Dienstbrief / Bekendmaking
Origineel
Dienstbrief / Bekendmaking 13 juni 1942 Nº 37/6/46 M. 1942
M A R K T W E Z E N - A M S T E R D A M .
Amsterdam, 13 Juni 1942.
Aan de grossiers in groenten,
gevestigd op de Centrale Markt.
Hiermede breng ik te Uwer kennis, dat U ingevolge opdracht van de Duitsche autoriteiten met ingang van Dinsdag 16 Juni 1942 dagelijks van de door of voor U aangevoerde groenten van de buiten Amsterdam gevestigde veilingen een telkens vooraf op borden, onder andere bij de poort van het terrein, bekend te maken percentage moet afdragen aan de N.V. Nederlandsche Veiling. Deze producten zullen op een terrein aan de 2e Keucheniusstraat door de Veiling worden overgedragen aan een Joodsche Commissie, die voor de distributie onder de Joodsche kleinhandelaren zal zorgdragen. Het gedeelte, dat U in de week van 15 - 20 Juni 1942 van Uw aanvoeren moet beschikbaarstellen wordt tijdig bekend gemaakt. Uw toewijzingen of koopen van de N.V. Nederlandsche Veiling op de Centrale Markt vallen hierbuiten. U dient bovenbedoeld percentage dus slechts te trekken van Uw aanvoeren, afkomstig van de veilingen buiten Amsterdam.
Primeurs zijn in bovenvermelde vordering niet begrepen; deze behoeven dus niet aan de Veiling te worden aangeboden; evenmin behoeven die producten te worden geleverd, waarvan U slechts een zeer geringe hoeveelheid (bijvoorbeeld een enkele kist) aangevoerd krijgt.
De door U te leveren producten worden door de N.V. Nederlandsche Veiling tot nader order overgenomen tegen den maximum-grossiersprijs; de verrekening, ook van de emballage geschiedt geheel door de Veiling, die U hieromtrent nader zal inlichten.
U is verplicht de door U te leveren goederen dagelijks na markttijd te vervoeren naar pier E (de kade bij de Keucheniusstraat), waar ze door de Veiling in ontvangst zullen worden genomen.
Als Commissie van Toezicht op de uitvoering van de bovenomschreven regeling treden op de grossiers Mooy, Dijkstra, Beugel, De Nijs en Maassen.
Voor inlichtingen en bij moeilijkheden kunt U zich wenden tot deze Commissie, terwijl vanwege mijn Dienst het oppertoezicht wordt uitgeoefend.
Ik dring er met klem bij U op aan, dat U aan de goede uitvoering van een en ander Uw volle medewerking verleent en waarschuw U reeds thans met nadruk, dat overtreding van de U gegeven of alsnog te geven aanwijzingen zeer ernstige gevolgen zullen hebben.
De Directeur,
C.F. SIXMA. Dit document is een officiële bekendmaking van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van de brief is de instelling van een gedwongen vordering op groentegrossiers. Zij worden verplicht een vastgesteld percentage van hun voorraad (afkomstig van veilingen buiten de stad) af te staan.
Kernpunten in het document:
1. Segregatie van de voedselketen: De gevorderde goederen zijn specifiek bestemd voor de "Joodsche kleinhandelaren". Dit markeert de volledige isolatie van de Joodse bevolking in het distributiesysteem; zij mochten geen gebruik meer maken van de reguliere kanalen.
2. Organisatie: De "N.V. Nederlandsche Veiling" fungeert als tussenpersoon, terwijl een "Joodsche Commissie" (vermoedelijk onder toezicht van de Joodsche Raad) de distributie moet uitvoeren.
3. Logistiek: De levering vindt plaats op pier E aan de Keucheniusstraat, nabij de Centrale Markthallen.
4. Dwangmiddel: De brief eindigt met een expliciete waarschuwing voor "zeer ernstige gevolgen" bij niet-naleving. Dit duidt op de repressieve context waarin de gemeentelijke diensten onder Duits bevel opereerden. In juni 1942 was de uitsluiting van Joden uit het openbare leven in Nederland nagenoeg voltooid. Sinds mei 1942 was de Jodenster verplicht en de voorbereidingen voor de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen (die in juli 1942 begonnen) waren in volle gang.
Dit document illustreert de bureaucratische kant van de vervolging. De bezetter gebruikte bestaande Nederlandse overheidsstructuren (zoals het Marktwezen en directeur Sixma) om anti-Joodse maatregelen uit te voeren. Door de Joodse voedselvoorziening volledig apart te organiseren, kreeg de bezetter totale controle over de calorie-inname en de overlevingskansen van de Joodse bevolking in Amsterdam. De "Joodsche Commissie" genoemd in de tekst was onderdeel van het apparaat dat door de nazi's werd gebruikt om de schaarste binnen de Joodse gemeenschap te beheren, voordat de definitieve deportaties de noodzaak voor dergelijke distributiesystemen zouden wegnemen.