Officiële brief/betalingsherinnering (aanmaning).
Origineel
Officiële brief/betalingsherinnering (aanmaning). 14 januari 1941. De Directeur van het Marktwezen (ondertekend namens hem). Den Heer Den Dulk, Vischhandel, Katwijk aan Zee. A.Z. Model No. 8a-5000-6-'40-1070
Marktwezen Amsterdam
Jan van Galenstraat 14 (West)
D/HG.
Telefoon 85151
Aan : den Heer [handgeschreven 'C'] Den Dulk,
Vischhandel,
Katwijk aan Zee.
Verzoeke bij beantwoording datum en nummer van dezen brief te vermelden
No: 46A/3/1 M.
Bijlagen :
Datum: 14 Januari 1941.
Onderwerp:
Ten vervolge op mijn brief van 14 October jl.no.46A/22/7 M. maak ik U erop opmerkzaam, dat U tot nu toe in gebreke is gebleven, het door U verschuldigde registratierecht over de periode van 1 Juni tot en met 26 Augustus 1940 ad f 0,26 aan mijn dienst te voldoen.
Ik dring er thans bij U op aan onverwijld voor betaling van vorenstaand bedrag zorg te dragen.
De Directeur,
[handtekening]
[handgeschreven paars cijfer '9']
[handgeschreven onderaan:]
Gelieve nog een 1e brief te zenden
gezonden
1/2 . 41 [paraf]
[flinke krul/ondertekening] Deze brief is een formele aanmaning voor een zeer gering bedrag: 0,26 gulden aan "registratierecht". Het betreft een schuld die is opgebouwd in de zomer van 1940. De toon van de brief is ambtelijk en dwingend, zoals blijkt uit het gebruik van de term "onverwijld" (zonder uitstel).
Opvallend is de handgeschreven notitie onderaan de brief. Deze lijkt een interne instructie te zijn voor de administratie. Er staat "Gelieve nog een 1e brief te zenden", wat suggereert dat men ondanks deze brief nog een formele eerste aanmaning wilde versturen, of dat de procedure opnieuw gestart moest worden. Eronder staat genoteerd dat dit op "1/2 . 41" (1 februari 1941) is gebeurd. De brief dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie, waaronder het Marktwezen, bleef gedurende de bezetting functioneren. Het Marktwezen hield toezicht op de handel in de stad, waaronder de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat.
De ontvanger, de heer Den Dulk uit Katwijk aan Zee, was een vishandelaar die vermoedelijk vis aanvoerde of verhandelde op de Amsterdamse markt. De vasthoudendheid van de dienst om een bedrag van slechts 26 cent te innen, illustreert de naugezette (en soms bureaucratische) aard van het overheidstoezicht, zelfs in oorlogstijd. Kort na de datum van deze brief, in februari 1941, zouden de spanningen in Amsterdam escaleren met de Februaristaking, maar in deze administratieve correspondentie is daar nog niets van te merken. A.Z. Model Marktwezen