Brief (doorslag van een officieel schrijven).
Origineel
Brief (doorslag van een officieel schrijven). De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst in Amsterdam). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven, linksboven diagonaal:] Verzonden 13/10
[Rechtsboven:] vB/HB.
[Rechtsmidden:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
[Links:] 37/6/128 M.
[Midden:] 1.
[Rechts:] 13 October 1942.
Voor de goede orde heb ik de eer U in bijlage dezes afschrift
te doen toekomen van mijn brief d.d. 10 October j.l. aan den Heer
Wirtschaftsreferent van het Bureau van den Beauftragte voor de stad
Amsterdam, inzake levering van groente aan de Joodsche bevolking van
Amsterdam.
[Rechtsonder:]
De Directeur, Dit korte, zakelijke schrijven dient als begeleidend schrijven bij een bijlage (die in dit beeld niet aanwezig is). De directeur van een niet nader genoemde Amsterdamse gemeentelijke dienst informeert de wethouder voor Levensmiddelen over communicatie met de Duitse bezetter.
De kern van de zaak is de "levering van groente aan de Joodsche bevolking van Amsterdam". Er wordt gerefereerd aan een eerdere brief van 10 oktober 1942, gericht aan de Wirtschaftsreferent (economisch adviseur) van de Beauftragte (de gevolmachtigde van de Rijkscommissaris voor de stad Amsterdam). Het document illustreert hoe de dagelijkse behoeften van de vervolgde Joodse bevolking een onderwerp waren van strikte bureaucratische afstemming tussen het Nederlandse lokale bestuur en de Duitse bezettingsautoriteiten. De datum van de brief, 13 oktober 1942, bevindt zich in een dieptepunt van de Tweede Wereldoorlog voor de Joodse gemeenschap in Nederland. De grootschalige deportaties naar de kampen in het oosten waren sinds juli 1942 in volle gang.
Tijdens de bezetting werd de Joodse bevolking systematisch geïsoleerd en gediscrimineerd, ook op het gebied van voedselvoorziening. Joden mochten slechts op beperkte tijden (vaak tussen 15:00 en 17:00 uur) winkelen en alleen in aangewezen winkels. Hun distributiestamkaarten waren gemerkt met een 'J', en vaak kregen zij minder toegewezen dan de rest van de bevolking.
De Beauftragte voor Amsterdam (destijds Hans Böhmcker) hield direct toezicht op het Amsterdamse gemeentebestuur. Dat de directeur van een gemeentelijke dienst zich voor de levering van groenten tot de Wirtschaftsreferent moest wenden, toont aan dat de Duitsers de volledige controle hadden over de distributieketen en specifiek over de rantsoenering voor de Joodse inwoners, die in deze periode vaak aan opzettelijke tekorten werden blootgesteld.
Samenvatting
Dit korte, zakelijke schrijven dient als begeleidend schrijven bij een bijlage (die in dit beeld niet aanwezig is). De directeur van een niet nader genoemde Amsterdamse gemeentelijke dienst informeert de wethouder voor Levensmiddelen over communicatie met de Duitse bezetter.
De kern van de zaak is de "levering van groente aan de Joodsche bevolking van Amsterdam". Er wordt gerefereerd aan een eerdere brief van 10 oktober 1942, gericht aan de Wirtschaftsreferent (economisch adviseur) van de Beauftragte (de gevolmachtigde van de Rijkscommissaris voor de stad Amsterdam). Het document illustreert hoe de dagelijkse behoeften van de vervolgde Joodse bevolking een onderwerp waren van strikte bureaucratische afstemming tussen het Nederlandse lokale bestuur en de Duitse bezettingsautoriteiten.
Historische Context
De datum van de brief, 13 oktober 1942, bevindt zich in een dieptepunt van de Tweede Wereldoorlog voor de Joodse gemeenschap in Nederland. De grootschalige deportaties naar de kampen in het oosten waren sinds juli 1942 in volle gang.
Tijdens de bezetting werd de Joodse bevolking systematisch geïsoleerd en gediscrimineerd, ook op het gebied van voedselvoorziening. Joden mochten slechts op beperkte tijden (vaak tussen 15:00 en 17:00 uur) winkelen en alleen in aangewezen winkels. Hun distributiestamkaarten waren gemerkt met een 'J', en vaak kregen zij minder toegewezen dan de rest van de bevolking.
De Beauftragte voor Amsterdam (destijds Hans Böhmcker) hield direct toezicht op het Amsterdamse gemeentebestuur. Dat de directeur van een gemeentelijke dienst zich voor de levering van groenten tot de Wirtschaftsreferent moest wenden, toont aan dat de Duitsers de volledige controle hadden over de distributieketen en specifiek over de rantsoenering voor de Joodse inwoners, die in deze periode vaak aan opzettelijke tekorten werden blootgesteld.