Officieel schrijven/besluit van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officieel schrijven/besluit van de Gemeente Amsterdam. 24 januari 1944. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). No. 20/20/13 $^d$ M. 1943 $\frac{24}{1}$ [handgeschreven]
937 '43
[Handgeschreven aantekening in blauw/paars:] nw. dri. / des [onleesbaar] 760 Markten
24 Januari 1944.
Naar aanleiding van Uw schrijven van 5 Januari 1944 deel ik U mede te hebben besloten, om den termijn gedurende welken U bij wijze van straf het recht van toegang tot de markten is ontnomen wegens overtreding van de distributievoorschriften - welke termijn in mijn besluit van 19 November 1943 voor onbepaalden tijd was vastgesteld - thans te bepalen op vier maanden, derhalve tot en met 28 Maart 1944.
vM
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte [stempel]
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [stempel] In deze brief stelt de burgemeester van Amsterdam de ontvanger op de hoogte van een verandering in een eerder opgelegde sanctie. De betrokkene had een verbod gekregen om de markten te bezoeken vanwege een overtreding van de "distributievoorschriften". Aanvankelijk was dit verbod (opgelegd op 19 november 1943) voor onbepaalde tijd, maar na een verzoekschrift van de betrokkene (5 januari 1944) is dit omgezet naar een vaste termijn van vier maanden. Het verbod zou hierdoor eindigen op 28 maart 1944.
Het document getuigt van de bureaucratische afhandeling van straffen tijdens de bezettingsjaren. Opvallend is de formele, juridische taal ("den termijn gedurende welken"). De namen van de ondertekenaars zijn gestempeld, wat duidt op een standaard administratieve procedure voor dergelijke besluiten. Het document dateert uit januari 1944, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De genoemde burgemeester, Edward Voûte, was een regeringscommissaris die door de Duitsers was aangesteld.
De "distributievoorschriften" waarnaar verwezen wordt, vormden de kern van het bonnensysteem. Vanwege schaarste waren vrijwel alle goederen (voedsel, kleding, brandstof) op de bon. Overtreding van deze regels, zoals handel op de zwarte markt of het bezit van illegale bonkaarten, werd streng gestraft. Een marktverbod was een zware sanctie voor handelaren of burgers, omdat de markt een cruciale plek was voor de legale (en soms illegale) voedselvoorziening. Dat de straf werd omgezet van 'onbepaalde tijd' naar 'vier maanden' suggereert dat er ruimte was voor coulance of juridisch beroep, zelfs binnen het repressieve systeem van de bezettingstijd.