekort aan voedsel, brandstof en elektriciteit.
De correspondentie met de "Afdeeling Arbeidszaken" suggereert dat de bijgevoegde kennisgeving waarschijnlijk te maken had met de precaire situatie van het personeel, zoals werktijden onder invloed van de spertijd, rantsoenering, of mogelijk maatregelen tegen de Duitse Arbeitseinsatz. Het feit dat de bureaucratie bleef doorlopen met circulaires en officiële antwoorden, illustreert hoe het ambtelijk apparaat onder de bezetting trachtte de orde en controle te handhaven, zelfs onder de meest extreme omstandigheden.