Brief op voorbedrukt briefpapier van een rechtskundig bureau.
Origineel
Brief op voorbedrukt briefpapier van een rechtskundig bureau. 9 februari 1944. Rechtskundig Bureau „unicum” (Heerengracht 1, Amsterdam), getekend door Bootsma. Weled. Heer Stam, Gemeentelijke Visafslag te Amsterdam. RECHTSKUNDIG BUREAU
„unicum”
Advies in - en behandeling van alle
Rechtszaken – Incasso’s, enz.
Inlichten en bijhouden van
Administratiën, opmaken balansen
en inventarissen, enz.
Amsterdam, 9 Februari 194 4
Heerengracht 1 - Tel. 40060
[Stempel: Nº 46c/5/1 M. 1944 10/2]
Weled. Heer Stam
Gem. Vischafslag
te Amsterdam
Weled. Heer,
De heer A. Hendriks, Nieuwe Kerkstraat 90, alhier, beklaagde er zich over dat hem door een ambtenaar der Centrale Controledienst (Nº 2508) ten onrechte procesverbaal is aangezegd, terwijl deze ambtenaar het doet voorkomen alsof de visch, welke in beslag werd genomen, van eerstgenoemde afkomstig zou zijn.
Waar bij het in beslagnemen van de bovenbedoelde visch aan de heeren Ambtenaren uitdrukkelijk is te kennen gegeven en aangetoond, dat deze niet aan Hendriks doch aan Mw. v. Brederode toebehoorde, draagt cliënt ons op te bewerkstelligen dat het procesverbaal wordt ingetrokken.
In verband met deze opdracht verzoeken wij U – mede namens den heer A. Hendriks – beleefd doch dringend, met het doorzenden der op deze kwestie betrekking hebbende bescheiden, enkele dagen te willen wachten.
U bij voorbaat dankend,
Hoogachtend,
Uw dw
[Signatuur: Bootsma]
[Aantekening linksonder:]
Wendt tot C.C.D.
Wij geen verband gemaakt.
14-2-44 In deze brief protesteert het rechtskundig bureau „unicum” namens hun cliënt, de heer A. Hendriks, tegen een proces-verbaal dat is opgemaakt door de Centrale Controledienst (CCD). De kern van de zaak is een partij vis die door de CCD in beslag is genomen. De ambtenaar in kwestie (nummer 2508) heeft gerapporteerd dat de vis van Hendriks was, terwijl Hendriks en zijn gemachtigde stellen dat de vis eigendom was van een zekere Mevrouw van Brederode.
Het bureau verzoekt de heer Stam van de Gemeentelijke Visafslag om de doorzending van de relevante documenten enkele dagen aan te houden, vermoedelijk om tijd te winnen voor juridische stappen om het proces-verbaal ingetrokken te krijgen. De handgeschreven kanttekening onderaan (gedateerd 14 februari 1944) lijkt een interne notitie of een antwoord van de Visafslag te zijn, waarin wordt gesteld dat men zich tot de CCD moet wenden en dat zij "geen verband" hebben gemaakt (mogelijk wijzend op het feit dat zij niet verantwoordelijk zijn voor de administratieve koppeling van de vis aan Hendriks). Het document dateert uit februari 1944, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Controledienst (CCD) speelde in deze periode een cruciale en vaak gehate rol: zij moesten toezien op de naleving van de distributieregels en de economische voorschriften. In een tijd van grote schaarste was de handel in vis streng gereguleerd en was de zwarte markt groot.
Het feit dat er een rechtskundig bureau wordt ingeschakeld om een proces-verbaal over inbeslaggenomen vis aan te vechten, illustreert de juridische strijd die burgers voerden tegen de knellende distributieregels. De Visafslag van Amsterdam was in die tijd een centraal punt voor de legale visaanvoer, maar stond onder streng toezicht van de bezetter en de controle-instanties. De brief toont de complexe bureaucratie en de juridische achterhoedegevechten die plaatsvonden rondom de voedselvoorziening in oorlogstijd. A. Hendriks C.C.D.