Getypt doorslagexemplaar van een officiële kennisgeving.
Origineel
Getypt doorslagexemplaar van een officiële kennisgeving. 22 oktober 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Markt- of Visafslag Amsterdam). [Linksboven handgeschreven:] 8 ♡
[Linksboven handgeschreven:] VM
[Rechtsboven handgeschreven:] dith M. de Boer (van de VM. Handen) [?]
Gezonden aan:
No.46A/46/2 M J.A.Westhoff 1e J.v.d.Heydenstraat 70 hs
No.46A/46/3 M J.F.Jansen Reinwardtstraat 92 I
No.46A/47/2 M J.Wynschenk Vrolikstraat 50 II
No.46A/47/3 M J.Vischjager Joubertstraat 5 II
No.46A/47/4 M D.Wynschenk Blasiusstraat 73 III
No.46A/47/5 M L.Vrachtdoender Blasiusstraat 109 I
22 October 1941.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 21 dezer niet hebt gehouden aan de bepalingen van het door de Nederlandsche Visscherycentrale uitgevaardigde Reglement voor de verdeeling van visch in den Gemeentelyken afslag, alhier.
Op grond van het bepaalde in artikel 7 van voornoemd Reglement sluit ik U mitsdien tot nader order van deze verdeeling uit.
De Directeur, Het document is een officiële strafmaatregel tegen zes individuen die werkzaam waren in de vishandel. Zij worden ervan beschuldigd zich op 21 oktober 1941 niet te hebben gehouden aan de regels van de Nederlandsche Visscherycentrale (NVC) betreffende de verdeling van vis op de gemeentelijke afslag.
De consequentie is zwaar: zij worden "tot nader order" uitgesloten van de visverdeling. In een tijd van schaarste en distributie betekende dit effectief een beroepsverbod of het ontnemen van de mogelijkheid om handel te drijven. De adressen (o.a. Vrolikstraat, Blasiusstraat, Joubertstraat) situeren de betrokkenen hoofdzakelijk in Amsterdam-Oost.
Opvallend zijn de namen op de lijst. Namen zoals Wynschenk, Vischjager en Vrachtdoender zijn typisch Joods-Amsterdamse namen. Gezien de datum (oktober 1941) en de systematiek van de bezetter om Joodse ondernemers uit het economische leven te weren, is het zeer waarschijnlijk dat deze administratieve maatregel onderdeel was van de bredere Jodenvervolging of specifiek gericht was op het treffen van Joodse markthandelaren onder het voorwendsel van een reglementsovertreding. Tijdens de Duitse bezetting werd de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via centrale organisaties zoals de Nederlandsche Visscherycentrale. Overtredingen van de distributieregels werden streng bestraft.
In 1941 werden de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam steeds nijpender. Joodse handelaren werden geweerd van openbare markten en hun bewegingsvrijheid werd beperkt. De uitsluiting van de afslag was een methode om hen hun middelen van bestaan te ontnemen. Uit historisch onderzoek (zoals in het Joods Monument) blijkt dat veel van de op deze lijst genoemde personen de oorlog niet hebben overleefd; zo werden de broers Wynschenk en de heer Vischjager later gedeporteerd en vermoord in de kampen. Dit document vormt een schakel in de bureaucratische uitsluiting die aan die deportaties voorafging. M. de Boer