Archief 745
Inventaris 745-377
Pagina 4
Dossier 109
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief.

7 Januari 1942. Van: Onbekend (geparafeerd VD/HG).

Origineel

Getypte ambtelijke brief. 7 Januari 1942. Onbekend (geparafeerd VD/HG). VD/HG.

37/6/1 M.
7 Januari 1942.

Vraagstukken verband
houdende met ariseering.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder verwijzing naar het telefonisch gesprek, dat U jl. Zaterdagavond met mij hebt gevoerd heb ik de eer U het volgende te berichten.
Door een bezoek van een der leden der firma Hakker was mij bekend, dat deze firma moet liquideeren (zie hieromtrent mijn brief van 31 December 1941 No. 18/15/19 M.) Naar aanleiding van Uw mededeeling, dat door een lid der familie Hakker thans clandestien zou worden gevent dan wel standplaats zou worden ingenomen is hierop thans contrôle ingesteld.
Daar ik uit de omstandigheden meen te mogen afleiden, dat de noodzakelijke voorwaarden voor toelating tot de Centrale Markt ten aanzien van de fa. Hakker zijn vervallen (deze firma bezit namelijk thans niet meer de "kwaliteit" van kooper op de Centrale Markt) wordt vanaf 6 dezer aan de leden der genoemde firma en aan hun personeel, geen toegang meer tot de Centrale Markt verleend.
Ik merk hierbij op, dat mijn dienst van liquidaties als bovenbedoeld nimmer mededeeling wordt gedaan (behoudens in zeer enkele gevallen door de betrokkenen zelf), waardoor het mogelijk is, dat personen of firma's, die hebben moeten liquideeren, op de markten worden toegelaten.
Uit mededeelingen van den op de Centrale Markt gevestigden grossier Presser is korten tijd geleden gebleken, dat deze zaak eveneens bevel tot liquidatie heeft gekregen. Presser zou echter alsnog trachten ontheffing van dit bevel te verkrijgen. Uit een dezerzijds bij betrokkene nader ingesteld onderzoek blijkt thans, dat bedoelde ontheffing niet wordt verleend. Hoewel de zaak van Presser dus geliquideerd had moeten zijn is hij zonder meer doorgegaan met het doen van zaken. Hij heeft bij mijn dienst n.b. een aanvrage ingediend om het door hem op de Centrale Markt gehuurde pakhuis voor het jaar 1942 opnieuw te mogen inhuren! Dit document is een ambtelijk schrijven dat de bureaucratische uitvoering van de 'ariseering' (het onteigenen of liquideren van Joodse bedrijven) in Amsterdam illustreert. De toon is zakelijk en procedureel, maar de inhoud getuigt van de actieve uitsluiting van Joodse handelaren uit het economische leven.

De kernpunten uit de brief zijn:
1. Uitsluiting van Firma Hakker: Naar aanleiding van geruchten over 'clandestien' venten, is de controle opgevoerd. De firma heeft de status van 'koper' verloren en de toegang tot de Centrale Markt is per direct (6 januari 1942) ontzegd aan zowel directie als personeel.
2. Informatiegebrek: De schrijver klaagt dat zijn dienst niet automatisch op de hoogte wordt gesteld van liquidatiebevelen, waardoor Joodse handelaren soms langer dan 'toegestaan' op de markten actief blijven.
3. Casus Presser: Grossier Presser wordt specifiek genoemd als iemand die ondanks een liquidatiebevel probeerde door te werken en zelfs een nieuwe huuraanvraag indiende voor zijn pakhuis. De brief bevestigt dat zijn verzoek om ontheffing is afgewezen. De brief dateert van januari 1942, een cruciale periode in de Duitse bezetting van Nederland. De anti-Joodse maatregelen volgden elkaar in hoog tempo op. De term 'ariseering' verwijst naar het proces waarbij Joods bezit werd overgedragen aan 'Ariërs' of, zoals in dit document, waarbij Joodse bedrijven simpelweg werden geliquideerd om hen uit de economie te verwijderen.

De Centrale Markt in Amsterdam was het logistieke hart van de voedselvoorziening. Door Joodse handelaren (zoals de firma Hakker en grossier Presser) de toegang te ontzeggen, werd hen niet alleen hun inkomen ontnomen, maar werd ook de Joodse invloed op de voedseldistributie volledig geëlimineerd. Het document toont de nauwe samenwerking tussen de Amsterdamse gemeentelijke diensten (zoals het wethouderschap van Levensmiddelen) en de bezettingsautoriteiten bij het handhaven van deze uitsluitingsmaatregelen. De genoemde namen (Hakker en Presser) zijn typisch Joods-Amsterdamse namen die destijds veelvuldig in de markthandel voorkwamen.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk schrijven dat de bureaucratische uitvoering van de 'ariseering' (het onteigenen of liquideren van Joodse bedrijven) in Amsterdam illustreert. De toon is zakelijk en procedureel, maar de inhoud getuigt van de actieve uitsluiting van Joodse handelaren uit het economische leven.

De kernpunten uit de brief zijn:
1. Uitsluiting van Firma Hakker: Naar aanleiding van geruchten over 'clandestien' venten, is de controle opgevoerd. De firma heeft de status van 'koper' verloren en de toegang tot de Centrale Markt is per direct (6 januari 1942) ontzegd aan zowel directie als personeel.
2. Informatiegebrek: De schrijver klaagt dat zijn dienst niet automatisch op de hoogte wordt gesteld van liquidatiebevelen, waardoor Joodse handelaren soms langer dan 'toegestaan' op de markten actief blijven.
3. Casus Presser: Grossier Presser wordt specifiek genoemd als iemand die ondanks een liquidatiebevel probeerde door te werken en zelfs een nieuwe huuraanvraag indiende voor zijn pakhuis. De brief bevestigt dat zijn verzoek om ontheffing is afgewezen.

Historische Context

De brief dateert van januari 1942, een cruciale periode in de Duitse bezetting van Nederland. De anti-Joodse maatregelen volgden elkaar in hoog tempo op. De term 'ariseering' verwijst naar het proces waarbij Joods bezit werd overgedragen aan 'Ariërs' of, zoals in dit document, waarbij Joodse bedrijven simpelweg werden geliquideerd om hen uit de economie te verwijderen.

De Centrale Markt in Amsterdam was het logistieke hart van de voedselvoorziening. Door Joodse handelaren (zoals de firma Hakker en grossier Presser) de toegang te ontzeggen, werd hen niet alleen hun inkomen ontnomen, maar werd ook de Joodse invloed op de voedseldistributie volledig geëlimineerd. Het document toont de nauwe samenwerking tussen de Amsterdamse gemeentelijke diensten (zoals het wethouderschap van Levensmiddelen) en de bezettingsautoriteiten bij het handhaven van deze uitsluitingsmaatregelen. De genoemde namen (Hakker en Presser) zijn typisch Joods-Amsterdamse namen die destijds veelvuldig in de markthandel voorkwamen.

Kooplieden in dit dossier 100

A.A.J. Ruha Waterlooplein 180
Abraham Cosman Waterlooplein Gebr. F.J. Beugel, Amsterdam
A. Cosman Waterlooplein Gebr.F.J.Beugel, Amsterdam
A.B. Kroes Waterlooplein 100
A. Rustenburg Waterlooplein H 27 zol.
A. Slijkoord Waterlooplein 330
A. Slinger Waterlooplein -
A. Slinger Waterlooplein 90.
A. Teunings Waterlooplein idem
A. Tas Waterlooplein zie v.d. Vlugt
A. van Velzen Uilenburg Gebr. F.J. Beugel, Amsterdam
A.v. Velzen Uilenburg Gebr.F.J.Beugel, Amsterdam
A. Wijnschenk J.J. Griffioen, Bilderdijkkade 31, Amsterdam
A. Wijnschenk Waterlooplein J.J.Griffioen, Bilderdijkkade 31, Amsterdam
A.W.M. Muhel Waterlooplein 180
B. Hoornhout Waterlooplein 100
B. Moffie Uilenburg id.
B. Moffie Uilenburg id.
Barend Polak Waterlooplein L.H. Buys, Monsterscheweg 22, Monster
B. Polak. Waterlooplein L.H.Buuijs, Monsterscheweg 22, Monster
B. van Thijn Waterlooplein
C.G. Mulder Waterlooplein 180
C.W. van Weerdenburg Waterlooplein 180
C.Kooy Pzn. Waterlooplein
C. Ooms Waterlooplein
D. Appelboom Gebr. F.J. Beugel, Amsterdam
D. Appelboom Waterlooplein Gebr.F.J.Beugel, Amsterdam
D. Hendrikse Waterlooplein zie v.d. Vlugt
D.J. Kost Waterlooplein
D. van Dijk Waterlooplein 200?
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6