Officiële kennisgeving/brief.
Origineel
Officiële kennisgeving/brief. 5 maart 1942. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). [Linksboven in paarse inkt gestempeld/geschreven:]
№ 77/2/35 M. 1942 5/3
[Handgeschreven in potlood/inkt:]
vs
Verhuis
[onleesbare paraaf/teken]
[Rechtsboven handgeschreven aantekeningen:]
Marktw.
v v d
th sighthof p
th Bevene
[Adresseringsblok:]
Aan den heer
G.D.Habermehl, Meentweg 79
D.N.Habermehl, " " 77
L.M. 54/11
-1942-
B_U_S_S_U_M. 5 Maart 1942.
Ik deel U mede te hebben besloten, om den termijn van veertien dagen, gedurende welken de Directeur van het Marktwezen U den toegang tot de Centrale Markt heeft ontnomen, te verlengen tot en met 15 Februari 1943, aangezien U door en wegens overtreding van de prijsvoorschriften - waarvoor U o.a. bent veroordeeld tot sluiting van Uw zaak voor den tijd van een jaar - direct of indirect den goeden gang van zaken op de Centrale Markt in gevaar hebt gebracht.
VM [geparafeerd]
De Burgemeester van Amsterdam,
(get) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN Deze brief is een formele mededeling van de burgemeester van Amsterdam aan twee handelaren, waarschijnlijk broers of familieleden, wonende in Bussum. De essentie van het document is een strafmaatregel: een eerdere ontzegging van de toegang tot de Centrale Markt in Amsterdam (die oorspronkelijk 14 dagen duurde) wordt verlengd tot bijna een jaar (tot 15 februari 1943).
De reden voor deze zware maatregel is "overtreding van de prijsvoorschriften". Het document vermeldt ook dat de heren Habermehl reeds veroordeeld zijn tot een gedwongen sluiting van hun zaak voor de duur van een jaar. De autoriteiten stellen dat hun handelingen de orde en de "goede gang van zaken" op de markt in gevaar hebben gebracht. Het taalgebruik is zakelijk, streng en administratief van aard. Het document dateert van maart 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit verklaart de specifieke historische context:
- Edward Voûte: De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de bezetter benoemde regeringscommissaris en burgemeester van Amsterdam. Hij stond bekend als collaborateur.
- De Centrale Markt: Dit was het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. Tijdens de oorlogsjaren was controle over de markt en de distributie van levensmiddelen essentieel voor zowel de bezetter als het gemeentebestuur om de schaarste te beheersen.
- Prijsvoorschriften en Zwarte Handel: Tijdens de bezetting golden er strikte prijsvoorschriften om inflatie en zwarte handel tegen te gaan. Overtredingen werden zwaar bestraft, zoals in dit document te zien is. De overheid probeerde met harde hand de officiële distributiekanalen (het bonnensysteem) te beschermen.
- Economische Delicten: De veroordeling tot sluiting van de zaak en de marktontzegging wijzen op een repressief beleid tegen economische delicten, die in oorlogstijd als ondermijnend voor de openbare orde werden beschouwd. De Habermehls waren waarschijnlijk marktkooplieden of groothandelaren die buiten de vastgestelde marges hadden gehandeld. D.N. Habermehl G.D. Habermehl Marktwezen