Archiefdocument
Origineel
10 augustus 1942. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). De bewindvoerder van de "gewezen grossier" M. van Loggem. (Stempel linksboven:)
№ M. 1942 20/J
(Handgeschreven aantekeningen linksboven:)
37/104/2. (doorstreept)
66/26/1 (doorstreept)
05536
(Tekst middenboven:)
L.M. 697
-1942-
(Handgeschreven rechtsboven:)
Mearttheis [?]
(Adresing:)
Aan
den Bewindvoerder van den gewezen
grossier van de Centrale Markt
M.van Loggem.
(Datering en paraaf:)
[Handtekening/Paraaf: M. Rüfler] 10 Augustus 1942.
[Kleine ronde stempel met onleesbaar symbool]
(Hoofdtekst:)
Ik deel U mede te hebben besloten de destijds met M.van Loggem,
grossier op de Centrale Markt, gesloten huurovereenkomst inzake pak-
huis E 8 aldaar, gerekend te zijn ingegaan 1 Augustus 1942, als ont-
bonden te beschouwen.
vM
(Ondertekening:)
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN Het document is een formeel afschrift van een besluit genomen door het Amsterdamse gemeentebestuur. De tekst is zakelijk en dwingend. De kern van de boodschap is de beëindiging van een huurcontract voor pakhuis E 8 op de Centrale Markt, met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 1942.
Opvallend is dat de brief niet gericht is aan de ondernemer zelf, maar aan een "bewindvoerder". De term "gewezen grossier" (voormalig groothandelaar) geeft aan dat de oorspronkelijke huurder, M. van Loggem, zijn bedrijfsvoering al had moeten staken. Het document is een administratieve afhandeling van de onteigening of liquidatie van een onderneming. De namen van de burgemeester en secretaris zijn getypt met de toevoeging "(get.)", wat betekent dat dit een officieel kantoorafschrift is van het ondertekende origineel. Dit document stamt uit augustus 1942, een periode waarin de Jodenvervolging in Nederland in een stroomversnelling zat; de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam waren net een maand eerder begonnen. De "arisering" van het economische leven was in volle gang: Joodse ondernemers werden uit hun functies gezet en hun bezittingen werden onder het beheer van een bewindvoerder (vaak een Verwalter) geplaatst om te worden geliquideerd of overgedragen aan niet-Joden.
M. van Loggem (Maurits van Loggem) was een Joodse handelaar. Het opzeggen van de huur van zijn pakhuis door de gemeente Amsterdam is een direct voorbeeld van hoe het gemeentelijke apparaat onder burgemeester Edward Voûte (een collaborateur) meewerkte aan de economische uitsluiting van de Joodse bevolking. De Centrale Markt was een cruciaal logistiek punt voor de voedselvoorziening; door Joodse grossiers hier te verwijderen, werd hun elke mogelijkheid tot handel ontnomen. E.J. Vo J.F. Franken M. van Loggem Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Het document is een formeel afschrift van een besluit genomen door het Amsterdamse gemeentebestuur. De tekst is zakelijk en dwingend. De kern van de boodschap is de beëindiging van een huurcontract voor pakhuis E 8 op de Centrale Markt, met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 1942.
Opvallend is dat de brief niet gericht is aan de ondernemer zelf, maar aan een "bewindvoerder". De term "gewezen grossier" (voormalig groothandelaar) geeft aan dat de oorspronkelijke huurder, M. van Loggem, zijn bedrijfsvoering al had moeten staken. Het document is een administratieve afhandeling van de onteigening of liquidatie van een onderneming. De namen van de burgemeester en secretaris zijn getypt met de toevoeging "(get.)", wat betekent dat dit een officieel kantoorafschrift is van het ondertekende origineel.
Historische Context
Dit document stamt uit augustus 1942, een periode waarin de Jodenvervolging in Nederland in een stroomversnelling zat; de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam waren net een maand eerder begonnen. De "arisering" van het economische leven was in volle gang: Joodse ondernemers werden uit hun functies gezet en hun bezittingen werden onder het beheer van een bewindvoerder (vaak een Verwalter) geplaatst om te worden geliquideerd of overgedragen aan niet-Joden.
M. van Loggem (Maurits van Loggem) was een Joodse handelaar. Het opzeggen van de huur van zijn pakhuis door de gemeente Amsterdam is een direct voorbeeld van hoe het gemeentelijke apparaat onder burgemeester Edward Voûte (een collaborateur) meewerkte aan de economische uitsluiting van de Joodse bevolking. De Centrale Markt was een cruciaal logistiek punt voor de voedselvoorziening; door Joodse grossiers hier te verwijderen, werd hun elke mogelijkheid tot handel ontnomen.