Zakelijke brief / correspondentie.
Origineel
Zakelijke brief / correspondentie. 5 maart 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Nederlandsche Visscherij Centrale). [Linksboven, handgeschreven:]
Verzonden 5/3
[Rechtsboven, getypt:]
VB/RP
[Adresblok:]
den Heer C. van Pel Jr.
zeevischgroothandel
Evastraat 1,
R o t t e r d a m (ZH(
[Datumregel:]
46a/5/2 M. 5 Maart 1943
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 5 Januari jl.
bericht ik U, dat de Directeur der Nederlandsche
Visscherij Centrale heeft besloten, dat de wijziging
in de heffing der retributie (2% afslaggelden) voor
Amsterdam is ingegaan op 24 December 1942.
Aan Uw verzoek kan derhalve niet worden voldaan.
[Ondertekening:]
De Directeur, Deze korte zakelijke brief is een formele afwijzing van een verzoek dat door C. van Pel Jr., een groothandelaar in zeevis uit Rotterdam, was ingediend op 5 januari 1943. Hoewel de exacte inhoud van het verzoek van Van Pel niet in de brief staat, kan uit het antwoord worden afgeleid dat het betrekking had op de "heffing der retributie" (een soort belasting of vergoeding) van 2% op de afslaggelden in Amsterdam.
De afwijzing is gebaseerd op een formeel besluit van de directeur van de Nederlandsche Visscherij Centrale. De wijziging in de heffing was met terugwerkende kracht (of reeds bestaand) vastgesteld op 24 december 1942. Omdat deze datum al gepasseerd was en de regeling reeds van kracht was, kon er niet aan het verzoek van de heer Van Pel worden tegemoetgekomen. De toon is zakelijk, kortaf en typisch voor ambtelijke correspondentie uit die periode. Het document dateert uit maart 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de economie strak gereguleerd via diverse 'Centrales' en 'Bedrijfsschappen'. De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) was het orgaan dat toezicht hield op de visserijsector en de distributie van vis, vaak onder strikte controle van de bezetter om de voedselvoorziening (ook voor Duitsland) te garanderen.
De vermelding van "afslaggelden" verwijst naar de kosten die gemoeid zijn bij de verkoop van vis op de mijn (veiling). Dat een Rotterdamse handelaar correspondentie voert over Amsterdamse afslaggelden, wijst op de centrale aansturing en de onderlinge verwevenheid van de vismarkt in die tijd. De heer C. van Pel Jr. was een bekende naam in de Rotterdamse vishandel; de familie Van Pel is ook historisch bekend door hun onderduikperiode in het Achterhuis samen met de familie Frank (hoewel dit specifieke document een zakelijke transactie van de firma betreft). C. van Pel
Samenvatting
Deze korte zakelijke brief is een formele afwijzing van een verzoek dat door C. van Pel Jr., een groothandelaar in zeevis uit Rotterdam, was ingediend op 5 januari 1943. Hoewel de exacte inhoud van het verzoek van Van Pel niet in de brief staat, kan uit het antwoord worden afgeleid dat het betrekking had op de "heffing der retributie" (een soort belasting of vergoeding) van 2% op de afslaggelden in Amsterdam.
De afwijzing is gebaseerd op een formeel besluit van de directeur van de Nederlandsche Visscherij Centrale. De wijziging in de heffing was met terugwerkende kracht (of reeds bestaand) vastgesteld op 24 december 1942. Omdat deze datum al gepasseerd was en de regeling reeds van kracht was, kon er niet aan het verzoek van de heer Van Pel worden tegemoetgekomen. De toon is zakelijk, kortaf en typisch voor ambtelijke correspondentie uit die periode.
Historische Context
Het document dateert uit maart 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de economie strak gereguleerd via diverse 'Centrales' en 'Bedrijfsschappen'. De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) was het orgaan dat toezicht hield op de visserijsector en de distributie van vis, vaak onder strikte controle van de bezetter om de voedselvoorziening (ook voor Duitsland) te garanderen.
De vermelding van "afslaggelden" verwijst naar de kosten die gemoeid zijn bij de verkoop van vis op de mijn (veiling). Dat een Rotterdamse handelaar correspondentie voert over Amsterdamse afslaggelden, wijst op de centrale aansturing en de onderlinge verwevenheid van de vismarkt in die tijd. De heer C. van Pel Jr. was een bekende naam in de Rotterdamse vishandel; de familie Van Pel is ook historisch bekend door hun onderduikperiode in het Achterhuis samen met de familie Frank (hoewel dit specifieke document een zakelijke transactie van de firma betreft).