Getypte officiële brief/betalingsherinnering (doorslag of stencil).
Origineel
Getypte officiële brief/betalingsherinnering (doorslag of stencil). 9 juni 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst van de Gemeente Amsterdam). 85/1/21 N. 9 Juni 1941.
Hiermede breng ik onder Uw aandacht, dat U op 31 Mei jl.
ter zake van het plaatsen van kramen e.d. op de markten een bedrag
van $f$ aan mijn dienst verschuldigd is.
Ik geef U thans alsnog de gelegenheid dit bedrag binnen
vier dagen na dato dezes te betalen bij den kassier van mijn dienst,
bij gebreke waarvan ik het Gemeentebestuur zal voorstellen de U ver-
leende vergunning in te trekken.
De Directeur,
Gezonden aan: Bedrag
G.D. de Vre & Zn., WillemsPastoorstraat 59 $f$ 1,06
B. Siebbeles, Madurastraat 42 hs " 2,13
A.J. Roger, Lindengracht 256 " 3,18
J.C. Meyer, Jac.v.Lennepstraat 170 " 2,10
A. Jansen, Lindenstraat 93 " 2,78
L.M. Geerling, Alb.Cuypstraat 143 " 3,72
Wed. Schelvis, Rapenburgerstraat 102 II " 1,80
N.v. Gelder, Waterlooplein 53 " 3,--
J. Fleijsman, Lindengracht 158 II "17,16
J. Brand, Houtrijkstraat 75 II " 7,86
F. Wayeret, 1e v.d.Helststraat 19 "10,35 * Inhoud: De brief is een laatste waarschuwing aan een groep marktkooplieden die op 31 mei 1941 nog een schuld hadden uitstaan voor het plaatsen van kramen. De directeur van de betreffende dienst dreigt met het intrekken van de marktvergunning als er niet binnen vier dagen wordt betaald.
* Vorm: Het is een circulair schrijven waarbij de specifieke bedragen en namen onderaan zijn toegevoegd. De bedragen variëren van een bescheiden 1,06 gulden tot 17,16 gulden.
* Locus: De genoemde straten (Lindengracht, Albert Cuypstraat, Waterlooplein, Rapenburgerstraat) zijn bekende marktlocaties of straten in de buurt van markten in Amsterdam. De Rapenburgerstraat en het Waterlooplein lagen in het hart van de toenmalige Joodse buurt.
* Opvallend: Meerdere namen op de lijst (zoals Schelvis, Van Gelder, Fleijsman) zijn veelvoorkomende namen binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam in die tijd. * Historische periode: De brief is gedateerd op 9 juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
* Anti-Joodse maatregelen: In 1941 intensiveerden de nazi-bezetters hun vervolging van de Joodse bevolking. Vanaf begin 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds meer beperkt in hun bewegingsvrijheid. In de loop van 1941 werden Joden uiteindelijk geweerd van de reguliere markten en verbannen naar specifieke "Joodse markten".
* Administratieve druk: Dit document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie tijdens de bezetting bleef functioneren en druk uitoefende op burgers, waaronder Joodse Amsterdammers die in deze periode al onder enorme economische en sociale druk stonden. Voor velen van hen was het behoud van de marktvergunning de enige bron van inkomsten. De naam "Wed. Schelvis" (Weduwe Schelvis) op de Rapenburgerstraat komt bijvoorbeeld voor in archieven van slachtoffers van de Holocaust, wat de tragische achtergrond van deze schijnbaar banale administratieve sommatie onderstreept. A. Jansen A.J. Roger B. Siebbeles F. Wayeret G.D. de Vre J. Brand J. Fleijsman J.C. Meyer L.M. Geerling Gemeente Amsterdam