Zakelijke brief (typoscript met handgeschreven kanttekeningen).
Origineel
Zakelijke brief (typoscript met handgeschreven kanttekeningen). 26 October 1943. Centraal Verkoopkantoor van Mosselen, Bergen op Zoom. Aan het Marktwezen der Gemeente Amsterdam. [Briefhoofd]
CENTRAAL VERKOOPKANTOOR VAN MOSSELEN
BERGEN OP ZOOM
Telef. 674 Postrek. 261192
Telegram-adres: „CEVEMOS”
Briefadres: „CEVEMOS”
Bankiers:
Rotterd. Bankvereeniging N. V.
Bergen op Zoom
Ned. Middenstandsbank N. V.
's-Gravenhage
[Rechtsboven handgeschreven nummer:] 404
[Midden boven, handgeschreven met blauw potlood:] opb. 148
[Stempel met handgeschreven toevoeging:] Oproepen 22-11-43 [geparafeerd]
[Datum gedrukt:] 26 October 1943.
[Handgeschreven datum:] p 24/11 9 1/2-12.
Aan het Marktwezen der Gemeente Amsterdam,
Jan Galenstraat 14,
AMSTERDAM
No. 46A/32/2 M. 1943
L/M [geparafeerd]
[In de marge links, handgeschreven verticaal:] Te loods Schagenlaan 7 hebben nu en weleer die ook verzoek doen te komen afgereden [?] 30-11-43 [geparafeerd]
[Tekst brief:]
De firma P. Blank, Vrolikstraat 32 te Uwent verzoekt in aanmerking te komen voor een inlegvergunning voor mosselen. Zij deelt ons mede dat zij reeds eenige jaren mosselen aan de Nederlandsche Bank zou hebben geleverd.
Gaarne vernemen wij van U, of deze firma Uws inziens voor bovengenoemde vergunning in aanmerking komt.
[Ondertekening:]
Centraal Verkoopkantoor van Mosselen
[Handgeschreven handtekening]
van [?] Directeur
[Handgeschreven tekst onderaan de brief:]
Komen Vrijdag? (26/11)
P. Blank deelt mede voor de oorlog mosselen te hebben gevoerd.
Hij moest toen in militaire dienst worden [?] verloopen. Waarom met onderzoek moest worden opgegeven.
Na militaire dienst is hij plaats op markt geen inname [?].
Wil thans weer zaak beginnen in verband waarmede hij plaats ook verzoekt weer mosselen te mogen voeren.
Betreft zijn mosselen via Koster en Wagemaker. [geparafeerd] De brief is een verzoek om informatie van het Centraal Verkoopkantoor van Mosselen (CEVEMOS) aan de dienst Marktwezen in Amsterdam. De firma P. Blank heeft een vergunning aangevraagd om mosselen te mogen "inleggen" (verwerken/conserveren). De afzender vraagt om een advies van het Marktwezen over de betrouwbaarheid en de historie van de aanvrager.
Uit de handgeschreven aantekeningen blijkt dat P. Blank voor de oorlog al in mosselen handelde, maar zijn bedrijfsvoering moest onderbreken vanwege militaire dienst. Na zijn diensttijd kon hij zijn plek op de markt niet direct terugkrijgen. Hij probeert nu zijn zaak te herstarten en heeft hiervoor de benodigde vergunningen nodig. De aantekeningen suggereren een proces van verificatie en een gepland gesprek of onderzoek op 26 november 1943. Het document dateert uit oktober 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de bezetting was de economie in Nederland sterk gereguleerd door de Duitse autoriteiten en Nederlandse uitvoeringsorganen. Het Centraal Verkoopkantoor van Mosselen fungeerde als een distributie- en controleorgaan.
De schaarste aan voedsel en middelen zorgde ervoor dat voor bijna elke vorm van handel en verwerking een officiële vergunning nodig was. De verwijzing naar "militaire dienst" kan duiden op de mobilisatie van 1939-1940. De noodzaak om aan te tonen dat men "reeds eenige jaren" in de branche werkzaam was, was typerend voor de bureaucratische controle om te voorkomen dat nieuwe, ongewenste (of niet-geautoriseerde) handelaren de markt betraden. Het document geeft een inkijkje in de moeizame weg die kleine ondernemers moesten bewandelen om hun nering voort te zetten onder het bewind van de bezetter. P. Blank V. Gemeente Amsterdam Marktwezen