Officieel schrijven / Circulaire (Afschrift).
Origineel
Officieel schrijven / Circulaire (Afschrift). 18 oktober 1940. Departement van Sociale Zaken (Afdeling R.A.B.). De Gemeentebesturen. No.18/78/1 M.1940 24/10.
No.966 L.M.1940 22/10. AFSCHRIFT.-
DEPARTEMENT VAN SOCIALE ZAKEN.
Betreffende straatmuzikanten. No.576 Afd.R.A.B.
's-Gravenhage, 18 October 1940.
Door Duitsche autoriteiten is by herhaling myn aandacht gevestigd op het optreden van straatmuzikanten. Onder deze personen bevinden zich talryke jonge menschen, meestàl geen beroepsmusici, die in staat zyn tot het verrichten van meer productieven arbeid en daarom niet als straatmuzikant werkzaam dienen te zyn.
Ik acht het wenschelyk, dat voortaan geen vergunningen tot het maken van straatmuziek meer worden verleend aan personen in de kracht van hun leven, die tot het verrichten van meer productieven arbeid in staat zyn.
Verder is my gebleken, dat jonge krachtige personen, die tot werken in staat zyn, in den laatsten tyd trachten als venter aan den kost te komen, op zoodanige wyze, dat dit venten veel weg heeft van bedelary. Ik verzoek U dit soort venten, dat als een uitwas dient te worden beschouwd, tegen te gaan en daarmede rekening te houden by het verleenen van ventersvergunningen. Aan dergelyke personen zal in voorkomende gevallen werk, zoo noodig in Duitschland, moeten worden aangeboden.
DE WAARNEMEND SECRETARIS-GENERAAL,
WAARNEMEND HOOFD VAN HET DEPARTEMENT
VAN SOCIALE ZAKEN,
w.g. Verwey.
AAN
de Gemeentebesturen.
KENNISGENOMEN:
De Directeur van het Marktwezen,
w.g. Dr. A.v.d. Laan. Dit document is een officiële richtlijn van het Departement van Sociale Zaken aan de Nederlandse gemeentebesturen, uitgevaardigd enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting.
Kernpunten:
1. Duitse druk: De directe aanleiding voor deze maatregel is herhaaldelijk aandringen van de "Duitsche autoriteiten".
2. Verbod op straatmuziek voor jongeren: Er mag geen vergunning meer worden gegeven aan "jonge krachtige personen" voor straatmuziek. Zij moeten "productieven arbeid" verrichten.
3. Beperking van venten: Straatverkoop (venten) door gezonde mannen wordt gelijkgesteld aan "bedelary" en een "uitwas" genoemd. Gemeenten moeten strenger zijn met vergunningen.
4. Arbeid in Duitsland: De meest dwingende passage staat aan het eind: aan deze mannen moet werk worden aangeboden, "zoo noodig in Duitschland". Dit wijst op de vroege stadia van de arbeidsinzet (Arbeitseinsatz).
De toon is bureaucratisch maar dwingend. Het illustreert hoe het Nederlandse ambtelijke apparaat werd ingezet om de Duitse doelstellingen (het mobiliseren van arbeidskrachten voor de oorlogseconomie) uit te voeren. In oktober 1940 was de bezetting van Nederland nog in een relatief vroege fase, maar de druk op de Nederlandse arbeidsmarkt nam snel toe. De Duitsers wilden de "verborgen werkloosheid" en de informele sector (zoals straatmuzikanten en kleine handelaren) elimineren om mannen beschikbaar te krijgen voor de industrie, zowel in Nederland als in het Duitse Rijk.
R.A. Verwey, die het document ondertekende, was de secretaris-generaal van Sociale Zaken. Hij bleef tijdens de bezetting aan in een poging de Nederlandse belangen te behartigen, maar werd in de praktijk vaak een instrument van het Duitse beleid. Dit document laat zien hoe de term "productieve arbeid" werd gebruikt als moreel en juridisch argument om burgers uit hun dagelijkse bezigheden te dwingen richting de gecontroleerde arbeidsmarkt, met het uiteindelijke doel van tewerkstelling in de Duitse oorlogsindustrie. De kwalificatie van venten als "bedelarij" diende om de repressie tegen deze groep maatschappelijk te rechtvaardigen. R.A. Verwey Marktwezen