Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 460
Dossier 100
Jaar 1941
Stadsarchief

Dagrapport van de Dienst van het Marktwezen Amsterdam.

Dinsdag 21 oktober 1941.

Origineel

Dagrapport van de Dienst van het Marktwezen Amsterdam. Dinsdag 21 oktober 1941. MARKTWEZEN AMSTERDAM
No 46 A / 47 / 1 | M. 1941 | 22/10
Controleur: C. L. F. Kok.

DAGRAPPORT van Dinsdag 21 October 1941.

Aan den Heer Inspecteur voor het Marktwezen. Alhier.

Betreffende goedkoope visch.

1. [Aantekening in marge: 22/10/41, No 46, M/47/2, Vrolikstraat 50]
J. Wijnschenk - Standplaatshouder. Iepenplein t/o No 12.
Deze had ontvangen: 30 pond snoekbaars - en verkocht deze voor 55 ct per 1/2 kg.
Had tevens nog op zijn stal: 32 pond voorn, welke hij voor 26 ct per 1/2 kg. verkocht. Deze had hij nog in voorraad van Maandag j.l. verklaarde hij mij.
Ook stond op zijn stal 38 pond voorn, welke toebehoorde aan J. Kirchjager, venter, ventvergunning 27-207. Ik heb hem meegedeeld dat dat niet mocht en Kirchjager zelf ze moest venten. Kirchjager en Wijnschenk zeiden dat het voor elkaarkwam, maar een uur later stond de voorn er nog en hielp V. v. Wijnschenk met het schoonmaken van visch, terwijl ik vermoed dat Wijnschenk onbekende voorn verkocht had, aangezien de voorraad afnam: rijkelijk minder leek.

2. [Aantekening in marge: No 3 (doorgehaald?), No 47, 22/10/41, Joubertstraat 5 II]
J. Kirchjager - Venter. Ventvergunning 27-207. Oost.
Deze had ontvangen: 38 pond voorn, welke hij verkocht voor 23 ct. per 1/2 kg. Ik heb vermoeden dat Kirchjager zijn voorn grootendeels aan J. Wijnschenk heeft afgestaan. Ik heb hem er opmerkzaam op gemaakt, maar hij beweerde van niet, alhoewel Wijnschenk de voorn in zijn handel had staan, en ik u daarover heb laten halen.

3. [Aantekening in marge: 3, No 4, 22/10/41, Blasiusstraat 73 III]
D. Wijnschenk - Standplaatshouder. Iepenplein t/o 10.
Deze had ontvangen: 30 pond snoekbaars, verkoop 55 ct. per 1/2 kg.
Tegen 12 uur was D. Wijnschenk ontevr. [ontevreden] los hiervan, hij was niet tevreden over de gang van zaken, wilde liever 100 of 200 pond hebben. Om half vijf had D.W. echter wederom een 30 pond snoekbaars op zijn stal liggen. Deze waren afkomstig van zijn zoon uit de Blasiusstraat. Zijn zoon had 120 pond ontvangen en hij hielp hem mee om los te komen. Ik heb hem medegedeeld, dat dit niet juist was en dat ik het rapporteeren moest.

--- Dit dagrapport biedt een gedetailleerd inkijkje in de handhaving van de distributieregels voor vis tijdens de Duitse bezetting. De focus ligt op drie marktkooplieden/venters op en rond het Iepenplein in Amsterdam-Oost.

  • Vermeende overtredingen: De controleur (Kok) signaleert onregelmatigheden bij het overdragen van voorraden tussen handelaren. J. Wijnschenk verkoopt vermoedelijk de vis van venter Kirchjager, wat niet is toegestaan (venters moeten hun eigen waar verkopen). Bij D. Wijnschenk is er sprake van het overnemen van voorraad (snoekbaars) van zijn zoon om de verkoop te bespoedigen ("om los te komen").
  • Prijzen: De snoekbaars wordt verkocht voor 55 cent per pond (1/2 kg), terwijl voorn tussen de 23 en 26 cent kost. Dit betreft gereguleerde prijzen voor de zogenaamde "goedkoope visch".
  • Handhavingsstijl: De controleur is achterdochtig ("ik vermoed", "rijkelijk minder leek") en confronterend. Hij wijst de handelaren direct op de regels en kondigt rapportage aan bij de inspecteur.
  • Sociale aspecten: De namen Wijnschenk zijn bekende namen in de Joodse gemeenschap van Amsterdam-Oost (de Transvaal- en Oosterparkbuurt). Het rapport toont de onderlinge hulpvaardigheid tussen familieleden en collega-handelaren om van hun toegewezen distributievoorraad af te komen, wat door de autoriteiten als "niet juist" werd bestempeld.

--- In oktober 1941 was de schaarste in Nederland reeds nijpend. De distributiestamkaart en bonkaarten bepaalden wat men mocht kopen, en de overheid stelde maximumprijzen vast om de zwarte handel te bestrijden.

Vis was een belangrijk surrogaat voor het schaarse vlees. De term "goedkoope visch" verwijst naar specifieke acties van de overheid om vis (vaak zoetwatervis zoals voorn en snoekbaars uit de IJsselmeervisserij) tegen lage, vastgestelde prijzen voor het volk beschikbaar te stellen. Het Marktwezen had de taak om toe te zien dat handelaren zich strikt aan de toegewezen hoeveelheden en locaties hielden.

Geografisch gezien speelt dit zich af in het hart van de Joodse wijken in Oost. In deze periode (najaar 1941) werden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter steeds strenger, hoewel dit specifieke rapport zich strikt beperkt tot de economische ordening en marktvoorschriften. De betrokken adressen (Vrolikstraat, Blasiusstraat, Joubertstraat) vormen het decor van een gemeenschap die onder grote druk stond om te overleven. D. Wijnschenk F. Kok J. Kirchjager J. Wijnschenk Marktwezen

Samenvatting

Dit dagrapport biedt een gedetailleerd inkijkje in de handhaving van de distributieregels voor vis tijdens de Duitse bezetting. De focus ligt op drie marktkooplieden/venters op en rond het Iepenplein in Amsterdam-Oost.

  • Vermeende overtredingen: De controleur (Kok) signaleert onregelmatigheden bij het overdragen van voorraden tussen handelaren. J. Wijnschenk verkoopt vermoedelijk de vis van venter Kirchjager, wat niet is toegestaan (venters moeten hun eigen waar verkopen). Bij D. Wijnschenk is er sprake van het overnemen van voorraad (snoekbaars) van zijn zoon om de verkoop te bespoedigen ("om los te komen").
  • Prijzen: De snoekbaars wordt verkocht voor 55 cent per pond (1/2 kg), terwijl voorn tussen de 23 en 26 cent kost. Dit betreft gereguleerde prijzen voor de zogenaamde "goedkoope visch".
  • Handhavingsstijl: De controleur is achterdochtig ("ik vermoed", "rijkelijk minder leek") en confronterend. Hij wijst de handelaren direct op de regels en kondigt rapportage aan bij de inspecteur.
  • Sociale aspecten: De namen Wijnschenk zijn bekende namen in de Joodse gemeenschap van Amsterdam-Oost (de Transvaal- en Oosterparkbuurt). Het rapport toont de onderlinge hulpvaardigheid tussen familieleden en collega-handelaren om van hun toegewezen distributievoorraad af te komen, wat door de autoriteiten als "niet juist" werd bestempeld.

Historische Context

In oktober 1941 was de schaarste in Nederland reeds nijpend. De distributiestamkaart en bonkaarten bepaalden wat men mocht kopen, en de overheid stelde maximumprijzen vast om de zwarte handel te bestrijden.

Vis was een belangrijk surrogaat voor het schaarse vlees. De term "goedkoope visch" verwijst naar specifieke acties van de overheid om vis (vaak zoetwatervis zoals voorn en snoekbaars uit de IJsselmeervisserij) tegen lage, vastgestelde prijzen voor het volk beschikbaar te stellen. Het Marktwezen had de taak om toe te zien dat handelaren zich strikt aan de toegewezen hoeveelheden en locaties hielden.

Geografisch gezien speelt dit zich af in het hart van de Joodse wijken in Oost. In deze periode (najaar 1941) werden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter steeds strenger, hoewel dit specifieke rapport zich strikt beperkt tot de economische ordening en marktvoorschriften. De betrokken adressen (Vrolikstraat, Blasiusstraat, Joubertstraat) vormen het decor van een gemeenschap die onder grote druk stond om te overleven.

Genoemde Personen 4

Locaties

Joubertstraat (Joodse Markt)

Producten

Oorlogssurrogaten: Surrogaat Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch Vis & Zee: Zoetwatervis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →