Getypte brief op officieel briefpapier met handgeschreven kanttekeningen en stempels.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier met handgeschreven kanttekeningen en stempels. 24 augustus 1942. N.V. Nederlandsche Veiling van Land- en Tuinbouwproducten „Amsterdam“ (Centrale Markthallen). Den Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. N. V. NEDERLANDSCHE VEILING
VAN LAND- EN TUINBOUWPRODUCTEN „AMSTERDAM“
TELEFOON 85551 (5 lijnen)
TELEGRAM-ADRES:
VEILING MARKTHALLEN
AMSTERDAM
GEM. GIRO N. 5000
BANKIER:
TWENTSCHE BANK N.V.
AMSTERDAM-W., 24 Augustus 1942.
CENTRALE MARKTHALLEN
Den Heer Directeur van het Marktwezen,
A m s t e r d a m .
[Stempel: No. M. 1942] [Handgeschreven: 37/7/6/80. / 59/10/33 / 20/8.]
[Handgeschreven paraaf rechtsboven: Mij. Dir]
Mijnheer,
Betr. Kostenvergoeding werkzaamheden groentenvoorziening Joodsche Bevolking.
Wij refereeren aan de diverse besprekingen aangaande dit onderwerp en kunnen thans na eenige maanden practijk vaststellen, welke kosten de N.V. Nederlandsche Veiling in rekening zal moeten brengen voor hare bemoeiingen inzake de uitvoering van de regeling der groentenvoorziening aan de Joodsche Bevolking.
Aan arbeidsuren is te rekenen constant 8 personen per week, terwijl daarnaast nog de leiding, zoowel technisch als administratief bij is te rekenen, dus totaal stellende op 10 personen per week.
Aan loonen en salarissen is hiervoor verschuldigd.....f 230.- p.w.
" sociale lasten...................................... 25.- p.w.
" omzetbelasting 2% van de te genieten provisie.... 5.- p.w.
totaal per week f 260.-
De omzet aan geldsbedrag wordt per jaar geraamd op f. 500.000.- of ongeveer 10.000 gld. per week.
Indien dus onze uitgaven percentsgewijze bepaald zou worden, dan zou dus onze Commissie moeten bedragen : twee en een half procent over de bruto omzet aan product.
Voor het geval de Inspecteur der Omzetbelasting zou bepalen, dat over de totale bruto-omzet plus provisie een HALF procent verschuldigd zou zijn, dan zou onze commissie dienovereenkomstig met een half procent moeten worden verhoogd. De Beslissing dienaangaande is nog hangende.
Voorloopig wordt ingevolge onze afspraken 6% commissie aan de Joodsche Bevolking voor onkosten in rekening gebracht. Daaruit moet worden bestreden de kosten der veiling, betaling Commissie van Toezicht op de uitvoeringsregeling en evntueele andere nog onvoorziene uitgaven.
[Handgeschreven paraaf rechtsonder: Gnd m.]
[Handgeschreven pijl onderaan wijzend naar boven]
--- De brief is een administratieve afwikkeling van de gesegregeerde voedselvoorziening in bezet Amsterdam. De kernpunten zijn:
- Personele inzet: De veiling zet 10 personeelsleden in (8 uitvoerend, 2 leidinggevend) specifiek voor de groentenvoorziening aan Joden.
- Kostenberekening: De wekelijkse kosten worden begroot op f 260,- (loon, sociale lasten en belasting). Op basis van een verwachte weekomzet van f 10.000,- stelt de veiling voor een commissie van 2,5% te hanteren om quitte te spelen.
- Doorberekening aan de slachtoffers: De meest wrange passage staat onderaan: er wordt reeds 6% commissie in rekening gebracht aan de Joodse bevolking. Dit geld wordt gebruikt om de veilingkosten te dekken, de "Commissie van Toezicht" te betalen en onvoorziene uitgaven op te vangen.
- Bureaucratische toon: De brief is geschreven in een kille, zakelijke toon. De uitsluiting en isolatie van een bevolkingsgroep wordt behandeld als een louter logistiek en boekhoudkundig vraagstuk.
--- Dit document dateert van augustus 1942, een cruciale en vreselijke fase van de Holocaust in Nederland. De massale deportaties vanuit Amsterdam naar kamp Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen (met name Auschwitz) waren in juli 1942 begonnen.
De brief illustreert de verregaande segregatie. Joden mochten op dat moment al geruime tijd alleen nog boodschappen doen in aangewezen Joodse winkels en op specifieke tijden. De "regeling der groentenvoorziening" waarover de brief spreekt, was onderdeel van het proces om de Joodse bevolking volledig te isoleren van de rest van de maatschappij.
Het feit dat de Joodse bevolking zelf 6% extra moest betalen voor hun (vaak kwalitatief slechtere) voedsel om de administratieve kosten van hun eigen discriminatie en toezicht te financieren, is een voorbeeld van de "banaliteit van het kwaad": de inzet van reguliere bureaucratische en economische middelen om een onmenselijk systeem in stand te houden en uit te buiten. De "Commissie van Toezicht" die uit deze gelden werd betaald, hield toezicht op de naleving van de anti-Joodse maatregelen in de handel.