Ambtelijke notitie / Rapportage
Origineel
Ambtelijke notitie / Rapportage 10 februari 1943 J. Renz Waterlooplein 10 - 2 - 43
Den Heer Inspecteur
Herhaaldelyk heb ik S. Winnik-Barend moeten waarschuwen, dat de ass: A. Roodveldt niet mocht vervangen, want in feite bezet Roodveldt pl: 88. A. Roodveldt is iemand welke weer of geen weer dagelyks op de markt aanwezig is. Hierby zou ik U in overweging willen geven, het verzoek om een vaste plaats toe te staan, terwijl het practisch beteekend dat S. Winnik-Barend dan geen plaats meer inneemt.
J. Renz Dit handgeschreven briefje is een administratieve melding van J. Renz (vermoedelijk een marktmeester of toezichthouder) aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van het schrijven is een conflict over het gebruik van een marktplaats (nummer 88) op het Waterlooplein.
Renz klaagt dat S. Winnik-Barend zich onterecht laat vervangen door een assistent genaamd A. Roodveldt. Hij merkt op dat Roodveldt feitelijk degene is die de plek dagelijks bezet, ongeacht de weersomstandigheden. Renz adviseert de Inspecteur om Roodveldt een vaste plaats toe te kennen, wat als direct gevolg zou hebben dat S. Winnik-Barend haar/zijn recht op een plek verliest. Het document getuigt van de strikte reglementering en de onderlinge spanningen op de markt over standplaatsrechten. De datum (februari 1943) en locatie (Waterlooplein) geven dit document een beladen historische context. Het Waterlooplein lag in het hart van de Jodenbuurt van Amsterdam. In 1941 hadden de Duitse bezetters bepaald dat dit een "Joodse markt" moest worden, waar alleen Joden mochten handelen en kopen.
De namen Winnik-Barend en Roodveldt zijn bekende Joodse familienamen in Amsterdam uit die periode. In februari 1943 waren de deportaties van Joodse Amsterdammers naar de concentratie- en vernietigingskampen al in volle gang. Terwijl de bureaucratie rondom marktvergunningen en standplaatsen op papier gewoon doorging, leefden de betrokkenen onder constante dreiging. Dit document illustreert de wrange realiteit waarbij ambtelijke processen over zoiets triviaals als een marktkraam werden voortgezet, terwijl de mensen achter deze namen op het punt stonden uit de samenleving te worden weggevoerd. A. Roodveldt Herhaaldelyk heb (Inspecteur) J. Renz S. Winnik Marktwezen
Samenvatting
Dit handgeschreven briefje is een administratieve melding van J. Renz (vermoedelijk een marktmeester of toezichthouder) aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van het schrijven is een conflict over het gebruik van een marktplaats (nummer 88) op het Waterlooplein.
Renz klaagt dat S. Winnik-Barend zich onterecht laat vervangen door een assistent genaamd A. Roodveldt. Hij merkt op dat Roodveldt feitelijk degene is die de plek dagelijks bezet, ongeacht de weersomstandigheden. Renz adviseert de Inspecteur om Roodveldt een vaste plaats toe te kennen, wat als direct gevolg zou hebben dat S. Winnik-Barend haar/zijn recht op een plek verliest. Het document getuigt van de strikte reglementering en de onderlinge spanningen op de markt over standplaatsrechten.
Historische Context
De datum (februari 1943) en locatie (Waterlooplein) geven dit document een beladen historische context. Het Waterlooplein lag in het hart van de Jodenbuurt van Amsterdam. In 1941 hadden de Duitse bezetters bepaald dat dit een "Joodse markt" moest worden, waar alleen Joden mochten handelen en kopen.
De namen Winnik-Barend en Roodveldt zijn bekende Joodse familienamen in Amsterdam uit die periode. In februari 1943 waren de deportaties van Joodse Amsterdammers naar de concentratie- en vernietigingskampen al in volle gang. Terwijl de bureaucratie rondom marktvergunningen en standplaatsen op papier gewoon doorging, leefden de betrokkenen onder constante dreiging. Dit document illustreert de wrange realiteit waarbij ambtelijke processen over zoiets triviaals als een marktkraam werden voortgezet, terwijl de mensen achter deze namen op het punt stonden uit de samenleving te worden weggevoerd.