Typschrift (waarschijnlijk een doorslag/kopie van een officiële verzonden brief).
Origineel
Typschrift (waarschijnlijk een doorslag/kopie van een officiële verzonden brief). 31(?) mei 1944 (getypt staat "3/ Mei 1944", maar de tekst verwijst naar een brief van 9 mei, wat duidt op 31 mei). De Wethouder voor de Levensmiddelen van de Gemeente Amsterdam (J.L. Strak). Den heer J. Bommels, 3de Egelantiersdwarsstraat 11 I, Amsterdam. den heer J. Bommels,
3de Egelantiersdwarsstr.11 I
A l h i e r (C)
[stempel:] № 464ᵇ/77/3 M.1944 ⁵/₆
[handgeschreven:] S. cl. [onleesbare parafen]
3/ Mei 1944.
L.L.432
- 1944 -
toewijzing visch.
In antwoord op Uw schrijven van 9 Mei 1944 deel ik U mede, dat mij wordt gerapporteerd, dat U niet met de groep vischrookers kunt worden vergeleken, aangezien U nimmer versche visch hebt verwerkt. U handelde in haring en verkocht ook wel wat gerookte visch.
Op grond hiervan kunt U niet in de vischverdeeling voor versche visch worden opgenomen.
VM
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,
[stempel:] (get.) J. L. Strak Dit document is een ambtelijke afwijzing op een verzoek van een kleine handelaar uit de Jordaan (Amsterdam). De heer Bommels had blijkbaar een aanvraag ingediend om opgenomen te worden in de officiële distributie van verse vis.
De kern van de afwijzing is categorisering. De gemeente stelt dat Bommels geen "visroker" is in de strikte zin van het woord, omdat hij zelf geen verse vis verwerkt (rookt), maar enkel handelde in haring en reeds gerookte vis. De bureaucratische logica dicteert dat hij daarom geen recht heeft op een toewijzing van verse vis. Dit illustreert hoe de overheid tijdens de bezettingsjaren de volledige controle probeerde te houden over de schaarse goederenstromen door middel van rigide definities van beroepsgroepen. Het document dateert van mei 1944, een periode van extreme schaarste in het bezette Nederland. De voedselvoorziening stond onder zware druk door de Duitse vorderingen en de stagnerende import. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een cruciale rol in het Amsterdamse distributieapparaat.
Johannes Lodewijk Strak (1893-1954), wiens stempel onder de brief staat, was een NSB-wethouder die door de bezetter was aangesteld. Zijn portefeuille was breed en weerspiegelde de noodzaak om basale levensbehoeften en hygiëne (zoals de vermelde wasch- en badinrichtingen) centraal aan te sturen in een stad waar tekorten aan alles ontstonden. Voor kleine zelfstandigen in wijken als de Jordaan betekende een dergelijke afwijzing vaak het einde van hun nering, aangezien er buiten het officiële toewijzingssysteem (behalve op de zwarte markt) nauwelijks legaal aan handelsproducten te komen was. Bommels had (De heer) J. Bommels J.L. Strak L. Strak Gemeente Amsterdam NSB
Samenvatting
Dit document is een ambtelijke afwijzing op een verzoek van een kleine handelaar uit de Jordaan (Amsterdam). De heer Bommels had blijkbaar een aanvraag ingediend om opgenomen te worden in de officiële distributie van verse vis.
De kern van de afwijzing is categorisering. De gemeente stelt dat Bommels geen "visroker" is in de strikte zin van het woord, omdat hij zelf geen verse vis verwerkt (rookt), maar enkel handelde in haring en reeds gerookte vis. De bureaucratische logica dicteert dat hij daarom geen recht heeft op een toewijzing van verse vis. Dit illustreert hoe de overheid tijdens de bezettingsjaren de volledige controle probeerde te houden over de schaarse goederenstromen door middel van rigide definities van beroepsgroepen.
Historische Context
Het document dateert van mei 1944, een periode van extreme schaarste in het bezette Nederland. De voedselvoorziening stond onder zware druk door de Duitse vorderingen en de stagnerende import. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een cruciale rol in het Amsterdamse distributieapparaat.
Johannes Lodewijk Strak (1893-1954), wiens stempel onder de brief staat, was een NSB-wethouder die door de bezetter was aangesteld. Zijn portefeuille was breed en weerspiegelde de noodzaak om basale levensbehoeften en hygiëne (zoals de vermelde wasch- en badinrichtingen) centraal aan te sturen in een stad waar tekorten aan alles ontstonden. Voor kleine zelfstandigen in wijken als de Jordaan betekende een dergelijke afwijzing vaak het einde van hun nering, aangezien er buiten het officiële toewijzingssysteem (behalve op de zwarte markt) nauwelijks legaal aan handelsproducten te komen was.