Tuchtbeschikking (sanctiebesluit) wegens overtreding van prijsvoorschriften.
Origineel
Tuchtbeschikking (sanctiebesluit) wegens overtreding van prijsvoorschriften. 1 mei 1942. HEEFT GOEDGEVONDEN :
1o. den verdachte te veroordeelen tot betaling van een geldboete van: Tweehonderd Gulden (f. 200,-).
~~verbeurd te verklaren de bij proces-verbaal van den~~ 194~~-~~
~~-- inbeslaggenomen goederen; --~~
2o. ~~te bepalen, dat~~ de sluiting van het bedrijf van verdachte en stillegging van de bedrijfsmiddelen te bevelen voor den tijd van ~~xxx~~ drie maanden, ingaande op den 6den Mei 1942, en het Hoofd der Politie der gemeente Amsterdam op te dragen om de sluiting voor een ieder kenbaar te maken door aanplakking van dezen maatregel op een in het oog vallende plaats bij den toegang van het perceel, waarin verdachte zijn bedrijf uitoefent, als-mede om nauwgezet te waken tegen en de opsporing te bevorderen van de overtredingen, genoemd in artikel 10 van het Prijsbeheer-schingsbesluit;
3o. den verdachte te verbieden, om gedurende drie maanden, eveneens ingaande op den 6den Mei 1942, als kleinhandelaar in aardappelen, groenten en fruit op te treden;
4o. den verdachte te veroordeelen in de kosten ten beloope van Zestig Gulden (f. 60,-), berekend overeenkomstig de bepa-lingen van het "Tarief voor Tuchtstrafproceskosten" van 23 Januari 1942.
AMSTERDAM, den [stempel: 1 MEI 1942] 194
De Inspecteur voornoemd,
[handtekening: R. Hattink]
Mr. R. E. Hattink,
Toegevoegd Inspecteur.
BETALING van de opgelegde boete moet geschieden binnen acht dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking door storting of overschrijving op postrekening No. 408.874 van ~~voormelden Inspecteur.~~ de Inspectie voor de Prijsbeheersching. Bij gebreke hiervan volgt tenuitvoerlegging der tuchtbeschikking.
BEROEP tegen tuchtbeschikkingen is mogelijk:
a. indien is opgelegd een geldboete van meer dan f 500.—, al of niet met een bijkomende straf;
b. indien is opgelegd een geldboete van f 500.— of minder, mits daarbij een bijkomende straf is opgelegd, uitgezonderd de bijkomende straf van openbaarmaking.
Beroep moet binnen veertien dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking worden ingesteld bij een door den veroordeelde onderteekend beroepschrift, hetwelk moet worden ingediend bij den Gemachtigde voor de Prijzen te 's-Gravenhage of bij den Inspecteur voor de Prijsbeheersching, door wien de beschikking in eersten aanleg genomen werd.
Hk./H.
K 1049 Dit document is een officieel bewijs van de strenge economische controle tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De "Inspectie voor de Prijsbeheersching" had als taak om prijsopdrijving en zwarte handel tegen te gaan door middel van tuchtrechtelijke maatregelen.
De strafmaatregelen in dit specifieke geval zijn aanzienlijk:
1. Geldboete: 200 gulden (omgerekend naar de huidige koopkracht is dit een zeer substantieel bedrag, vergelijkbaar met ongeveer €1.500 - €2.000).
2. Bedrijfssluiting: Het bedrijf moet voor drie maanden dicht.
3. Publieke schandpaal: De politie moet een plakkaat op het pand aanbrengen zodat de reden van sluiting voor iedereen zichtbaar is.
4. Beroepsverbod: De betrokkene mag drie maanden lang niet werken als kleinhandelaar in aardappelen, groente en fruit.
5. Proceskosten: Een extra boete van 60 gulden voor de administratieve afhandeling.
De doorhalingen in de voorgedrukte tekst laten zien dat de standaardformulieren werden aangepast aan de specifieke uitspraak. De term "Heeft goedgevonden" duidt op een eenzijdige administratieve beslissing zonder tussenkomst van een reguliere rechter, wat kenmerkend was voor het tuchtrechtstelsel van de bezettingstijd. Tijdens de oorlogsjaren ontstond er door schaarste een bloeiende zwarte markt. Om de distributie van goederen (vaak bestemd voor de Duitse oorlogsindustrie of de eigen bevolking op rantsoen) beheersbaar te houden, werden prijzen wettelijk vastgelegd in het "Prijsbeheerschingsbesluit".
Winkeliers die zich hier niet aan hielden, bijvoorbeeld door meer te vragen voor schaarse producten zoals aardappelen, riskeerden zware sancties zoals in dit document beschreven. Voor een kleine ondernemer betekende een sluiting van drie maanden en een verbod op handel vaak de financiële ondergang. De ondertekenaar, Mr. R.E. Hattink, was een jurist werkzaam binnen dit apparaat; dergelijke functionarissen speelden een cruciale rol in het handhaven van de economische orde van de bezetter. E. Hattink R. Hattink R.E. Hattink Gemeente Amsterdam Politie