Officiële brief/correspondentie.
Origineel
Officiële brief/correspondentie. 1 mei 1942. De "Kleine Benzinecommissie" was een ambtelijk orgaan binnen de gemeente Amsterdam dat tijdens de bezettingsjaren toezag op de distributie en het gebruik van brandstoffen. [Briefhoofd links]
Gemeente Amsterdam
Kleine Benzinecommissie
Raadhuis, kamer 163
O. Z. Voorburgwal
Telefoon 43130 (7 lijnen)
43321 (7 lijnen)
bijlagen
Uw brief dd.:
Uw ref. :
[Bovenzijde rechts, handgeschreven in grijs potlood/krijt]
ruth Broers [onzeker]
[Geadresseerde, in kader]
Aan den Heer Directeur van den
Dienst van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
Amsterdam. W.
[Datum en nummer rechts]
Amsterdam-C., 1 Mei 1942
Nr. S.I.1610/111 F I
[Inhoud]
Bij mij is ingekomen een aanvraag voor het betrekken van een tankgas-installatie van P.F. du Maine, Jan van Galenstraat 16, Amsterdam.
Ik verzoek U mij hierover te willen adviseeren.
S.
De Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie
[Handtekening, onleesbaar - mogelijk W.A. de Graaf]
[Stempels onderaan]
Nº 37/13/32 M. 1942 2/5 [handgeschreven in de stempel]
[Voetnoot]
Stadsdrukkerij Amsterdam
5318-3-42-1000 * Afzender: De "Kleine Benzinecommissie" was een ambtelijk orgaan binnen de gemeente Amsterdam dat tijdens de bezettingsjaren toezag op de distributie en het gebruik van brandstoffen.
* Inhoud: De Stadsingenieur (in zijn rol als voorzitter van deze commissie) vraagt advies aan de Directeur van het Marktwezen over een aanvraag van P.F. du Maine. Du Maine wilde een "tankgas-installatie" betrekken.
* Locatie: De aanvrager (Jan van Galenstraat 16) woonde vrijwel direct naast de Dienst van het Marktwezen (Jan van Galenstraat 14, de Centrale Markthallen), wat verklaart waarom advies aan die specifieke dienst wordt gevraagd.
* Administratieve sporen: De stempels onderaan duiden op de registratie bij de ontvangende dienst (Marktwezen) op 2 mei 1942 (genoteerd als 2/5). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1942). Door de oorlogsvoering was er een extreem tekort aan vloeibare brandstoffen zoals benzine. Om voertuigen toch te laten rijden, werd er massaal overgeschakeld op alternatieven zoals "tankgas" (meestal houtgasgeneratoren of flessengas).
Omdat brandstof schaars en strategisch belangrijk was, was het gebruik hiervan streng gereguleerd. Men kon niet zomaar een gasinstallatie kopen of gebruiken; hiervoor was toestemming nodig van commissies zoals de hier genoemde "Kleine Benzinecommissie". De datum (1 mei 1942) valt in een periode waarin de schaarste nijpend begon te worden en de bureaucratische controle op mobiliteit vanuit de bezetter en het Nederlandse ambtenarenapparaat zeer strikt was.
Samenvatting
- Afzender: De "Kleine Benzinecommissie" was een ambtelijk orgaan binnen de gemeente Amsterdam dat tijdens de bezettingsjaren toezag op de distributie en het gebruik van brandstoffen.
- Inhoud: De Stadsingenieur (in zijn rol als voorzitter van deze commissie) vraagt advies aan de Directeur van het Marktwezen over een aanvraag van P.F. du Maine. Du Maine wilde een "tankgas-installatie" betrekken.
- Locatie: De aanvrager (Jan van Galenstraat 16) woonde vrijwel direct naast de Dienst van het Marktwezen (Jan van Galenstraat 14, de Centrale Markthallen), wat verklaart waarom advies aan die specifieke dienst wordt gevraagd.
- Administratieve sporen: De stempels onderaan duiden op de registratie bij de ontvangende dienst (Marktwezen) op 2 mei 1942 (genoteerd als 2/5).
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1942). Door de oorlogsvoering was er een extreem tekort aan vloeibare brandstoffen zoals benzine. Om voertuigen toch te laten rijden, werd er massaal overgeschakeld op alternatieven zoals "tankgas" (meestal houtgasgeneratoren of flessengas).
Omdat brandstof schaars en strategisch belangrijk was, was het gebruik hiervan streng gereguleerd. Men kon niet zomaar een gasinstallatie kopen of gebruiken; hiervoor was toestemming nodig van commissies zoals de hier genoemde "Kleine Benzinecommissie". De datum (1 mei 1942) valt in een periode waarin de schaarste nijpend begon te worden en de bureaucratische controle op mobiliteit vanuit de bezetter en het Nederlandse ambtenarenapparaat zeer strikt was.