Administratieve brief.
Origineel
Administratieve brief. D. Breiten (vermoedelijk een functionaris van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke instantie). Den Heer L. Boers, Bewindvoerder van de gewezen grossier M. van Loggem. den Heer L. Boers. [in rood: 37/84/4]
Bewindvoerder ~~over~~ van den gewezen
grossier M. van Loggem
Centrale Markt
Alhier
In aansluiting op de missive
van den Burgemeester van 18 augustus
1942 no 691. 4m deel ik U mede,
dat M. van Loggem aan mijn
dienst nog schuldig is de huur
van pakhuis E. 8. op de Centrale Markt
over de maanden Juni en Juli
1942 samen bedragende f 133.34.
Ik verzoek U beleefd
mij schriftelijk te willen mededeelen
of U van boven genoemden grossier
gelden in beheer heeft ~~waaraan~~
~~ter deze schuld aan mijn dienst~~
~~te kunnen voldoen~~ kan worden voldaan.
D. Breiten,
[in rood: hy] * Inhoud: De brief is een formele sommatie/navraag betreffende een huurschuld. De afzender stelt vast dat de voormalige grossier M. van Loggem nog 133,34 gulden aan huur verschuldigd is voor pakhuis E. 8 op de Centrale Markt voor de maanden juni en juli 1942. Er wordt gevraagd of de bewindvoerder over liquide middelen beschikt om deze schuld te voldoen.
* Taalgebruik: Formeel, ambtelijk Nederlands ("missive", "in aansluiting op", "mede deelen").
* Correcties: De schrijver heeft in de laatste alinea geworsteld met de formulering. Oorspronkelijk stond er waarschijnlijk iets als "waaraan deze schuld... te kunnen voldoen", wat is doorgehaald en vervangen door "kan worden voldaan."
* Sleutelfiguren:
* L. Boers: De aangestelde bewindvoerder.
* M. van Loggem: De "gewezen grossier". In de context van 1942 duidt de term "gewezen" in combinatie met een "bewindvoerder" er bijna altijd op dat het om een Joodse ondernemer gaat wiens bedrijf door de bezetter onder curatele is gesteld. Dit document is een direct overblijfsel van de bureaucratische afwikkeling van de onteigening van Joodse bezittingen tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
Vanaf 1941 werden Joodse bedrijven door de bezetter verplicht aangemeld en onder het beheer van een 'bewindvoerder' (vaak een NSB'er of een zakelijke opportunist) geplaatst. Dit proces werd "arisering" genoemd. De oorspronkelijke eigenaar verloor de zeggenschap over zijn bedrijf en inkomsten.
In dit specifieke geval probeert een gemeentelijke dienst (mogelijk de Dienst der Markten van de gemeente Amsterdam) een vordering te innen bij de bewindvoerder van de firma Van Loggem. De verwijzing naar de "missive van den Burgemeester" (toen de regeringscommissaris Edward Voûte) onderstreept de officiële, hiërarchische weg waarlangs deze zaken werden afgehandeld. Het pakhuis op de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam in de wijk Bos en Lommer) was een cruciale plek voor de voedselvoorziening en handel in de stad. D. Breiten L. Boers M. van Loggem Gemeente Amsterdam NSB