Gemeenteblad (officiële publicatie van de gemeente Amsterdam).
Origineel
Gemeenteblad (officiële publicatie van de gemeente Amsterdam). 13 februari 1942. [Pagina 152]
152
Paaschdag, Hemelvaartsdag, Tweeden Pinksterdag en de beide Kerstdagen tusschen 5 uur des voormiddags en middernacht;
b ten aanzien van bloemen op den Zondag:
1º op een afstand van ten hoogste 40 m van voor het publiek bestemde toegangen tot en uitgangen van stationsgebouwen, in het tijdvak van 1 October tot 1 April tusschen 5 uur des voormiddags en 6 uur des namiddags en in het tijdvak van 1 April tot 1 October tusschen 5 uur des voormiddags en 7 uur des namiddags;
2º op een afstand van ten hoogste 75 m van voor het publiek bestemde toegangen tot ziekeninrichtingen en tot begraafplaatsen van één uur vóór den aanvang van het bezoekuur af tot het tijdstip van het einde daarvan, door den Burgemeester bij openbare kennisgeving bekendgemaakt;
c ten aanzien van feestartikelen en klein speelgoed op de Zondagen in het tijdvak van 1 October tot 1 April tusschen 5 uur des voormiddags en 6 uur des namiddags en op de Zondagen in het tijdvak van 1 April tot 1 October tusschen 5 uur des voormiddags en 7 uur des namiddags;
d ten aanzien van bloemen en planten, op 1 Januari, 24 en 31 December tusschen 5 uur des voormiddags en 6 uur des namiddags, indien deze dagen op een Zondag vallen;
e tusschen 5 uur des voormiddags en 6 uur des namiddags op 2, 3, 4 of 5 December, indien deze dagen op een Zondag vallen.
ART. 15
1. Hij, die handelt in strijd met of niet nakomt de voorwaarden, verbonden aan een vergunning, hem overeenkomstig deze verordening verleend, wordt geacht te hebben gehandeld zonder vergunning.
2. Onder handelen wordt in dit artikel verstaan zoowel doen als hebben en nalaten.
3. Hij, die krachtens een vergunning, hem overeenkomstig deze verordening verleend, iets doet, heeft of nalaat, is verplicht, deze vergunning aan hen, die belast zijn met het opsporen van de overtredingen dezer verordening, op hun eerste aanvraag ter inzage af te geven.
4. Een vergunning, als in deze verordening bedoeld, moet schriftelijk worden aangevraagd, behalve die, bedoeld in art. 12, eerste en vijfde lid.
ART. 16
Drie maanden na het tijdstip, waarop de bepalingen van art. 5, eerste lid, der Wet van 27 Juli 1934 (Staatsblad No. 450) tot wijziging der Winkelsluitingswet vervallen:
a wordt in art. 3, eerste en tweede lid, in plaats van „zes” telkens gelezen: „vier”;
b vervalt art. 4;
c wordt in art. 12, tweede lid onder c, en in art. 12, vierde lid onder c, in plaats van „4” telkens gelezen: „6”.
ART. 17
1. Deze verordening treedt in werking op een door den Burgemeester te bepalen dag, met uitzondering van het bepaalde in art. 9, welke bepalingen in werking treden op het tijdstip, waarop het besluit van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij, van 25 Juli 1941, No. 24036, vervallen is verklaard.
2. Bij het in werking treden dezer verordening vervalt de Verordening op de Winkelsluiting, vastgesteld bij raadsbesluit van 13 Maart 1935 (Gemeenteblad 1935, afd. 3, volgn. 96), zooals deze sindsdien is gewijzigd.
[Pagina 153]
153 Gemeenteblad afd. 1 A
ART. 18
Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening op de Winkelsluiting.
AMSTERDAM, 13 Februari 1942.
De Burgemeester voornoemd,
VOÛTE
de Gemeentesecretaris,
J. F. FRANKEN
TOELICHTING OP DE ARTIKELEN.
Art. 2. Zie de algemeene toelichting.
Art. 3. Dient ter vervanging van art. 3 der vervallen verordening en is in overeenstemming gebracht met het bepaalde in art. 3, tweede lid, van het Winkelsluitingsbesluit. De afzonderlijke bepalingen van het tweede en het derde lid van het oude artikel zijn gelijkluidend gemaakt en samengevoegd in één (tweede) lid. Daarbij zijn de Zondagen, waarop voor den verkoop van belegde broodjes in winkels een ruimere verkoopsmogelijkheid is gegeven, uitgebreid met die, vallende op 1 Januari en op 26 December, aangezien gebleken is, dat op deze dagen dezelfde behoefte bestaat aan een ruimere verkoopsmogelijkheid voor dit artikel als op de Zondagen, vallende op 24 en 31 December, voor welke dagen de afwijkende regeling tot nu toe reeds gold.
Art. 4. Dient ter vervanging van het oude art. 4. Nu de zes uren, gedurende welke bepaalde winkels des Zondags geopend mogen zijn, gedurende het tijdvak van 1 October tot 1 April niet na 6 uur des namiddags mogen liggen, is voor dit tijdvak niet langer een keuze mogelijk, doch zijn de zes uren vastgesteld op: van 11 uur des voormiddags tot 5 uur des namiddags;
voor het tijdvak van 1 April tot 1 October is keuze mogelijk tusschen 11 uur des voormiddags tot 5 uur des namiddags, of van 1 uur des namiddags tot 7 uur des namiddags. Voor winkels, waar versche visch verkocht wordt, is steeds een keuze mogelijk tusschen twee tijdvakken, nl. van 8 uur des voormiddags tot 2 uur des namiddags, of van 11 uur des voormiddags tot 5 uur des namiddags.
Art. 5. Dient ter vervanging van het oude art. 5 en is in overeenstemming gebracht met het bepaalde in art. 3, tweede lid onder a, van het Winkelsluitingsbesluit.
Art. 6. Dient ter vervanging van het oude art. 7. De daarin op den Sabbath betrekking hebbende bepalingen zijn geschrapt.
Art. 7. Stemt overeen met het oude art. 8.
Art. 8. Stemt overeen met het oude art. 10.
Art. 9. Regelt de Maandagmiddagsluiting voor slagerswinkels (zie de algemeene toelichting). De middagsluiting geldt niet voor de Maandagen, welke gelegen zijn in een week, waarin een feestdag voorkomt.
Art. 10. Dient ter vervanging van het oude art. 12.
Art. 11. Regelt de Woensdagmiddagsluiting voor groentewinkels (zie de algemeene toelichting). De middagsluiting geldt niet voor de Woensdagen, welke dicht bij een feestdag gelegen zijn.
--- Deze tekst betreft een gemeentelijke verordening uit Amsterdam die de openingstijden van winkels reguleert. Enkele opvallende juridische en bestuurlijke elementen:
* Gedetailleerde uitzonderingen: Er worden specifieke regels gesteld voor de verkoop van bloemen bij stations, ziekenhuizen en begraafplaatsen, en voor seizoensgebonden artikelen zoals speelgoed rond Sinterklaas (2-5 december).
* Overgangsrecht: Artikel 16 en 17 beschrijven hoe deze nieuwe verordening de oude verordening uit 1935 vervangt en hoe deze aansluit bij landelijke wetgeving (Winkelsluitingswet).
* Toelichting: De toelichting op pagina 153 geeft inzicht in de beweegredenen voor veranderingen, zoals de behoefte aan verruimde verkoop van belegde broodjes op specifieke feestdagen (Nieuwjaarsdag en Tweede Kerstdag).
* Schrapping Sabbath-bepaling: Bij Artikel 6 in de toelichting wordt expliciet vermeld dat bepalingen met betrekking tot de Sabbath zijn geschrapt.
--- Dit document stamt uit februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit is essentieel voor de interpretatie:
* Bestuur onder bezetting: Edward Voûte, de ondertekenaar, was een door de bezetter benoemde regeringscommissaris (burgemeester) die collaboreerde met de nazi-autoriteiten.
* Anti-Joodse maatregelen: De schrapping van de Sabbath-bepalingen in Artikel 6 is een direct gevolg van het beleid van de bezetter. Voor de oorlog hield de winkelsluitingswet vaak rekening met Joodse winkeliers die op zaterdag (Sabbath) gesloten waren en daarom op zondag beperkt open mochten zijn. In 1942 werden dergelijke religieuze privileges voor Joden stelselmatig uit de wetgeving verwijderd als onderdeel van de vervolging.
* Voedselvoorziening: De regels rond slagerijen en groentewinkels (Art. 9 en 11) moeten gezien worden in de context van de toenemende schaarste en distributie tijdens de oorlogsjaren.