Archiefdocument
Origineel
14 juli 1942 (met oudere stempel 27/6/40 bovenaan). Onbekend (waarschijnlijk directie Centraalmarkt of een ambtenaar verbonden aan de markt). Den Heer Inspecteur voor de Prijsbeheersching, Centraalmarkt. A’dam, 14/7 1942
Den Heer Inspecteur
voor de Prijsbeheersching
Centraalmarkt.
(dd. 13 dezer)
Naar aanleiding van uw onderhoud inzake voorziening der Amsterdamsche Joodsche bevolking van groente & aardappelen, heb ik de eer U het volgende te berichten.
Nadat door de Joodsche Commissie door de Duitsche autoriteiten Treuhänder waren aangesteld, werd aan op haar verlangen opgedragen de CM [Centraalmarkt] volledig te voorzien, met de Joodsche kleinhandelaren niet meer tot de CM toe te laten & tegelijkertijd een plan over te leggen de Joodsche kleinhandel & daardoor de Joodsche bevolking van groente & aardappelen te voorzien.
In overleg met de Duitsche autoriteiten (Dr. Von Zambaur) werd voor de navolgende thans reeds eenige weken in werking zijnde regeling getroffen.
Een niet Joodsche commissie vordert van de groenten een wekelijks door de Duitsche autoriteiten goedgekeurde percentage van de ter CM aangevoerde groente & draagt deze aan een Joodsche commissie over tegen den maximum groothandelsprijs met bijberekening van 6% op de waarde der groente.
Al dadelijk maakten wij daarbij erop attent dat dit laatste, voor prijsvoering & prijsbeheersching van belang was te weten, waarop de Heer G. [Goldschmidt?] ons toezegde hierover met U van gedachten te willen wisselen.
Uit de te ontvangen 6% ten de commissie moeten bestrijden de administratie kosten (die uitsluitend aan de Waag betaald worden) salarissen van commissieleden & eventueel andere bijkomende kosten.
Voor wat betreft de heffing van 6% merken wij het volgende op:
De Amsterdamsche Joodsche bevolking bedraagt ± 10% van de totale Amsterdamsche bevolking, terwijl het percentage van de Joodsche kleinhandelaren (winkeliers) in groente ± 3% bedraagt van het totaal der Amsterdamsche kleinhandelaren in groente. Daarbij komen dan nog de 4 Joodsche markten voor de straathandelaren; in normale tijden bestond de straathandel uit veel meer dan 10% Joden; door verschillende maatregelen van den laatsten tijd is dit percentage echter belangrijk gezakt en zal zich thans ook ver onder de 10% bewegen. Dit document is een ambtelijke rapportage over de economische uitsluiting en segregatie van de Joodse bevolking in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.
De kernpunten van het document zijn:
1. Segregatie van de markt: Joodse handelaren worden verbannen van de reguliere Centraalmarkt (CM).
2. Tussenkomst van 'Treuhänder': De regie over de Joodse voedselvoorziening is overgenomen door door de Duitsers aangestelde beheerders (Treuhänder).
3. Financiële exploitatie: Er is een kunstmatige handelsketen opgezet waarbij een "niet-Joodse commissie" groenten opkoopt en met een opslag van 6% doorverkoopt aan een "Joodse commissie". Deze 6% extra belasting dient om administratiekosten en salarissen te dekken, wat effectief betekent dat de Joodse consument meer betaalt voor basisbehoeften dan de rest van de bevolking.
4. Demografische daling: De schrijver merkt op dat het aantal Joodse straathandelaren "belangrijk gezakt" is. Hoewel dit in het document droog-ambtelijk wordt geconstateerd als een statistisch feit voor de prijsbeheersing, is dit het directe gevolg van de anti-Joodse maatregelen en de beginnende deportaties (juli 1942 was de maand waarin de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar Westerbork en Auschwitz begonnen). De brief is gedateerd op 14 juli 1942. Dit is een cruciaal en gitzwart moment in de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland. Slechts één dag later, op 15 juli 1942, vertrok de eerste trein uit kamp Westerbork naar Auschwitz.
De genoemde Dr. von Zambaur (Rudolf von Zambaur) was een hoge Duitse ambtenaar bij het Generalkommissariat voor Finanz und Wirtschaft. Hij hield zich specifiek bezig met de "Arisering" van het bedrijfsleven en de controle op de Joodse financiën.
De brief illustreert hoe de Holocaust niet alleen bestond uit fysieke deportatie, maar ook uit een bureaucratisch proces van economische isolatie, waarbij de toegang tot basisbehoeften zoals groente en aardappelen werd gebruikt als instrument voor controle en onteigening. De "Joodsche Commissie" waarnaar verwezen wordt, is gelieerd aan de Joodsche Raad, die door de bezetter werd gedwongen deze distributiesystemen uit te voeren.