Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 16 juni 1942. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, gezien de adressering aan het Raadhuis). De Stadsingenieur, Voorzitter Kleine Benzinecommissie, Raadhuis, kamer 163, Alhier. [Handgeschreven in blauw potlood/inkt:] Verzonden 16/6 [Rechtsboven:] VB/HB.
den Heer Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
Raadhuis, kamer 163,
A l h i e r .
37/13/41 M. 16 Juni 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 9 Juni 1942(No.S.I.22D7/
/111) deel ik U mede, dat de auto van de firma H.Gelderman wordt
gebruikt voor het vervoer van aardappelen.
Dezerzijds bestaat tegen het verleenen van de gevraagde
toestemming geen bezwaar.
De Directeur, Deze brief is een formeel ambtelijk bericht betreffende de distributie van schaarse middelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het schrijven is het verlenen van goedkeuring door een directeur aan de "Kleine Benzinecommissie" voor het gebruik van brandstof door een specifieke firma (H. Gelderman). De rechtvaardiging voor deze toewijzing is het transport van aardappelen, een essentieel levensmiddel.
Het document toont de bureaucratische afhandeling van schaarste: zelfs voor het vervoer van basisbehoeften was expliciete toestemming en afstemming tussen verschillende gemeentelijke afdelingen of commissies noodzakelijk. Het gebruik van de term "Alhier" geeft aan dat zowel de verzender als de ontvanger zich in dezelfde stad bevonden (vermoedelijk een grotere Nederlandse gemeente met een eigen Stadsingenieur en Raadhuis). In juni 1942 was Nederland reeds twee jaar bezet door nazi-Duitsland. De oorlogseconomie zorgde voor een nijpend tekort aan brandstoffen zoals benzine, aangezien het merendeel werd opgeëist voor de Duitse oorlogsmachine. Voor civiel gebruik gold een streng distributiestelsel.
Om de beperkte voorraden te beheren, werden speciale commissies opgericht, zoals de hier genoemde "Kleine Benzinecommissie". Deze commissies beoordeelden aanvragen voor brandstofbonnen op basis van maatschappelijk nut. Het transport van voedsel, zoals aardappelen, kreeg in deze periode hoge prioriteit om de voedselvoorziening van de steden enigszins op peil te houden, hoewel ook dit steeds moeilijker werd naarmate de oorlog vorderde. Documenten als deze vormen de papieren neerslag van de dagelijkse overlevingsstrijd en de strikte regulering van de samenleving onder bezetting.
Samenvatting
Deze brief is een formeel ambtelijk bericht betreffende de distributie van schaarse middelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het schrijven is het verlenen van goedkeuring door een directeur aan de "Kleine Benzinecommissie" voor het gebruik van brandstof door een specifieke firma (H. Gelderman). De rechtvaardiging voor deze toewijzing is het transport van aardappelen, een essentieel levensmiddel.
Het document toont de bureaucratische afhandeling van schaarste: zelfs voor het vervoer van basisbehoeften was expliciete toestemming en afstemming tussen verschillende gemeentelijke afdelingen of commissies noodzakelijk. Het gebruik van de term "Alhier" geeft aan dat zowel de verzender als de ontvanger zich in dezelfde stad bevonden (vermoedelijk een grotere Nederlandse gemeente met een eigen Stadsingenieur en Raadhuis).
Historische Context
In juni 1942 was Nederland reeds twee jaar bezet door nazi-Duitsland. De oorlogseconomie zorgde voor een nijpend tekort aan brandstoffen zoals benzine, aangezien het merendeel werd opgeëist voor de Duitse oorlogsmachine. Voor civiel gebruik gold een streng distributiestelsel.
Om de beperkte voorraden te beheren, werden speciale commissies opgericht, zoals de hier genoemde "Kleine Benzinecommissie". Deze commissies beoordeelden aanvragen voor brandstofbonnen op basis van maatschappelijk nut. Het transport van voedsel, zoals aardappelen, kreeg in deze periode hoge prioriteit om de voedselvoorziening van de steden enigszins op peil te houden, hoewel ook dit steeds moeilijker werd naarmate de oorlog vorderde. Documenten als deze vormen de papieren neerslag van de dagelijkse overlevingsstrijd en de strikte regulering van de samenleving onder bezetting.