Brief op officieel briefpapier.
Origineel
Brief op officieel briefpapier. 14 februari 1944. G. Wedekind, Sachbearbeiter (dossierbehandelaar) bij de Omnia Treuhandgesellschaft M.B.H. G. WEDEKIND
SACHBEARBEITER
DER
OMNIA TREUHANDGES.
M. B. H.
APELDOORN, 14.Februar 1944
Waltersingel 85
An das Marktwezen,
Amsterdam. N.
Jan van Galenstraat 14
Betr.: Vent- of Martvergunningen Joodsche Venters.
Wir senden Ihnen in der Anlage abermals eine Aufstellung mit Namen von einer Anzahl Judenunternehmen in Amsterdam, die wir zu liquidieren haben. Es sind fast alle Hausierer oder Markthändler.
Wir bitten Sie höflichst um Angabe ob und wenn ja, unter welcher Nummer diese Juden beim Marktwezen eingetragen waren (Sie geben dan bitte wieder an: E Nr. .....) und wann sie bei Ihrem Büro gestrichen worden sind (also: G 4-11-41 o.dgl.) Weitere Angaben benötigen wir nicht. Sie finden in der Liste auch Namen, wobei angegeben ist z.B. dass der Jude "Schuhmacher" war. Es ist auch dann nicht ausgeschlossen, dass der Jude anfänglich doch Markthändler oder Hausierer war und nachdem es ihm untersagt war selbständig Geschäfte zu machen, Schuhmachergehilfe, Brotbäckergehilfe u.s.w. wurde. Wenn Sie in solche Fällen den ursprünglichen Beruf oder das Gewerbe des Juden angeben könnten, wären wir Ihnen dankbar.-
Wir bitten um schnellste Erledigung, damit wir die Liquidationen abschliessen können und sagen Ihnen für Ihre Bemühungen im Voraus besten Dank.
Heil Hitler !
DER TREUHÄNDER
OMNIA
Treuhandgesellschaft M.B.H.
i.V. [handtekening]
1 Anlage. * Doel van de brief: De Omnia Treuhandgesellschaft verzoekt de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam om specifieke informatie over Joodse marktkooplieden en straatventers. Ze willen weten onder welk nummer (E-nummer) deze mensen geregistreerd stonden en wanneer hun vergunning is ingetrokken.
* Bureaucratische roof: De brief illustreert de methodische wijze waarop de economische uitsluiting en onteigening van Joden plaatsvond. Omnia was een instantie die door de Duitse bezetter was aangesteld om Joodse bedrijven te 'beheren', wat in de praktijk bijna altijd neerkwam op liquidatie (opheffing en verkoop van activa) of 'arisering'.
* Sociale degradatie: De tekst maakt melding van het feit dat Joodse handelaren, nadat hun het recht op zelfstandig ondernemerschap was ontnomen, vaak als knecht (bijv. schoenmakersgezel of bakkersknecht) aan de slag gingen om te overleven. De bezetter wilde echter hun oorspronkelijke status als ondernemer achterhalen om de liquidatie van hun voormalige zaakjes administratief af te kunnen ronden.
* Toon: De brief is geschreven in een zakelijke, ambtelijke stijl, maar de afsluiting met "Heil Hitler!" en het gebruik van de term "Judenunternehmen" benadrukken het ideologische en dwingende karakter van de bezettingsbureaucratie. In de bezette Nederlanden werden Joden vanaf 1940 stapsgewijs uit het economische leven verdrongen. Vanaf november 1941 werd het Joden verboden om op openbare markten te staan of als straatventer actief te zijn. De Omnia Treuhandgesellschaft speelde een centrale rol in de diefstal van Joods bezit; zij richtten zich vooral op de kleinere bedrijven en zelfstandigen.
Op de datum van deze brief, februari 1944, waren de meeste Joodse Amsterdammers al gedeporteerd naar concentratie- en vernietigingskampen. Deze correspondentie betreft de administratieve "afwikkeling" van de bezittingen en vergunningen van mensen die op dat moment vaak al niet meer in leven waren of vastzaten in de kampen. Het stempel van het Marktwezen toont aan hoe de gemeentelijke diensten van Amsterdam meewerkten aan de informatievoorziening voor deze liquidatieprocessen.