Ambtelijke notitie / Rapportage betreffende een vergunningsaanvraag.
Origineel
Ambtelijke notitie / Rapportage betreffende een vergunningsaanvraag. 25 oktober 1943 tot 7 november 1943. [Bovenaan de pagina:]
Th. van Murg, om nader advies,
ing. tel. gesprek d.d. heden. J. 2/11 '43
[Hoofdtekst:]
Deze persoon heeft sinds ik op St. Veld
en Lieshout ben eenige malen op de
markten gestaan. Van gezicht is deze persoon
mij wel bekend, hij verklaarde dat hij voorheen
op de markt had gestaan onder een andere naam
daar hij in combinatie werkte met een zekere
Okker en hij die naam opgaf.
Het komt mij wel waarschijnlijk voor dat dit
zoo is, daar ik hem wel van gezicht ken.
Murg. [handtekening]
[Midden:]
Th. Vrij, Th. Lok, zie rapport Th. v. Murg.
nader advies amb. [?] 3/11
[Onderzijde:]
Overigens mij is de naam
J Mieldijk niet bekend.
5/11 '43
[Rechtsonder:]
Model afwijzing gestuurd. Driebergen.
7/11 '43.
[Paraaf]
[In de linker marge, verticaal geschreven:]
Th. Vrij, aanvraag 25/10 '43
mijnerzijds ook onbekend 26/10 '43 Dit document betreft een intern ambtelijk onderzoek naar de identiteit en betrouwbaarheid van een persoon genaamd J. Mieldijk. Mieldijk heeft waarschijnlijk een aanvraag ingediend voor een marktvergunning of een vergelijkbaar verlof (aangeduid als "aanvraag" in de marge).
De kern van de notitie is het rapport van Th. van Murg. Hij herkent de persoon van gezicht van markten in "St. Veld" (mogelijk Sterrenveld) en "Lieshout". Cruciaal is de opmerking dat de aanvrager eerder onder een andere naam werkte ("Okker"), wat hij verklaarde door een eerdere samenwerking. Hoewel Van Murg de persoon herkent, geeft een andere ambtenaar op 5 november aan dat de naam "J. Mieldijk" hem onbekend is. De onduidelijkheid over de naamvoering en de identiteit leidt uiteindelijk tot een negatief besluit: op 7 november 1943 wordt een "model afwijzing" verstuurd vanuit Driebergen. Het document dateert uit het najaar van 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een zeer strenge controle op de handel, de distributie van goederen en de bewegingsvrijheid van personen. Markthandelaren moesten over de juiste papieren beschikken en hun identiteit moest onomstreden zijn.
Het gebruik van aliassen of het werken onder een andere naam (zoals hier "Okker") werd door de autoriteiten in oorlogstijd met grote argwaan bekeken, omdat dit kon wijzen op pogingen om de bezettingsregels te ontduiken, illegale handel (zwarte markt) of het verbergen van de werkelijke identiteit (bijvoorbeeld in het geval van onderduikers of verzetslieden). De ambtelijke voorzichtigheid in dit document, resulterend in een afwijzing, is typerend voor de bureaucratische controle uit die periode. Th. van Murg (rapporteur) J. Mieldijk (betrokkene/aanvrager) Okker (alias) Th. Vrij Th. Lok.