Officiële brief/correspondentie van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief/correspondentie van de Gemeente Amsterdam. 29 maart 1940. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (namens Burgemeester en Wethouders). GEMEENTE AMSTERDAM Marktbureau 140
Nº 31/19/3 M. 1940 30/3
AMSTERDAM, 29 Maart 1940.
AFD. L.M.
No. 254 -1940-
BIJLAGEN
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD
NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING
VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
H. Kibbeling (?) GEZIEN
Ter kennisneming 3-4-'40. DE INSPECTEUR, m.i. Dr. NP (?)
4/4-40. [handtekening] Bep. [onleesbaar]
T. v. M.
In antwoord op Uw tot Burgemeester en Wethouders
gericht schrijven van 6 Maart j.l. bericht ik U, dat U
niet de toezegging kan worden gedaan, dat voor Uw winkel-
raam geen kraam zal worden geplaatst. Het uitzicht op
Uw zaak wordt door het plaatsen van een kraam er voor
ook nagenoeg niet belemmerd, daar er door het dienstdoende
marktpersoneel zorg voor wordt gedragen, dat de markt-
kraam geen achterzeil heeft. Er zal echter ten deze op
Uw belangen worden gelet, voor zoover dit met de belangen
der Zondagsmarkt vereenigbaar is.
vM
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,
(get.) F. VAN MEURS
Aan den heer H.Prins,
Joden Houttuinen 32,
_A_L_H_I_E_R_ (C).
Model G.A. 6 31
50.000—10—'37 Dit document is een ambtelijke afwijzing op een verzoek van een burger. De heer H. Prins, een winkelier aan de Joden Houttuinen, had de gemeente verzocht om geen marktkraam voor zijn etalage te plaatsen. De gemeente wijst dit verzoek af met het argument dat de marktbelangen zwaarder wegen. Wel wordt er een kleine handreiking gedaan: de kraam voor zijn deur zal geen "achterzeil" krijgen, zodat het zicht op de winkel enigszins behouden blijft. De toon is zakelijk, formeel en beslist. Opvallend is de gedetailleerde functietitel van de verantwoordelijke wethouder (F. van Meurs), die een breed scala aan stedelijke voorzieningen onder zich had. De brief dateert van eind maart 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland. De locatie, Joden Houttuinen 32, bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt in Amsterdam. De straat was bekend om zijn levendige handel en de "Zondagsmarkt" die hier werd gehouden (wat aansluit bij de Joodse traditie waarbij de zaterdag de rustdag was). Veel van de bebouwing in deze wijk, waaronder de Joden Houttuinen, is tijdens de Hongerwinter gesloopt voor brandhout en later in het kader van stadsvernieuwing en de aanleg van de metro/IJtunnel definitief verdwenen. Dit document vormt daarmee een klein maar tastbaar bewijs van het dagelijks leven en de kleine ondernemersstrijd in een verdwenen stukje Amsterdam aan de vooravond van een catastrofale periode. F. van Meurs H. Kibbeling H. Prins L.M. Gemeente Amsterdam