Getypte ambtelijke brief (doorslag).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag). 8 september 1942. De Directeur (naam niet vermeld, vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst of voedselvoorzieningsinstantie). [Handgeschreven in blauwe inkt, bovenaan midden:] H. Lubury [?]
[Handgeschreven in blauwe inkt, diagonaal linksboven:] Verzonden 8/9 m
S/HB.
den Heer A. Gombault,
Wirtschaftsreferent Bureau Beauftragte
voor de Stad Amsterdam,
Museumplein 19,
Amsterdam-Zuid.
37/6/92 M. 8 September 1942.
In aansluiting op een telefonisch onderhoud met U ter zake,
heb ik de eer U hierbij te doen toekomen een lijst van de voornaamste
personen, welke volgens een schrijven vanwege den Joodschen Raad,
werkzaam zijn bij hun afdeeling Groentendistributie, voornamelijk aan
de Keucheniusstraat, kade F, en voor welke personen de Commissie van
den Joodschen Raad voor de groentenvoorziening verzoekt "vrijstelling"
te bevorderen. In het geheel zouden, volgens mededeeling van den
Joodschen Raad, bij de distributie van groenten aan de Joden alhier
ca. 500 personen werkzaam zijn. In hoeverre er aanleiding is aan het
verzoek tegemoet te komen, staat niet te mijner beoordeeling.
De Directeur, * **Onderwerp:** Het aanvragen van 'vrijstellingen' (vrijwaring van deportatie) voor Joodse medewerkers van de groentendistributie.
- Kernpersonen:
- A. Gombault: Als Wirtschaftsreferent verbonden aan de staf van Hans Böhmcker (de Beauftragte voor Amsterdam). Hij besliste over de inzet van arbeidskrachten en economische belangen.
- De Joodsche Raad: De instantie die de lijst met medewerkers heeft opgesteld en de vrijstellingen aanvraagt.
- Locatie: Er wordt specifiek verwezen naar de Keucheniusstraat (kade F). Dit was een centrale plek in Amsterdam-West waar groenten werden aangevoerd en verdeeld voor de Joodse bevolking.
- Tonaal: De schrijver (de Directeur) hanteert een strikt ambtelijke, bijna afstandelijke toon. Hij geeft de informatie van de Joodse Raad door, maar spreekt nadrukkelijk geen oordeel uit over de noodzaak van de 500 aangevraagde vrijstellingen. In september 1942 waren de deportaties van Joden vanuit Nederland naar de vernietigingskampen (via kamp Westerbork) al twee maanden in volle gang. Een van de weinige manieren om (tijdelijk) aan deportatie te ontkomen, was het verkrijgen van een 'Sperre': een officiële stempel of verklaring dat men onmisbaar was voor de Joodse Raad of de economie.
De Joodse Raad probeerde voor zoveel mogelijk personeelsleden deze status te verkrijgen. De voedselvoorziening was cruciaal, aangezien Joden destijds slechts beperkt en op specifieke tijden boodschappen mochten doen. Dit document toont het bureaucratische proces waarbij Nederlandse en Duitse instanties overlegden over wie 'onmisbaar' genoeg was om (voorlopig) in Amsterdam te mogen blijven. De vermelding van 500 personen geeft de schaal aan van de organisatie die nodig was voor de distributie onder de destijds nog tienduizenden in de stad verblijvende Joden.