Handgeschreven concept/ontwerp voor een officiële bekendmaking of verordening.
Origineel
Handgeschreven concept/ontwerp voor een officiële bekendmaking of verordening. 12 juni 1942. [In de marge linksboven:] Ariseering Centrale Markt. [In de marge rechtsboven:] 4x wit.
Vanaf Vrijdag 12 juni 1942 is de toegang tot de Centrale Markt voor Joden verboden.
De bevoorrading van de Joodsche kleinhandelaren zal op de volgende wijze geschieden.
De N.V. Nederlandsche Veiling-Centrale Markt wordt – onder toezicht van den Dienst Markten – een niet-Joodsche grossierscommissie belast met de ~~verdeel~~ beschikbaarstelling van de ~~voor de~~ aan de Joden bestemde groente [tussenvoeging:] en fruit volgens onderstaande richtlijnen.
Wanneer er weinig aanvoer is ter C.M. [Centrale Markt] krijgen de Joden ook weinig, of niets, toegewezen. Wordt de aanvoer ruimer, dan ~~krijgen~~ [tussenvoeging:] wordt den Joden ook ruimer toegewezen, met dien verstande, dat zij in het gunstigste geval maximaal 10% van den toaanvoer krijgen toegewezen.
Joodsche ziekenhuizen e.d. kunnen op normale wijze worden bevoorraad.
De N.V. Nederl. Veiling reserveert in de eerste plaats dagelijks (bij voldoende aanvoer) van de aanvoeren (buitens) aanvoer een bepaald percentage (maximaal 10) voor de Joden. ~~van de van de buitenvellingen, bestemd voor den aanvoer van de grossiers~~ [tussenvoeging:] t.b.v. de Joodsche Com. [Commissie] met grossiers en [...]
[In de marge:] z.o.z. / + emballage e.d.
De administratie, verrekening wordt geheel gevoerd door genoemde N.V.
Op de gedragingen der N.V. wordt toezicht en contrôle uitgeoefend door de niet-Joodsche Commissie, bestaande uit de grossiers Nooy, P. Maarsen, de Nijs, Bengel en W.F. Dijkstra.
Het oppertoezicht over de uitvoering der gehele regeling berust bij den Dienst Markten. Dit document is een cruciaal bewijsstuk van de bureaucratische uitsluiting van de Joodse bevolking tijdens de bezetting. De kernpunten zijn:
- Fysieke uitsluiting: Vanaf 12 juni 1942 worden Joden letterlijk verbannen van de Centrale Markt, de belangrijkste spil in de voedselvoorziening van Amsterdam.
- Rantsoenering en Quota: Er wordt een strikt quotum ingesteld. Joodse handelaren (en daarmee de Joodse bevolking die van hen afhankelijk is) mogen nooit meer dan 10% van de aanvoer ontvangen. Bij schaarste zijn zij de eersten die niets krijgen ("of niets, toegewezen").
- Controle door niet-Joden: De distributie wordt volledig in handen gelegd van een "niet-Joodsche grossierscommissie". De namen van deze commissieleden (Nooy, Maarsen, De Nijs, Bengel, Dijkstra) worden expliciet genoemd. Dit illustreert hoe de bezetter Nederlandse instanties en burgers inschakelde bij de uitvoering van anti-Joodse maatregelen.
- Uitzonderingspositie: De vermelding dat Joodse ziekenhuizen "op normale wijze" bevoorraad kunnen worden, duidt op een poging om de schijn van een geordend proces op te houden of om directe humanitaire crises binnen zorginstellingen tijdelijk te voorkomen. In 1942 intensiveerden de Duitse bezetters de vervolging van de Joden in Nederland. Na de invoering van de Jodenster (mei 1942) volgden talloze beperkende maatregelen die bedoeld waren om Joden volledig uit het openbare en economische leven te verwijderen.
De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was het hart van de groente- en fruithandel. Door Joodse handelaren de toegang te ontzeggen, werden zij niet alleen in hun levensonderhoud getroffen, maar werd ook de voedselvoorziening voor de Joodse bevolking in de stad (die inmiddels grotendeels in specifieke wijken moest wonen) precair en afhankelijk van de grillen van een niet-Joodse commissie. Dit document vormt een directe voorbode van de totale isolatie die voorafging aan de grootschalige deportaties die in de zomer van 1942 begonnen.