Handgeschreven verzoekschrift met ambtelijke kanttekeningen en stempels.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift met ambtelijke kanttekeningen en stempels. 19 oktober 1943. Carl Wilhelm Friedrich Liere (geboren 17-09-1892). De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). [Linksboven:]
№ 25/5 L.M. 1943 20/10
[Rechtsboven:]
v 28
Amsterdam 19.10.43.
[Aanhef:]
Hooggeachte Heer de Burgemeester,
[Inhoud:]
Ondergeteekende, Carl Wilhelm Friedrich Liere, Geb den 17.9.1892, wonende Korte Houtstraat 38 II te Amsterdam, is zoo beleefd uwe Heer een beleefd verzoek te mogen vragen. Redenen van zijn verzoek is om eene vergunning om op een van uwe Markten hier ter Stede te mogen handelen, en eene plaats in te nemen zooals Albertkuypstr en Dapperstraat met mijn waren Schrijfbehoeften en leesboeken, daar hij jaren als koopman zijn zijn handel drijf. Zag hij gaarne van uwe Heer een gunstig besluit.
[Afsluiting en Ondertekening:]
Hoogachtend
u d w d.
Carl Liere
Korte Houtstraat 38 II
Amsterdam.
[Ambtelijke kanttekeningen linksonder:]
Th. Rens, moed advies anb. [onleesbaar signatuur] 26/10
Genoemde C F Liere is mij niet bekent als Koopman [onleesbaar signatuur] 20/10 43
H. Engelen, moed advies anb. [onleesbaar signatuur] 20/10
[Paars stempel rechtsonder:]
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen stelt deze in handen van den Heer Directeur van het Marktwezen om advies. Ter verdere behandeling.
A’dam, 22 October 1943.
[Aantekening rechtsonder:]
No. 20/48/1 M. 1943 22/10
Genoemde C W F Liere is mij onbekend als koopman 29-10 43 [onleesbaar signatuur] * Taal en Vorm: De brief is geschreven in de formele, ietwat onderdanige stijl die destijds gebruikelijk was bij petities aan de overheid ("u dienstwillige dienaar", "is zoo beleefd"). Er zitten enkele taalfouten in ("Redenen... is", "zijn zijn handel drijf"), wat erop kan wijzen dat de schrijver geen hooggeschoolde achtergrond had.
* Inhoudelijke kern: Carl Liere probeert in de oorlogsjaren een legaal inkomen te verwerven door een plek te bemachtigen op de bekende Amsterdamse markten (Albert Cuyp en Dapperstraat). De nadruk op "schrijfbehoeften en leesboeken" (rood onderstreept in de tekst) suggereert dat dit de enige goederen waren waar hij handel in dreef of mocht drijven.
* Ambtelijke verwerking: Het document illustreert de bureaucratische molen van het Amsterdamse stadsbestuur tijdens de bezetting. De aanvraag wordt door verschillende afdelingen getoetst. De handgeschreven opmerkingen onderaan ("is mij niet bekent als Koopman") zijn negatief van aard; de controleurs kunnen zijn bewering dat hij al jarenlang koopman is niet staven, wat meestal leidde tot een afwijzing van de vergunning. * Historische context: Amsterdam, oktober 1943. Nederland is ruim drie jaar bezet door nazi-Duitsland. De stad kampt met grote tekorten, distributiebonnen en strikte regulering van de handel.
* Marktwezen onder de bezetting: De Amsterdamse markten stonden onder streng toezicht. Joodse kooplieden waren al eerder volledig van de markten verbonden en uit het straatbeeld verdwenen. Voor niet-Joodse burgers was het verkrijgen van een vergunning cruciaal om niet in de illegaliteit of gedwongen tewerkstelling in Duitsland (Arbeitseinsatz) terecht te komen.
* Locatie: De genoemde adressen (Korte Houtstraat, Albert Cuypstraat, Dapperstraat) bevinden zich in de oude volksbuurten van Amsterdam, die zwaar getekend waren door de wegvoering van de Joodse bevolking en de toenemende armoede onder de overgebleven bewoners.