Zakelijke brief (doorslag van een getypt exemplaar).
Origineel
Zakelijke brief (doorslag van een getypt exemplaar). 7 april 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen). [Handgeschreven: onleesbaar 7/4]
HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
37/9/19 M. 2 7 April 1942.
In bijlage dezes heb ik de eer U een contract in duplo te
doen geworden ten name van L. Presser, betreffende huur van pakhuis
afdeeling No. E 2 op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van dit
contract door den heer Burgemeester te willen bevorderen en mij het
daarna te doen retourneeren; dezerzijds kan dan voor registratie
worden zorggedragen.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formeel verzoek van de directeur van de Centrale Markt aan de wethouder voor Levensmiddelen. Het doel is de formalisering van een huurcontract voor een pakhuis (afdeling E 2) op naam van L. Presser. De directeur vraagt om de tussenkomst van de wethouder om de handtekening van de burgemeester te verkrijgen.
* Taalgebruik: Het document hanteert de uiterst beleefde en formele ambtelijke taal van die tijd ("heb ik de eer U", "moge U beleefd verzoeken"). De spelling volgt de vooroorlogse normen (onderteekening, retourneeren).
* Administratieve proces: Het document toont de bureaucratische weg die een huurcontract destijds moest afleggen binnen de gemeente Amsterdam: van de directie van de Markt naar de wethouder, ter ondertekening door de burgemeester, en weer terug voor de uiteindelijke registratie. * Tijdsperiode: De datum, 7 april 1942, valt midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Locatie: De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die essentieel waren voor de voedseldistributie in de stad.
* L. Presser: De naam van de huurder is saillant. Presser is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. Gezien de datum (1942) is dit document historisch interessant: in deze fase van de bezetting werden Joodse ondernemers via diverse verordeningen systematisch uit het economische leven geweerd en werden hun bezittingen en contracten vaak overgenomen door 'beheerders' (Verwalters) of geliquideerd. Het feit dat er op dit moment nog een contract op deze naam wordt verwerkt, vraagt om nader bronnenonderzoek: betrof dit een voortzetting, een liquidatie-afwikkeling, of was deze L. Presser wellicht niet Joods?
* Bestuur: De burgemeester van Amsterdam in april 1942 was de door de bezetter aangestelde Edward Voûte. De wethouder voor Levensmiddelen maakte deel uit van het college dat onder strikt toezicht van de Duitsers de voedselvoorziening en distributie moest beheren. L. Presser Gemeente Amsterdam
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een formeel verzoek van de directeur van de Centrale Markt aan de wethouder voor Levensmiddelen. Het doel is de formalisering van een huurcontract voor een pakhuis (afdeling E 2) op naam van L. Presser. De directeur vraagt om de tussenkomst van de wethouder om de handtekening van de burgemeester te verkrijgen.
- Taalgebruik: Het document hanteert de uiterst beleefde en formele ambtelijke taal van die tijd ("heb ik de eer U", "moge U beleefd verzoeken"). De spelling volgt de vooroorlogse normen (onderteekening, retourneeren).
- Administratieve proces: Het document toont de bureaucratische weg die een huurcontract destijds moest afleggen binnen de gemeente Amsterdam: van de directie van de Markt naar de wethouder, ter ondertekening door de burgemeester, en weer terug voor de uiteindelijke registratie.
Historische Context
- Tijdsperiode: De datum, 7 april 1942, valt midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
- Locatie: De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die essentieel waren voor de voedseldistributie in de stad.
- L. Presser: De naam van de huurder is saillant. Presser is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. Gezien de datum (1942) is dit document historisch interessant: in deze fase van de bezetting werden Joodse ondernemers via diverse verordeningen systematisch uit het economische leven geweerd en werden hun bezittingen en contracten vaak overgenomen door 'beheerders' (Verwalters) of geliquideerd. Het feit dat er op dit moment nog een contract op deze naam wordt verwerkt, vraagt om nader bronnenonderzoek: betrof dit een voortzetting, een liquidatie-afwikkeling, of was deze L. Presser wellicht niet Joods?
- Bestuur: De burgemeester van Amsterdam in april 1942 was de door de bezetter aangestelde Edward Voûte. De wethouder voor Levensmiddelen maakte deel uit van het college dat onder strikt toezicht van de Duitsers de voedselvoorziening en distributie moest beheren.