Getypte brief op briefpapier van de afzender.
Origineel
Getypte brief op briefpapier van de afzender. 18 mei 1942. J. H. Ter Punt, gevestigd aan de Centrale Markthal 1 (woonplaats Marnixstraat 210), Amsterdam. Het Marktwezen der Centrale Markthallen, Jan van Galenstraat, Amsterdam. J. H. TER PUNT
CENTRALE MARKTHAL 1
Woonplaats: MARNIXSTRAAT 210
Telefoon 81386
Postgiro 54351
AMSTERDAM
AMSTERDAM, 18 Mei 1942
Nº 37/36/2 M. 1942 10/5 [stempel]
Het Marktwezen der Centrale Markthallen
Jan van Galenstraat
AMSTERDAM
Mijne Heren,
In verband met mijn benoeming door de
Wirtschaft Prufstelle als Treuhänder en Liquideur
van de navolgende Firma's B. Moffie, J. Posener,
N. de Rooy, Gebrs. Rodenburg en S. Schelvis & Zn. en
onder verwijzing naar mijn schrijven van 27 April j.l.,
verzoek ik U mij ontheffing de verlenen van de betaling
uit hoofde van huur verbindingen per 1 Juni a.s.
Inmiddels teken ik,
Hoogachtend,
[getekend: J.H. Ter Punt] In deze zakelijke correspondentie verzoekt J.H. ter Punt om de stopzetting van huurbetalingen ("ontheffing de verlenen van de betaling uit hoofde van huur verbindingen") per 1 juni 1942 voor een vijftal specifieke firma's. Ter Punt treedt hierbij op in zijn officiële functie van Treuhänder (bewindvoerder) en Liquideur (vereffenaar).
De brief vermeldt de volgende bedrijven die onder zijn beheer vallen:
1. B. Moffie
2. J. Posener
3. N. de Rooy
4. Gebrs. Rodenburg
5. S. Schelvis & Zn.
Ter Punt geeft aan dat hij voor deze functies is aangesteld door de Wirtschaft Prüfstelle. De brief is een vervolg op een schrijven van 27 april 1942. Dit document vormt een administratieve neerslag van de 'arisering' en de economische vernietiging van Joodse ondernemingen in bezet Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Wirtschaftsprüfstelle was een Duitse instantie die toezicht hield op dit proces.
Een Treuhänder was een door de bezetter aangestelde beheerder die de controle overnam van Joodse eigenaren. Vaak was het uiteindelijke doel de liquidatie (opheffing) van het bedrijf, zoals in deze brief expliciet wordt benoemd met de term Liquideur. De genoemde namen — zoals Moffie, Posener en Schelvis — zijn typisch Joods-Amsterdamse namen uit de handel en de marktwereld.
De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. De brief illustreert hoe de bezetter systematisch Joodse handelaren uit de economie verwijderde door hun bedrijven op te heffen en de lopende contracten, zoals de huur voor standplaatsen of faciliteiten in de markthallen, te beëindigen. B. Moffie H. Ter J. Posener J.H. Ter J.H. ter Punt N. de Rooy S. Schelvis Marktwezen
Samenvatting
In deze zakelijke correspondentie verzoekt J.H. ter Punt om de stopzetting van huurbetalingen ("ontheffing de verlenen van de betaling uit hoofde van huur verbindingen") per 1 juni 1942 voor een vijftal specifieke firma's. Ter Punt treedt hierbij op in zijn officiële functie van Treuhänder (bewindvoerder) en Liquideur (vereffenaar).
De brief vermeldt de volgende bedrijven die onder zijn beheer vallen:
1. B. Moffie
2. J. Posener
3. N. de Rooy
4. Gebrs. Rodenburg
5. S. Schelvis & Zn.
Ter Punt geeft aan dat hij voor deze functies is aangesteld door de Wirtschaft Prüfstelle. De brief is een vervolg op een schrijven van 27 april 1942.
Historische Context
Dit document vormt een administratieve neerslag van de 'arisering' en de economische vernietiging van Joodse ondernemingen in bezet Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Wirtschaftsprüfstelle was een Duitse instantie die toezicht hield op dit proces.
Een Treuhänder was een door de bezetter aangestelde beheerder die de controle overnam van Joodse eigenaren. Vaak was het uiteindelijke doel de liquidatie (opheffing) van het bedrijf, zoals in deze brief expliciet wordt benoemd met de term Liquideur. De genoemde namen — zoals Moffie, Posener en Schelvis — zijn typisch Joods-Amsterdamse namen uit de handel en de marktwereld.
De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. De brief illustreert hoe de bezetter systematisch Joodse handelaren uit de economie verwijderde door hun bedrijven op te heffen en de lopende contracten, zoals de huur voor standplaatsen of faciliteiten in de markthallen, te beëindigen.