Getypt verslag/memorie
Origineel
Getypt verslag/memorie 1942 (afgeleid uit het kenmerk) [Handgeschreven aantekeningen bovenaan:] Nº 37/10/1 M. 1942 [Handgeschreven:] n.u. opberg 1.
OVERZICHT TUINDERSBEDRIJF
Hoe waren vroeger de toestanden der tuinders in en om Amsterdam, welke ik mij nog goed kan herinneren, bijvoorbeeld in het jaar 1895, toen de tuinders in hoofdzaak de Amsterdamsche bevolking van groenten voorzag, zoowel des zomers als in den winter.
De tuinders werkten van 's-morgens als het dag werd, dat men zien kon, tot 's-avonds dat het donker werd. Van een bepaalde regeling van arbeidstijd was toen nog geen sprake, en moesten zij, wilden zij op tijd 's-morgens aan de markt zijn, soms om twee uur - half drie, met hun schuiten hun tuin verlaten. Er werd zeer hard gewerkt en hoe was hun bestaan? Zeer slecht. Want als de zomer voorbij was en de winter was genaderd, dan kwam het dikwijls voor, dat er bij deze of gene geleend moest worden, wilden men met zijn gezin de winter doorkomen. De mest welke voor het bedrijf noodig was, moest door de meeste tuinders op credit worden gekocht, om ze dan des zomers te betalen.
Dat was de levenswijs van de tuindersstand in die dagen.
De grootste oorzaak van al deze ellende in de Tuinbouw, moest gezocht worden in het niet genoegzaam ontwikkeld zijn van den tuinder, en zich gemakkelijk liet beetnemen, door de Joodsche groothandelaren. Bijvoorbeeld: In het voorjaar werd door deze groothandelaren van de tuinders Sla gekocht ter verzending naar Duitsland en werd hiervoor een prijs bedongen en moest de sla 's-morgens vroeg worden geleverd.
Kwamen dan de tuinders met hun producten, dan werd er gezegd, dat het door de Duitsche afnemers was afgetelegrafeerd, en wisten zij wel dat de tuinder zijn Sla niet kwijt kon en hadden zij hem gevangen.
De tuinders waren dan genoodzaakt te vragen, of zij de Sla toch alsjeblieft wilden nemen, dan werden er belachelijke prijzen voor geboden, de tuinder kon niet anders en moest ze afgeven.
Dat waren de trucken van de Joodsche handelaren.
Gelukkig echter, gingen de oogen der tuinders open, doordat toevallig een telegram, van een Duitsche kooper, een tuinder in handen kwam, die Duitsch kon, en waarin niet stond "afbesteld", maar er stond, "Sla spoed, spoed".
Al is de leugen nog zoo snel, de waarheid achterhaald haar wel.
Toen werd er een groep gevormd, waarvan er twee naar Duitschland gingen om zich met de Duitsche handelaar zelf te verstaan, de kosten werden door verschillende gefinancierd, er werd een Vereeniging van Tuinders gesticht, de N.V. "Sint Bonifacius", en men ging toen zelf verzenden naar Duitschland.
De producten stonden onder een scherpe vakkundige contrôle.
De concurentie door de joden met hun grootkapitaal, was geweldig te noemen, daar zij, nu de tuinders zelfstandig handel dreven, deze daad van de tuinders de kop wilde indrukken. Maar wie het product heeft, is de baas, en niet het gouden blok, wat dan ook van zijn voetstuk viel en waar de tuinder op kwam te staan.
Vervolg op blad 2. Dit document is een getuige van de sociaaleconomische geschiedenis van de tuinbouwsector rond Amsterdam, gezien door een ideologische bril uit de Tweede Wereldoorlog.
- Arbeidsomstandigheden: Het document geeft een levendig beeld van het zware bestaan van tuinders eind 19e eeuw (1895): extreem lange werkdagen, vervoer per schuit naar de markt in de nacht, en een vicieuze cirkel van schulden (mest kopen op krediet).
- Antisemitisme: De tekst is doordrenkt met antisemitische retoriek die typerend is voor de periode van de nazi-bezetting (1942). Economische tegenslagen en marktpraktijken worden eenzijdig toegeschreven aan "Joodsche groothandelaren" en "grootkapitaal". De tekst gebruikt klassieke antisemitische stereotypen (de Jood als bedrieger en woekeraar) om de eigen organisatiegraad van de tuinders te heroïseren.
- Coöperatieve vorming: Het document beschrijft de emancipatie van de tuinders door de oprichting van de N.V. "Sint Bonifacius". Dit verwijst naar een reële historische ontwikkeling waarbij producenten zich verenigden om de tussenhandel te omzeilen en directe exportlijnen naar Duitsland op te zetten.
- Stijl en Spelling: Het taalgebruik is formeel maar emotioneel geladen, met gebruik van spreekwoorden ("Al is de leugen nog zoo snel..."). Er wordt gebruik gemaakt van de toen gangbare spelling (zoowel, Joodsche, Duitsch). Dit document moet worden begrepen in de context van de nationaalsocialistische bezetting van Nederland in 1942. Tijdens de bezetting werd de geschiedenis van gilden en coöperaties vaak herschreven om te passen in de 'Bloed en Bodem'-ideologie van de nazi's. De nadruk op de eerlijke, hardwerkende agrariër tegenover de "corrupte Joodse handelaar" was een kernonderdeel van de propaganda in die tijd.
De genoemde vereniging "Sint Bonifacius" was een belangrijke tuinderscoöperatie, oorspronkelijk opgericht in 1916 (Kwakel/Aalsmeer-regio). Het document probeert de oprichting van dergelijke coöperaties te frame-en als een vroege strijd tegen Joodse invloeden, passend bij het politieke klimaat van 1942 waarin de bezetter en collaborateurs de economie wilden "zuiveren". Het is waarschijnlijk onderdeel van een groter rapport over de herstructurering van de tuinbouw of een ideologische vormingscursus.