Archiefdocument
Origineel
13 maart 1942 (vastgesteld op basis van de stempel "M. 1942 13/3") M.C.M. Beukers, Rijnstraat 123, Amsterdam Den WelEdelen Directeur van het Marktwezen, Amsterdam № 53/30/1 M. 1942 13/3
Den WelEdelen Directeur
van het Marktwezen
[Rechtsboven in potlood: mith. Beurs]
De ondergetekende verzoekt een kaart
om zijn aardappelen te laten thuis brengen
door J. Sliers v Jan v der Heijdenstraat
om dat mijn knecht er geen tijd meer voor
heeft of zou u EW. het beter achten dat ik
hem als knecht een kaart meenam . .
Na menen
M C M Beukers Rijnstraat 123
Amsterdam
Legitimatiebewijs
16851 Het document is een formeel verzoekschrift gericht aan de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. De afzender, M.C.M. Beukers, vraagt om een officiële kaart (vergunning of machtiging) om zijn aardappelen te laten bezorgen door een derde, de heer J. Sliers.
De noodzaak hiervoor is dat zijn eigen vaste knecht geen tijd meer heeft voor deze taak. Beukers stelt een alternatieve oplossing voor: indien de directeur dat passender vindt, kan hij ook een kaart aanvragen voor de vervanger in de hoedanigheid van (tijdelijke) knecht. De brief getuigt van de strikte bureaucratie tijdens de bezettingsjaren; zelfs voor het laten thuisbezorgen van basisvoedsel door een ander was officiële toestemming en documentatie vereist.
De toon is uiterst beleefd ("Den WelEdelen Directeur", "u EW." voor EdelWeldele) en het opnemen van het legitimatienummer onderstreept het officiële karakter van het schrijven. De afsluiting "Na menen" lijkt een verkorte of haastig geschreven formele groet (zoals 'Naar menen' of een variant op 'Uw dienaar'). Dit schrijven dateert van maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was een strak distributiesysteem van kracht om de schaarste aan voedsel en brandstof te beheersen. Het 'Marktwezen' was de gemeentelijke instantie die verantwoordelijk was voor de controle op de handel en de rechtvaardige verdeling van goederen.
De adressen in de brief (Rijnstraat in de Rivierenbuurt en Jan van der Heijdenstraat in De Pijp) liggen in aangrenzende wijken in Amsterdam-Zuid. In de context van de bezetting waren dergelijke vergunningen essentieel om te voorkomen dat transporten door de bezetter of de crisis-controledienst werden aangezien voor illegale handel of zwarte markt-activiteiten. Het document illustreert de dagelijkse beslommeringen en de beperkte bewegingsvrijheid van burgers in hun pogingen om in hun levensonderhoud te voorzien. J. Sliers M.C.M. Beukers Marktwezen
Samenvatting
Het document is een formeel verzoekschrift gericht aan de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. De afzender, M.C.M. Beukers, vraagt om een officiële kaart (vergunning of machtiging) om zijn aardappelen te laten bezorgen door een derde, de heer J. Sliers.
De noodzaak hiervoor is dat zijn eigen vaste knecht geen tijd meer heeft voor deze taak. Beukers stelt een alternatieve oplossing voor: indien de directeur dat passender vindt, kan hij ook een kaart aanvragen voor de vervanger in de hoedanigheid van (tijdelijke) knecht. De brief getuigt van de strikte bureaucratie tijdens de bezettingsjaren; zelfs voor het laten thuisbezorgen van basisvoedsel door een ander was officiële toestemming en documentatie vereist.
De toon is uiterst beleefd ("Den WelEdelen Directeur", "u EW." voor EdelWeldele) en het opnemen van het legitimatienummer onderstreept het officiële karakter van het schrijven. De afsluiting "Na menen" lijkt een verkorte of haastig geschreven formele groet (zoals 'Naar menen' of een variant op 'Uw dienaar').
Historische Context
Dit schrijven dateert van maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was een strak distributiesysteem van kracht om de schaarste aan voedsel en brandstof te beheersen. Het 'Marktwezen' was de gemeentelijke instantie die verantwoordelijk was voor de controle op de handel en de rechtvaardige verdeling van goederen.
De adressen in de brief (Rijnstraat in de Rivierenbuurt en Jan van der Heijdenstraat in De Pijp) liggen in aangrenzende wijken in Amsterdam-Zuid. In de context van de bezetting waren dergelijke vergunningen essentieel om te voorkomen dat transporten door de bezetter of de crisis-controledienst werden aangezien voor illegale handel of zwarte markt-activiteiten. Het document illustreert de dagelijkse beslommeringen en de beperkte bewegingsvrijheid van burgers in hun pogingen om in hun levensonderhoud te voorzien.